nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

03.05.2016 Flashback 2009: oprichting van het Prijzenobservatorium

Naar aanleiding van het jubileum van VILT blikken we dit jaar samen met onze lezers terug op 20 jaar landbouwactualiteit. Wie de landbouwsector van dichtbij of veraf volgt, zal het niet ontgaan zijn dat boeren meermaals een vuist maakten tegen de lage prijzen voor hun producten. Tot dusver zonder veel resultaat want in verschillende deelsectoren woekert de crisis voort. Meer dan eens kregen de andere schakels in de voedselketen de zwarte piet toegeschoven zodat iedereen in 2009 veel verwachtte van de oprichting van het Prijzenobservatorium. Toch is het Prijzenobservatorium er niet gekomen vanwege de lage prijzen voor landbouwproducten, integendeel zelfs.

Boeren krijgen te weinig geld voor het voedsel dat ze produceren. Op zoek naar een rode draad in 20 jaar landbouwactualiteit kan je daar niet omheen. Het helpt ook om een aantal zaken beter te begrijpen, zoals de neiging van de landbouworganisaties om op zoek te gaan naar een zondebok. Voor de start van het Ketenoverleg en de ondertekening van een gedragscode voor faire handelsrelaties in 2010 verliep de dialoog in de voedselketen nogal bitsig. Hoewel landbouwers strikt genomen elkaars concurrenten zijn en supermarkten hun klanten, hebben landbouwers elkaar vaak gevonden in hun snoeiharde kritiek aan het adres van de grootwarenhuisketens.

Was het daarom dat Fedis, ondertussen omgedoopt tot Comeos, in 2009 zo tevreden reageerde op de komst van het Prijzenobservatorium? Gedelegeerd bestuurder Dominique Michel sprak toen de hoop uit dat het nieuwe overheidsinstrument zou zorgen voor “een neutrale en volledige analyse van de prijsvorming”. De maanden voordien lag de distributie herhaaldelijk onder vuur van boeren en tuinders die het gevoel hadden de speelbal te zijn van de prijsvorming verderop in de voedselketen. De belangenverdediger van de grootwarenhuizen haalde opgelucht adem omdat de overheid met de oprichting van het Prijzenobservatorium geen afbreuk deed aan het principe van vrije prijsvorming voor voedingswaren.

Hoewel er in ons land een overlegcultuur binnen de voedselketen is opgebouwd, is het wantrouwen nog steeds niet volledig verdwenen. Dat merk je wanneer er vanuit de landbouwsector of de politiek gesuggereerd wordt dat het Prijzenobservatorium kan optreden als objectieve scheidsrechter, of zelfs als waakhond met scherpe tanden. In de praktijk verbrandt deze federale overheidsinstelling zijn vingers daar niet aan, zo leert een interview met de verantwoordelijken in maart van dit jaar.

In gesprek met VILT lieten Peter Van Herreweghe en Mathias Ingelbrecht optekenen: “Het woord scheidsrechter is voor ons niet van toepassing, objectief wel. Het prijsverloop van een landbouwproduct en de marges in de keten proberen we op een objectieve manier in kaart te brengen. Vroeger had de landbouwsector de indruk dat de boer steevast met verlies werkt terwijl de andere schakels in de keten floreren. Wij hebben aangetoond dat dat niet zo is en dat bijvoorbeeld ook slachthuizen met flinterdunne marges werken. Sinds ze die kennis hebben, lijken de verschillende partijen in de keten elkaar minder de zwarte piet toe te spelen.”

Als de rol van scheidsrechter of waakhond het Prijzenobservatorium niet ligt, welke rol dan wel? Die van objectivator, zo blijkt ook uit de samenwerkingsovereenkomst tussen de FOD Eonoomie en het Ketenoverleg. Daarin staat dat het team van analisten cijfermateriaal kan verstrekken als basis voor de onderhandelingen tussen de partners in de voedselketen. Van Herreweghe zegt daarover het volgende: “Men is geen vragende partij voor een politieagent die zich als een olifant in een porseleinenkast beweegt. Die boodschap krijgen we voortdurend, dus denken we dat men tevreden is met de meer ondersteunende rol die we nu spelen.”

Vermeldenswaard is nog dat het Prijzenobservatorium er, anders dan je nu zou kunnen denken, niet gekomen is vanwege de lage vergoeding die landbouwers ontvangen voor hun producten. Het zijn integendeel hoge voedselprijzen die samen met stijgende energieprijzen voor een zeer hoge inflatie zorgden in 2008 en de federale regering ertoe aangezet hebben om een  Prijzenobservatorium op te richten. Haar taak bestaat uit het bestuderen van de inflatie van een korf van vijf productgroepen, waaronder voeding en energie. Het observatorium onderzoekt de eindprijzen aan consumenten en stelt de regering in staat om meer inzicht te verwerven in de goede werking of de concurrentievervalsing op de Belgische markt.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via