nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

15.02.2016 Geen afroming groene stroomcertificaten voor vergisting

Biogas-E vzw, het platform voor anaerobe vergisting in Vlaanderen, informeert de uitbaters van biogasinstallaties over de zogenaamde ‘bandingfactor’. Die wordt net zoals de voorgaande jaren afgetopt op 1, wat naar verluidt een spijtige zaak is voor de biogassector. Biogas-E vreest dat er nog weinig nieuwe investeringen gerealiseerd zullen worden in de vergistingssector. Voor nieuwe installaties, die in of na 2013 van start gingen, wordt een minimumsteun gegarandeerd. In het geval van de agrarische en industriële vergisters blijft de minimumsteun onverkort 93 euro per groene stroomcertificaat. Voor de vergisting van rioolwaterzuiveringsslib, wordt een negatieve onrendabele top berekend. Dit resulteert in een bandingfactor 0. Daarmee geeft de Vlaamse overheid aan dat dit laatste type vergister matuur is en financieel op eigen benen moet kunnen staan.

Sinds 2013 krijgt elk type van hernieuwbare energie niet langer één groene stroomcertificaat per MWh opgewekte elektriciteit, maar een aantal in functie van de ‘bandingfactor’. Bij banding wordt de steun gedifferentieerd per technologie door meer of minder certificaten toe te kennen per geproduceerde MWh. Indien de bandingfactor groter is dan 1, ontvangt men meer dan 1 certificaat per MWh geproduceerde energie. Is de bandingfactor kleiner dan 1, dan ontvangt men minder dan 1 certificaat per MWh. Vorig jaar drukte de federatie van Belgische biogasbedrijven (FeBiGa) op VILT.be de vrees uit dat het OT-rekenmodel van de Vlaamse overheid minder geschikt is voor de biogas- dan voor de zon- en windenergiesector gelet op de grote verschillen in bedrijfsconcepten.

Hoewel de sector er toen blijkbaar niet helemaal gerust in was, blijft de bandingfactor voor agrarische en industriële vergisters onveranderd op één. Dat leiden we af uit een uittreksel uit het Belgisch Staatsblad dat Biogas-E vzw op zijn website publiceerde. Per ministerieel besluit wordt ieder jaar de bandingfactor vastgelegd. De minister van Energie baseert haar beslissing op de berekeningen die gemaakt worden door het Vlaams Energieagentschap (VEA).

Voor vergisters die hoofdzakelijk draaien op mest en reststromen uit de landbouw is de onrendabele top (OT) gedaald in het laatste VEA-rapport. De bandingfactor die hieruit wordt berekend is 1,53, dus die bedraagt nog altijd aanzienlijk meer dan één. Dit betekent volgens Biogas-E dat er nog altijd aanzienlijke steun nodig is voor het rendabel uitbaten van een biogasinstallatie. Via een ministerieel besluit wordt de bandingfactor afgetopt zodat er dit jaar niet meer dan één groene stroomcertificaat verstrekt moet worden per MWh. In de praktijk blijft de ondersteuning door de overheid dus ongewijzigd. Dat is voor de biogassector moeilijk verteerbaar omdat het aftoppen van de banding factor ervoor zorgt dat er minder steun wordt gegeven, dan er via OT-berekening nodig blijkt te zijn. Biogas-E vreest dat deze beleidskeuze zal resulteren in weinig nieuwe investeringen in de vergistingssector.

Voor vergisting van rioolwaterzuiveringsslib berekende het Vlaams Energieagentschap een negatieve onrendabele top, wat resulteert in een bandingfactor nul. Deze installaties zouden dus in de toekomst rendabel gerund moeten kunnen worden, zonder de steun van groene stroomcertificaten. Ter vergelijking: voor zonnepanelen bedraagt de banding factor 0,382 - 0,384 voor grote installaties - en voor windmolens geldt een banding factor van 0,605. De onrendabele top die het Vlaams Energieagentschap berekende voor zonne- en windenergie is dus kleiner dan voor vergisting. Er is met andere woorden meer overheidssteun nodig om een rendabele uitbating van een biogasinstallatie mogelijk te maken.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via