nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

25.11.2016 Fruittelers leren hoe ze woelrattenplaag best aanpakken

De populatie woelmuizen en -ratten neemt toe en vooral fruittelers zijn daar niet gelukkig mee. De dieren knagen namelijk aan de wortels van fruitbomen, met heel wat schade tot gevolg. Afdoende bestrijdingsmethoden zonder rodenticiden zijn niet gekend bij landbouwers, of beter gezegd nog niet want het Departement Landbouw en Visserij, de provincie Limburg en de landbouwraad van Alken brengen daar samen verandering in. “Dit pilootproject wil woelratten zo veel mogelijk bestrijden via natuurlijke methodes”, verklaarde gedeputeerde Inge Moors op een demodag in Alken. Een 120-tal landbouwers leerden er hoe je de beestjes weg houdt of vangt als de populatie problematisch groot wordt.

Woelratten en -muizen kunnen ondanks hun kleine formaat grote schade aanrichten. Deze dieren knagen aan de wortels van fruitbomen zodat bomen afsterven. De schade kan op perceelsniveau oplopen tot 50 procent, zo hebben verschillende Limburgse fruittelers zelf ondervonden. Ook in grasland en tuinen kunnen ze heel wat schade aanrichten. Om deze problematiek aan te pakken, stelde het Departement Landbouw en Visserij personeel ter beschikking en financierde de provincie Limburg het materiaal voor een proefproject. Het betreft een project in samenwerking met de landbouwraad van Alken dat tot doel heeft om verschillende methoden te onderzoeken om de overlast te beperken.

“Het project omvat niet alleen maatregelen met een curatief effect, namelijk het vergelijken van verschillende soorten vallen, maar ook maatregelen met een preventief effect”, licht gedeputeerde van Landbouw Inge Moors toe. In het verleden werd de plaag meestal aangepakt met rodenticide, maar heel wat soorten ratten- en muizenvergif zijn hun markttoelating kwijtgespeeld. Noodgedwongen moeten landbouwers dus op zoek naar andere oplossingen.

Gelukkig zijn die er volgens de provincie Limburg en het Departement Landbouw en Visserij. Tijdens een demodag in Alken toonden medewerkers van de landbouwadministratie alternatieve bestrijdingsmethoden. Enerzijds zijn er preventieve maatregelen die voorkomen dat een ratten- of muizenpopulatie kan uitgroeien tot een probleem op een bepaald perceel. Anderzijds zijn er curatieve maatregelen getest en vergeleken om een te grote populatie terug te dringen tot een aanvaardbaar niveau.

Een aandachtspunt in het kader van preventie is de plantage en perceelranden proper houden. Indien de diertjes zich nog niet op een perceel bevinden, kan een fruitteler netdraad ingraven om te voorkomen dat een nieuwe kolonie zich er vestigt. “De investering is niet klein, maar slechts éénmalig en bij goed onderhoud ervan lang werkbaar”, weten ze bij het Departement Landbouw en Visserij. Een andere mogelijkheid is een sleuf graven als barrière rond een perceel.

Beide maatregelen dien je te combineren met vallen. “Tussen de netdraad werden klapvallen geplaatst waar de muizen en ratten wel in maar niet meer uit kunnen. Een roofdier zoals een vos kan de val wel openen om zijn prooi er uit te halen”, vertelt voorlichter Mathias Abts van het Departement Landbouw en Visserij. “In de gracht groeven we op regelmatige afstand emmers in om de muizen en ratten te verschalken die zich in de lengterichting van de gracht verplaatsen. Tenzij de emmers door de regen vol water zitten, geraken ze daar niet meer uit.”

De medewerker van de landbouwadministratie toonde zich een bedreven muizen- en rattenvanger want zowel met de emmers als met de klapvallen wist hij tientallen ongewenste indringers te verschalken. Een zogenaamde TopCat-val, een roestvrij stalen val in de vorm van een tunnel die ingegraven wordt, bleek het meest succesvol. Op het zeven hectare grote fruitperceel in Alken werden daarmee een 90-tal exemplaren gevangen. Vergelijken met het succes van natuurlijke bestrijding door het aantrekken van roofdieren is moeilijk aangezien het gissen is hoeveel muizen en ratten gevangen werden door wezels, valken en uilen. “Op het fruitperceel en de omliggende akkers en weiden hebben we zitstangen en nestkasten geplaatst”, zegt Mathias Abts, “want deze dieren kunnen de landbouwer helpen om een perceel schadevrij te houden.

Het proefproject is eind vorig jaar van start gegaan. Vanzelfsprekend kan op deze korte termijn het natuurlijk evenwicht zich nog niet herstellen. De proeven zullen echter nog doorlopen tot eind 2017. “We zijn er van overtuigd dat door het delen van de aanwezige kennis aan de sector de nodige knowhow verschaft wordt om de problematiek van woelmuizen en woelratten op een duurzame en arbeidsefficiënte manier aangepakt kan worden”, besluit gedeputeerde Inge Moors.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: provincie Limburg

Volg VILT ook via