nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

"Kijk naar onze handen en je weet wie we zijn"
09.02.2015  World Farmers’ Organisation (WFO)

Boeren hebben het niet onder de markt. Niet in België, maar ook niet in Burundi, Cambodja of Paraguay. Ze zijn met steeds minder en moeten in een steeds grilliger klimaat steeds meer voedsel produceren, waar ze dan bovendien niet altijd de juiste prijs voor krijgen. Om die boeren een stem te geven op de internationale fora werd net na de Tweede Wereldoorlog de International Federation of Agricultural Producers (IFAP) opgericht, een wereldwijde landbouwkoepel die in 2011 vervelde tot de World Farmers’ Organisation (WFO). Dat doet allicht bij weinig Vlaamse boeren een belletje rinkelen, en toch lijkt er voor internationale belangenorganisaties in de eenentwintigste eeuw een sleutelrol weggelegd. Waarom? We vroegen het aan WFO-vicevoorzitter en penningmeester Piet Vanthemsche en directeur Marco Marzano de Marinis.

Een jaar na de oprichting van de Wereldvoedselorganisatie (FAO) in 1945 werd IFAP, de International Federation of Agricultural Producers, in Parijs boven de doopvont gehouden. De organisatie vertegenwoordigde via 120 organisaties uit 79 landen ruim 600 miljoen boerenfamilies wereldwijd, maar ging failliet in 2010. Uit de as van IFAP verrees de World Farmers’ Organisation (WFO), dat zich vestigde in de schaduw van heel wat belangrijke internationale VN-landbouworganisaties (FAO, IFAD en WFP) in Rome.

Voor en door boeren
"WFO is na haar oprichting op korte tijd heel sterk gegroeid", vertelt directeur Marco Marzano de Marinis. "Toen we van start gingen in maart 2012 hadden we 28 organisaties uit 16 landen, tegenwoordig zijn dat er 70 uit 50 landen. Ongeveer de helft komt uit het Noorden, de andere helft uit het Zuiden. Maar het gaat er ons niet om zoveel mogelijk leden te hebben. Belangrijker is een goed werkende organisatie, met gemotiveerde leden die aan hetzelfde zeel trekken. WFO is daarom op een zeer democratische manier georganiseerd: onze structuur bestaat uit drie organen. In de eerste plaats heb je ons hoofdbestuur, waarin één vertegenwoordiger per continent zetelt. Binnen dat hoofdbestuur wordt ook een voorzitter verkozen. Dat is tegenwoordig Evelyn Nguleka, een jonge boerin uit Zambia. Ze is de eerste vrouwelijke WFO-voorzitter in onze jonge geschiedenis, en vooral ook de eerste vrouw ooit aan het hoofd van een Afrikaanse boerenorganisatie. Vergeet niet dat 80 procent van het voedsel in Afrika geproduceerd wordt door vrouwen."

"Naast het hoofdbestuur heb je het secretariaat in Rome", gaat Marzano verder. "En ons derde orgaan bestaat uit auditoren die onze organisatie controleren en bijsturen waar nodig. Verder heb je dan ook nog onze comités, die zowel permanent als tijdelijk kunnen zijn, afhankelijk van het onderwerp. De comités werken rond cruciale thema’s als voedselzekerheid, klimaatverandering, ketenwerking en veehouderij. Er is ook een comité dat nadenkt over de jeugd en de toekomst van de landbouw, want ook dat is een wereldwijde uitdaging. Slechts zes procent van de Europese boeren is jonger dan 35. Als we zo doorgaan, blijven er over 30 jaar maar heel weinig boeren meer over om te beslissen wat er op ons bord komt. Ten slotte laat het vrouwencomité haar stem horen over de cruciale rol van vrouwen in de landbouw. Al deze organen moeten verantwoording afleggen ten opzichte van de algemene vergadering die elk jaar plaatsvindt. Daar wordt het takenpakket van WFO ingevuld."

