nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

19.01.2018 Gemeenten ruimen jaarlijks 17.739 ton zwerfvuil op

In 2015 hebben de Vlaamse lokale besturen 17.739 ton zwerfvuil opgeruimd of 2,77 kg per Vlaming. Samen met andere zwerfvuilophalers (intercommunales, Agentschap Wegen en Verkeer, De Lijn, Waterwegen en Zeekanaal, enz.) gaat het in totaal om 20.426 ton zwerfvuil of 3,19 kg per Vlaming. Dat blijkt uit een grootschalige enquête die de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) in 2016-2017 uitvoerde bij alle Vlaamse steden en gemeenten. 

Elke Vlaming is jaarlijks gemiddeld verantwoordelijk voor 3,19 kg zwerfvuil. Dat blijkt uit cijfers van OVAM. De best beschikbare schatting voor de hoeveelheid afval die correct werd gedeponeerd in straatvuilnisbakken bedroeg 7.001 ton in 2015. De beleidskosten verbonden aan openbare netheid voor de lokale besturen in 2015 liepen op tot 155 miljoen euro of 24,2 euro per Vlaming, inclusief de kosten voor het ledigen van straatvuilnisbakken. Voor de andere zwerfvuilophalers bedroeg dit 8,8 miljoen euro. Samen geeft dat 164 miljoen euro, ofwel 25,6 euro per Vlaming.

Voor de lokale besturen raamt de studie de directe beleidskosten die verbonden zijn aan zwerfvuil – onder meer machinaal en manueel vegen, ledigen vuilnisbakken, transport en verwerking – op 109 miljoen euro. De overige 46 miljoen euro zijn indirecte kosten: sensibilisering, inzet van vrijwilligers, aansturing en beleid, zwerfvuilactiviteiten. De schattingen hebben betrekking op 2015 en dateren dus van voor het van start gaan van het versterkte zwerfvuilbeleid in 2016.

Voor de landbouwsector komen er naast de grote maatschappelijke kost en de milieuvervuiling nog enkele andere belangrijke aspecten bij. Zwerfvuil dat in weides terechtkomt kan bij koeien bloedvergiftiging veroorzaken of de maag- of darmwand perforeren. Mede daarom lanceerden de verschillende landbouw- en plattelandsorganisaties vorig jaar de Mooimakers-campagne: een brede oproep om geen zwerfvuil in bermen en akkerranden te dumpen. 

Bron: Belga / eigen verslaggeving

Volg VILT ook via