nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

21.06.2017 Gemiddeld Milcobel-lid produceert 800.000 liter in 2022

Tegen 2022 zullen nog zeven van de tien melkveehouders die vandaag aan Milcobel leveren overblijven. Zij zullen gemiddeld zo’n 800.000 liter melk per jaar produceren. “De melkveebedrijven zullen dus niet alleen groter, maar ook performanter worden”, concludeert de vakgroep Landbouweconomie van de UGent op basis van een bevraging van de Milcobel-leveraars. Rekening houdend met het aantal stoppers in de sector verwacht Milcobel slechts een zeer beperkte stijging van de aangeleverde melk in 2022 in vergelijking met vandaag.

In het kader van een strategieoefening vond Milcobel het belangrijk om de inzichten en behoeften van haar 2.800 leveraars te kennen. Daarop gaf de zuivelcoöperatie aan professor Xavier Gellynck en doctor Hans De Steur van de UGent de opdracht om haar leden te bevragen. Op basis van een steekproef van 1.000 Milcobel-leveraars kwamen de onderzoekers tot een gemiddeld profiel van de leden van de zuivelcoöperatie vandaag. Anno 2017 heeft een Milcobel-lid gemiddeld 65 bezette koeplaatsen, terwijl er 75 beschikbaar zijn. De productie per koe bedraagt zo’n 8.000 liter en een gemiddeld bedrijf produceert 495.000 liter melk.

Drie op de tien bevraagde melkveehouders gaf aan tegen 2022 te stoppen met het melkveebedrijf. Bij de 70 procent blijvers was te horen dat zij verwachten dat hun melkleveringen fors zullen toenemen: van ongeveer 573.000 liter die deze groep vandaag gemiddeld produceert tot ongeveer 800.000 liter in 2022. De meerproductie zal mogelijk gemaakt worden door het opvullen van de lege koeplaatsen (36,8%), het uitbreiden van de koeplaatsen (22,8%) en het verhogen van de melkproductie per koe (10,8%). “De bedrijven zullen dus alsmaar groter worden en de infrastructuur wordt beter benut”, luidt het.

Melkveehouders die na 2022 verwachten nog actief te zijn, zien hun bedrijfsontwikkeling wel sterk gerelateerd aan een aantal factoren. Die hebben vooral te maken met de beschikbaarheid van gronden (40,7%), arbeid (32,1%) en milieubeperkingen als mestafzet (31,2%). “En dat terwijl gebleken is dat de evolutie naar minder en grotere melkveebedrijven die aanzienlijk meer melk leveren, gepaard gaat met een verbetering van de CO2-uitstoot. Op 15 jaar tijd wist de melkveehouderij zijn carbon footprint te verminderen met 26 procent”, verduidelijk Milcobel. Ook de melkprijs zien de blijvers als een factor van belang. Opvallend voor de onderzoekers is dan weer dat leeftijd, gezondheid en opvolging niet als noemenswaardige begrenzingen worden aanzien.

Milcobel voelt zich dan ook geroepen om in naam van haar leden aandacht te vragen voor deze problematiek. “Als we onze melkveehouderij in stand willen houden en de groei van onze bedrijven willen ondersteunen, dan zal ook de politiek zijn rol moeten opnemen en het landbouw- en milieubeleid de nodige ruimte moeten geven aan deze ontwikkeling die gepaard gaat met meer duurzaamheid”, zegt voorzitter Dirk Ryckaert. “De overheid moet dus geen betuttelende regelgeving die groei belemmert opleggen, maar de melkveehouders juist enthousiasmeren in hun ontwikkeling.”

Op basis van het aantal stoppers en de groei van de blijvers kunnen de onderzoekers afleiden dat Milcobel tegen 2022 een stijging van ongeveer vijf procent mag verwachten van het totale volume geleverde melk. Dat betekent dat Milcobel over vijf jaar zo’n 1,52 miljard liter melk ophaalt bij de leden. “Dat is voor ons een belangrijke vertrekbasis voor de strategie-oefening die aan de gang is”, vertelt Ryckaert. “Als coöperatie hebben wij steeds vooropgesteld dat wij ten alle tijden de groei van onze leden zullen volgen en de melk maximaal zullen valoriseren. Gezien de beperkte groei van de geleverde hoeveelheid melk kan dit de komende vijf jaar geen probleem zijn.”

Dat betekent dat de strategieoefening zich vooral zal buigen over de vraag of er gekozen wordt voor optimalisatie of maximalisatie én optimalisatie. In het laatste geval zal Milcobel op zoek gaan naar extra nieuwe leden. "Enerzijds zien wij het als ons engagement naar de sector toe om iedereen die bij een andere zuivelverwerker wordt opgezegd, tot onze coöperatie toe te laten, want daarvoor zijn we nu eenmaal een coöperatie”, zegt de voorzitter die erop wijst dat melkveehouders eerst een grondige screening ondergaan vooraleer ze kunnen toetreden. “Maar anderzijds is een ruimer groeiscenario ook mogelijk. Onze oefening zal moeten uitwijzen welke richting we wensen uit te gaan.”

Gaat dit niet op protest van de leden stuiten, gezien onder meer de overname van de melkleveraars van FrieslandCampina eerder al voor heel wat ongenoegen zorgde? “Laat ons zeggen dat we op dat vlak nog aan onze communicatie moeten werken. Onze leden denken dat de nieuwe leveraars mee profiteren van de investeringen die zij gedaan hebben, maar die redenering is verkeerd. Alle investeringen zijn gebeurd met ontleend kapitaal dus eigenlijk helpen de nieuwe leden juist de investeringen mee af te betalen”, stelt Ryckaert.

Een bijkomende uitdaging voor de zuivelgroep bestaat er volgens CEO Eddy de Mûelenaere in de polarisering tussen de kleine en grote leden op te vangen. “Het verschil tussen beiden neemt steeds toe. Zo wordt de groep met een melkproductie van meer dan 900.000 liter melk elk jaar groter. Het is belangrijk dat wij voor die groep van groeiende bedrijven aantrekkelijk blijven en tegelijkertijd ook voldoende oog hebben voor de belangen van de kleinere leveraars. Een opdracht waarvoor we ons uiterste best zullen doen opdat ze slaagt”, besluit hij.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via