WFO-board_gevilt.jpg

"Sinds haar oprichting drie jaar terug is de WFO inderdaad sterk gegroeid in ledenaantal en heeft ze een betekenisvol netwerk uitgebouwd met de internationale organisaties die mee de lange termijnevoluties rond landbouw bepalen", duidt Boerenbondvoorzitter Piet Vanthemsche zijn engagement in de uitbouw van WFO. "Daardoor is ze steeds meer in staat om de stem van de boeren te laten horen op het wereldtoneel. Een uitdaging van formaat, want op wereldvlak wordt veel gesproken over boeren door overheden, ambtenaren en allerhande organisaties, maar wordt te weinig met en door boeren gesproken. WFO wil die leemte invullen, want WFO, dat zijn boeren."

"Er zijn heel wat ngo’s die claimen in naam van de boeren te spreken", vult Marzano aan. "Maar dat is niet per definitie zo. De leden van organisaties als Via Campesina zijn lang niet alleen boeren, en heel wat aandacht gaat er naar landbouw als erfgoed, lifestyle, cultuur, enzovoort. Bij WFO staat de economische leefbaarheid van de landbouw centraal. De organisatie is er gekomen voor boeren en wordt ook geleid door boeren. Vandaar dat ik vaak zeg: wil je weten wie we zijn, kijk naar onze handen. Dat zijn handen van boeren, en daar draait het om: het versterkt onze inhoudelijke waarde en garandeert onze geloofwaardigheid. Wat me daarbij steeds opvalt: ondanks verschillende standpunten worden de beslissingen hier bij WFO meestal unaniem goedgekeurd. Boeren hebben misschien wel verschillende visies op thema’s als handel en economie, maar uiteindelijk staan ze voor hetzelfde en willen ze hun boterham verdienen met hun boerenberoep. Trouwens, verschillen overwinnen doe je door mensen rond de tafel te brengen. Dat is soms een moeilijke oefening, maar het is de enige manier. Uiteindelijk zullen we de vruchten plukken van onze verschillende achtergronden."

Vlaanderen boert niet op een eiland
Waar ligt dan precies de meerwaarde van een internationale belangenorganisatie? "Hoewel de uiterlijke verschijningsvormen van landbouw heel sterk verschillen en zowel de natuurlijke als de beleidsomgeving vaak helemaal anders zijn, worden alle boeren wereldwijd geconfronteerd met de uitdaging voedselzekerheid te garanderen in een marktomgeving die steeds meer internationaal vervlochten is en daardoor veel onzekerder is geworden", legt Vanthemsche uit. "De uitdaging om tot een stabiele en eerlijke prijsvorming te komen wordt steeds groter, en ook onze afhankelijkheid van de natuur staat door de klimaatverandering onder een steeds grotere druk. Boeren overal ter wereld zullen hun bedrijfsvoering moeten aanpassen om te kunnen blijven produceren, maar ook om de impact van de landbouwsector op de natuur terug te dringen."

"WFO wil de stem van boeren laten horen in discussies over duurzame ontwikkeling en vrije handel die gevoerd worden binnen de instellingen van de VN, op de G20-ontmoetingen, op internationale congressen over duurzame ontwikkeling, klimaat, handel, biodiversiteit,… WFO wil op al deze fora in een vroeg stadium de stem van de boer luid en duidelijk laten horen. Dat klinkt misschien allemaal wat ver van ons bed," geeft Vanthemsche toe, "maar Boerenbond stond heel bewust mee aan de wieg van WFO. We zijn er ons van bewust dat we niet boeren op een eiland. De versterkte internationale concurrentie, de grotere marktgerichtheid en verduurzaming van het landbouwbeleid, de volatiliteit van de prijzen vloeien voort uit hervormingen van het EU-beleid in antwoord op internationale afspraken. Door internationaal mee de stem van de boeren te laten horen, kan het beleid al in een vroeg stadium rekening houden met de belangen van de sector. WFO heeft hierin een belangrijke taak te vervullen."

