nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

07.03.2018 Geloof in mestbeleid wankelt door tussentijdse metingen

Aan de verschillende stakeholders van het mestbeleid heeft de Vlaamse Milieumaatschappij tussentijdse meetgegevens bezorgd omtrent de waterkwaliteit in landbouwgebied. De milieubeweging sloeg aan het rekenen en constateert bezorgd dat eind januari een kwart van alle MAP-meetpunten rood kleurde. Dat zijn er vijf keer meer dan de 5 procent die het vijfde mestactieplan beoogt zodat Vlaams parlementslid Wilfried Vandaele (N-VA) het cijfer voor de voeten wierp van minister Joke Schauvliege. Zij wil het bevestigen noch ontkennen, wijst op de nieuwe maatregelen die meteen in voege treden (o.a. teeltvrije meter langs waterlopen) en stelt een strenger MAP 6 in het vooruitzicht.

In de milieucommissie van het Vlaams Parlement is er hevig gedebatteerd over het mestbeleid. Volksvertegenwoordiger Wilfried Vandaele kwam het cijfer van 25 procent MAP-meetpunten met overschrijding van de nitraatnorm ter ore. Een tussentijds verdict, één dat niet bevestigd wordt door de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) maar dat de landbouw- en milieuorganisaties wel kunnen afleiden uit de meetgegevens die hen meegedeeld worden. Het is zover verwijderd van de doelstelling uit MAP 5 (5% rode MAP-meetpunten) dat Vandaele alles in vraag stelt: de kans op een nieuwe derogatieregeling, het effect van de teeltvrije meter langs waterlopen, het overleg binnen de Opvolgingscommissie Mestactieplan (OMAP) en het mestbeleid in zijn totaliteit.

De N-VA’er vindt niet dat de weersomstandigheden als excuus mogen worden ingeroepen. In 2017 was het een groot deel van het groeiseizoen abnormaal droog maar, zo argumenteert hij, “een mestbeleid dat zo gevoelig is voor de weersomstandigheden is eigenlijk geen goed beleid”. Vlaamse parlementsleden weten al langer dat MAP 5 niet het gewenste resultaat zal boeken. Bart Caron (Groen) maakt zich net zoals Vandaele grote zorgen: “De waterkwaliteit stagneert op een bedroevend niveau en echte winsten zijn dankzij MAP5 niet geboekt.” Hij vindt dat dramatisch in het licht van alle inspanningen en doelstellingen. Inspanningen die het volgens CD&V-parlementslid Bart Dochy verdienen om in de verf gezet te worden. “Coördinatiecentrum CVBB heeft zeer goed werk geleverd. Er is veel meer sensibilisering gebeurd bij landbouwers.” Hij vraagt om niet te licht over de weersomstandigheden heen te gaan gezien de algemene ramp in 2016 (wateroverlast) en landbouwramp in 2017 (droogte).

Vlaams minister van Landbouw en Omgeving Joke Schauvliege wil niet vooruitlopen op het einde van het meetseizoen (juni 2018) en de diepgaande analyses die dan gebeuren naar de oorzaak van de overschrijdingen van de nitraatnorm. Ze roept de extreme weersomstandigheden niet als excuus in: “De periodes waarin het verboden is om mest uit te rijden, zijn verder aangescherpt. Ze behoren nu tot de strengste binnen Europa. Land- en tuinbouwers proberen naar best vermogen in te schatten hoe een teelt in open lucht zich zal ontwikkelen, maar niemand kan dat aan het begin van het groeiseizoen voorspellen. Op basis van de tussentijdse evaluatie van MAP 5 zijn de controle op de teeltvrije zone en de verbeterde opvolging van de mestsamenstelling als extra's naar voren geschoven. In MAP 6 zal het nodig zijn om bijkomende maatregelen te nemen.”

Het vijfde mestactieplan is goedgekeurd door de meerderheidspartijen, ook door N-VA. Toch stelt Vandaele zich erg kritisch op, en wel hierom: “Onze partij had toen al grote vragen bij de resultaten die MAP 5 zou opleveren. U (minister Schauvliege, nvdr.) kreeg het voordeel van de twijfel, maar de cijfers tonen vandaag aan dat onze waarschuwingen van toen terecht waren. Op basis van de tussentijdse stand van zaken gaat de waterkwaliteit achteruit. Dat is nieuw want de vaststelling van de voorbije jaren was dat de verbetering van de oppervlaktewaterkwaliteit stagneert.”

Minister Schauvliege hamert op de bijkomende maatregelen die ze trof, de teeltvrije meter langs waterlopen en de nieuwe regels rond mestsamenstelling die moeten zorgen dat de nutriëntengehalten waarmee de boer rekent beter overeenstemmen met de werkelijkheid. Ze beaamt dat er onvoldoende vooruitgang is, kondigt een verstrenging van het mestbeleid aan maar zegt er meteen bij dat er geen mirakeloplossingen zijn om het één-twee-drie op te lossen. Wie beweert dat je alles oplost door de veestapel af te bouwen, negeert bijvoorbeeld het probleem met de kunstmest die wordt toegediend. “We moeten ook zeggen dat er op het terrein heel wat inspanningen gebeuren want een volledig negatief verhaal ophangen, werkt heel demotiverend. Ik vind het heel hoopgevend dat, waar inspanningen gebeuren en gehandhaafd worden, we resultaten zien. De gebiedswerking zal heel belangrijk zijn.”

Een antwoord waar Wilfried Vandaele geen vrede mee heeft: “Ik blijf erbij dat we een nieuwe aanpak nodig hebben omdat we een beetje aan het einde van ons Latijn zijn. Aan een inspanningsverbintenis hebben we weinig. We hebben resultaten nodig.” Het mestbeleid grondig in vraag stellen, dat is ook volgens de milieubeweging nodig. Freek Verdonckt (Natuurpunt) zegt dat Vlaanderen niet kan blijven teren op een gunstige langetermijntrend die vijf jaar geleden stokte. “De minister moet zich afvragen of de fundamenten van het mestbeleid niet herbekeken moeten worden.”

“Bij de goedkeuring van MAP 5 gaven wij al het signaal dat het daarmee wellicht niet zou lukken”, aldus Verdonckt. “Uit de communicatie van de landbouworganisaties kan je afleiden dat ze maximum vijf procent rode MAP-meetpunten nooit haalbaar hebben geacht. Dat het resultaat in 2018 zo mager zou zijn, hadden zelfs wij niet voorzien. Hoeveel generaties Vlaamse boeren gaat de overheid nog opzadelen met het probleem? De regellast is hoog en de rek is er bij de boer uit. Misschien is er nu een politiek draagvlak voor een andere aanpak want van dit soort processies van Echternach wordt niemand gelukkig.”

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via