nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

02.04.2019 "Geef lidstaten uitstel tot 2022 voor hun GLB-plannen"

In de commissie Landbouw van het Europees Parlement is gestemd over de hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB), meer bepaald over de nieuwe regels voor inkomenssteun en plattelandsontwikkeling na 2020. Aan de grote lijnen van de hervorming tornen ze niet. Via amendementen sleutelen ze wel aan bepaalde onderdelen, zoals het plafond van 100.000 euro inkomenssteun per begunstigde en de budgetreservatie voor jonge landbouwers. Binnen de landbouwcommissie is men het er over eens dat de grondgebonden inkomenssteun binnen een lidstaat of regio volledig gelijkgetrokken moet worden richting 2027. En de strategische plannen waarmee de lidstaten de GLB-doelstellingen zullen realiseren, verdienen uitstel omdat de verkiezingen het wetgevend proces vertragen.

Met 27 stemmen voor en 17 tegen zijn in de landbouwcommissie van het Europees Parlement een aantal amendementen goedgekeurd op de hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Meest opvallend is de keuze om een mouw te passen aan het plafond van 100.000 euro inkomenssteun per begunstigde door een uitzondering te voorzien voor grote landbouwbedrijven die voor tewerkstelling zorgen. Zij mogen de lonen die ze uitbetalen voor 50 procent verrekenen, wat hen zal helpen om onder het plafond van 100.000 euro te blijven zonder rechtstreekse steun van Europa te verliezen. Dat maximum is er net om tegemoet te komen aan de vaak gehoorde kritiek dat 80 procent van de inkomenssteun naar 20 procent van de landbouwbedrijven gaat. De Europarlementsleden zeggen er dan ook meteen bij dat de lidstaten minstens 5 procent van hun nationale enveloppe moeten reserveren voor een top-up aan kleinschalige landbouwbedrijven.

Naar jonge landbouwers dient zoals voorzien door de Europese Commissie minstens 2 procent van de rechtstreekse steun te gaan in de vorm van een extra premie per hectare gedurende de eerste zeven jaar na vestiging. De Europese organisatie van jonge landbouwers (CEJA) vindt dat niettemin getuigen van een gebrek aan ambitie rond de generatiewissel in land- en tuinbouw. Hun kritiek luidt dat een hoofddoelstelling van het GLB meer dan 2 procent van het budget verdient, en de reservatie van budget de twee pijlers van het landbouwbeleid moet omspannen. Het principe dat lidstaten zeker niet minder steun mogen reserveren voor hun jonge boeren achtte CEJA daarom broodnodig, maar het verdween uit het rapport tijdens de onderhandelingen. Dat zorgt nu voor onbegrip want de generatiewissel leek een topprioriteit voor het Europees halfrond als je de uitspraken van Europarlementsleden er op naslaat.

Vlaanderen is een voorbeeld van een regio die zijn budget voor plattelandsbeleid aanspreekt om vestigingssteun te verstrekken aan jongeren. Door alleen in de eerste pijler met een minimale budgettoewijzing te werken, gaat er in het slechtste geval minder in plaats van meer geld naar jonge boeren in de volgende beleidsperiode. “Begrijp me niet verkeerd”, zegt CEJA-voorzitter Jannes Maes, “want in se is het een goede zaak dat de landbouwcommissie voor de extra premie aan jonge landbouwers minimum (in plaats van maximum) 2 procent van de nationale enveloppes voor inkomenssteun wil reserveren. Onze vrees is alleen dat de achterdeur opengezet wordt voor bezuinigingen in het plattelandsbeleid op maatregelen specifiek voor jongeren.”

Getouwtrek over de directe inkomenssteun aan landbouwers is er bij iedere hervorming ook wat de verdeling tussen oude en nieuwe lidstaten betreft. Zelfs binnen een lidstaat zijn de historisch gegroeide verschillen in waarde van betalingsrechten nog steeds niet weggewerkt. Over die interne verschillen zegt de landbouwcommissie in het Europees Parlement dat de grondgebonden betalingen verder naar elkaar toe moeten groeien. Uiterlijk tegen 2027 moeten de verschillen binnen een lidstaat of regio volledig weggewerkt zijn.

Na 2020 zullen de lidstaten met eigen strategische plannen moeten instaan voor het realiseren van de GLB-doelstellingen die gemeenschappelijk geformuleerd zijn. De Europese verkiezingen en daarna de vorming van de nieuwe Europese Commissie zullen de voortgang van de GLB-discussie doen stokken. Daarom acht de landbouwcommissie de vooropgestelde timing al niet meer haalbaar en bepleit ze een jaar uitstel voor de lidstaten. “Geef hen tot 2022 de tijd om hun nationale strategie voor goedkeuring over te maken aan de Commissie”, luidt de suggestie.

Rapporteur Esther Herranz Garcia, een Spaans Europarlementslid van de EVP-fractie, legt uit dat haar commissie heeft willen waken over het gemeenschappelijk karakter van het Europese landbouwbeleid. “We willen alle landbouwers gelijk behandelen en marktverstoring voorkomen, en tegelijk de lidstaten meer flexibiliteit geven om rekening te houden met het specifieke karakter van de eigen landbouw.”

Het rapport dat de landbouwcommissie stemde, zal voorgelegd worden aan het voltallige Europese Parlement. Dat zal pas gebeuren na de verkiezingen in mei. Het zou zelfs kunnen dat de klok wordt teruggedraaid en dezelfde commissie zich opnieuw over de materie moet buigen in zijn nieuwe samenstelling. Het zijn de Europese president en de fractieleiders in het Europees Parlement die daar gezamenlijk over beslissen.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via