landbouw-Afrika-vrouw_gevil.jpg

"En daar wil ik toch nog iets over kwijt", gaat Marzano verder. "We moeten hier in Europa beseffen dat de wereld niet uit één regio bestaat, maar minstens uit zes. Elk met hun eigenheden en hun eigen realiteit. Daarom kan het belang van een gemeenschappelijk Europees standpunt in bijvoorbeeld de discussie rond handel nauwelijks overschat worden. Binnen de schoot van de WFO gaan we deze discussie niet uit de weg, al ligt dat niet voor de hand als je naar de fundamentele verschillen gaat kijken tussen de grootschalige landbouw in Noord-Amerika en Oceanië, de relatief kleine boerderijen in Europa en de Afrikaanse landbouwstructuur. Alleszins, de wereld heeft een platform nodig waar over zo’n onderwerpen kan gepraat worden en gezocht kan worden naar oplossingen. Zo kan WFO met één stem spreken binnen de Wereldhandelsorganisatie (WTO)."

"Een realisatie waar ik bijzonder belang aan hecht is het feit dat het Belgisch ketenoverleg en de Europese oefening rond een Europees kader voor eerlijke handelspraktijken ook navolging krijgt op wereldvlak: WFO zal in samenwerking met Unidroit een standaard voor eerlijke contracten uitwerken", illustreert Vanthemsche de meerwaarde van zo’n internationaal platform. "Binnen WFO kan zo’n discussie bovendien heel spontaan opborrelen vanuit ons ledenbestand, volledig bottom-up", vervolgt Marzano. "En dat is de meerwaarde van WFO. We bekokstoven ons beleid niet binnenskamers op ons kantoor in Rome. Integendeel, de participatieve logica is volgens ons de enige manier om de stem van de boer echt te laten horen. Om je een voorbeeld te geven: bij het bepalen van een nieuw standpunt sturen we een brief naar onze leden om hun mening te vragen. Een moderator brengt alle input samen en schrijft een voorstel dat eerst door de leden moet worden goedgekeurd en daarna wordt voorgelegd aan de algemene vergadering. Elk lid heeft één stem. Iedereen heeft dus evenveel inspraak. Met onze standpunten trekken we dan naar het internationaal stakeholdersoverleg."

Sensibiliseren, informeren, activeren
In dat internationaal overleg is de Wereldvoedselorganisatie (FAO) een belangrijke gesprekspartner van de WFO. FAO presenteert zich graag als een neutrale tussenpersoon die beleidsdialogen faciliteert en begeleidt. "In de strijd voor meer voedselzekerheid is WFO een belangrijke klankbord", zegt Rodrigo Castañeda, Chief Partnerships van de FAO. "We delen de overtuiging dat landbouw wereldwijd nood heeft aan meer duurzame en efficiëntere investeringen als we honger echt een halt willen toeroepen. WFO is in dat opzicht een heel erg belangrijke organisatie: ze spreekt in naam van de boeren en kan wegen op het beleid. FAO moedigt haar leden dan ook aan om de nodige middelen en ruimte te voorzien voor het opstarten en uitbouwen van boerenorganisaties", aldus Castañeda.

landbouw-Vietnam_gevilt.jpg

"We concentreren ons inderdaad op het internationale, multilaterale stakeholdersoverleg", pikt Marzano in. "We kunnen niet overal aanwezig zijn, en dus focussen we ons op de meest relevante vergaderingen. Zo zijn we de enige gesprekspartner op landbouwersniveau van de World Organisation for Animal Health (OIE). Verder hebben we ook een zitje in de vergaderingen van verschillende VN-organisaties: bij de FAO natuurlijk, maar ook bij het Internationaal Fonds voor Landbouwontwikkeling, het World Food Program en de United Nations Framework Convention on Climate Change. Daarnaast zijn we ook gesprekspartner van de World Veterinary Association, de International Finance Corporation en de World Meteorological Organisation. Die contacten zijn cruciaal om te vermijden dat belangrijke beslissingen met impact op onze sector boven de hoofden van de boeren worden genomen. Dat gebeurt jammer genoeg nog al te vaak."

Volgens Castañeda kan WFO in de toekomst een belangrijke rol spelen om internationale richtlijnen omtrent landmanagement, visserij en bosbouw tot bij de boer te brengen. Het kan landbouwers ook helpen hun bedrijfsvoering verder te verduurzamen, om zo hun opbrengsten te verhogen en hun bedrijf weerbaarder te maken tegen de opwarming van het klimaat, aldus Castañeda, die ter illustratie het Jaar van de Bodem aanhaalt: "Gezonde bodems zijn letterlijk en figuurlijk het fundament onder gezonde landbouwbedrijven. Hoe sterker WFO deze boodschap tot bij de boer kan brengen, hoe beter."

De eeuw van de boer
Gevraagd naar de grootste uitdagingen van de nog jonge organisatie, verwijst Marzano naar de verwevenheid van thema’s als voedselzekerheid, klimaatverandering, ketenwerking, de positie van vrouwen, bedrijfsopvolging, innovatie, de veestapel… : "In al deze dossiers moeten wij actief deelnemen aan de discussies die hierover worden gevoerd en het standpunt van de boer vertegenwoordigen. Er zijn enkele getallen die steeds naar voor komen: tegen 2100 zullen we met ongeveer 15 miljard zijn en moeten we onze voedselproductie verdubbelen. Maar waar en hoe? En vooral: wie zal daar wel bij varen? Wie zal profiteren van de prijsstijgingen, die er door een grotere vraag toch zullen komen?"

"En toch is de huidige situatie niet volledig nieuw", aldus Marzano. "Twee eeuwen geleden beschreef Malthus al hoe een veranderende economische context het voedingspatroon van een bevolking fundamenteel beïnvloedt. Kijk naar China en India, waar de middenklasse massaal overstapt van een plantaardig dieet naar vleesconsumptie. Maar als én de bevolking groeit, én we meer vlees gaan eten, dan moet ons landbouwareaal stevig uitgebreid worden. Malthus zei wel dat innovatie soelaas kan brengen. Dit soort uitdagingen zijn volgens mij de cruciale vraagstukken van deze eeuw. En ik ben ervan overtuigd dat de sleutel bij voedselzekerheid ligt. Voedselzekerheid betekent sociale rust, kijk naar de Arabische lente: het brood was te duur en de revolutie brak uit. Tegelijkertijd zien we dat landen die nu al die grens gepasseerd zijn en niet meer zelfvoorzienend zijn, massaal elders land opkopen om hun bevolking te blijven voeden."

landbouw-Andes_gevilt.jpg

"Hoe dan ook, een stijgende voedselproductie heeft een stevige impact op ons klimaat", gaat Marzano verder. "En vergis je niet, boeren zijn wel degelijk deel van de oplossing, niet van het probleem. Geen enkele boer wil een vervuilde bodem doorgeven aan zijn kinderen. Maar ze zitten vast in een agrovoedingssysteem dat erg vervuilend is. En het is niet evident om die cirkel te doorbreken. Want meer respect voor het klimaat betekent minder opbrengsten, en geen enkele regering zal zijn strijd tegen klimaatverandering zo organiseren dat het de voedselzekerheid en dus ook de sociale rust in gevaar brengt. We moeten een duurzame oplossing vinden die zowel economisch als ecologisch een oplossing biedt en perspectief schept voor de toekomst."

"Ik wil nog één keer terugkomen op het economische aspect", besluit Marzano. "Boeren is niet zomaar een manier van leven, maar een economische bezigheid. Een bezigheid die jongeren alleen maar kan interesseren als ze er op z’n minst hun dagelijks brood mee kunnen verdienen. Die economische incentive ontbreekt vandaag. In welk continent je ook woont, als je jong bent wil je vooruit in het leven en wil je iets bereiken. We moeten landbouw aantrekkelijker maken voor jonge mensen. Boeren werken hard en verdienen dezelfde kansen dan eender wie. Dat betekent: dezelfde toegang tot land, tot krediet, tot kennis. Dan pas kan een boer ook dromen."

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via