nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

18.01.2019 Ggo-wetgeving remt ontwikkeling vogelgriepvaccin

Jeroen Kortekaas werkt bij Wageningen Bioveterinary Research aan nieuwe vaccintechnologieën voor het bestrijden van vogelgriep. Het grootste probleem is volgens hem dat de regelgeving achterloopt op de technologische ontwikkelingen. "Virologen zijn in staat heel snel nieuwe effectieve vaccins te maken. Maar het probleem is dat de meest veelbelovende technieken in Europa onder de wetgeving voor genetische modificatie vallen. Dat betekent dat ze aan extra strenge regels moeten voldoen. Het registreren van een vaccin duurt dan vaak meerdere jaren en dat is veel te lang, want een uitbraak kan zich al in een paar maanden door heel Europa verspreiden."

Vogelgriepuitbraken zorgen niet alleen voor economische schade, ze vormen ook een bedreiging voor de volksgezondheid. Daarom is het belangrijk effectieve vaccins te ontwikkelen om snel te reageren op nieuwe uitbraken. “Een universeel vaccin dat tegen alle influenzavirussen werkt, is uiteindelijk de heilige graal”, zegt Jeroen Kortekaas, viroloog bij Wageningen Bioveterinary Research.

En hoewel vaccineren van pluimvee momenteel wel mogelijk is, zitten er nog veel haken en ogen aan. De vaccins zijn bijvoorbeeld maar beperkt inzetbaar. “Het nadeel van geïnactiveerde vaccins is dat ze niet geschikt zijn voor nood-vaccinatie in het geval van een uitbraak, waarbij in korte tijd grote hoeveelheden dieren gevaccineerd moeten worden”, zegt Kortekaas. “Bij gebruik van een geïnactiveerd vaccin moet elke kip individueel gevaccineerd worden, liefst twee keer. Dat is in korte tijd niet haalbaar.” Daarnaast beschermen deze vaccins meestal maar tegen één bepaald subtype van het virus.

“Een belangrijke voorwaarde voor een vogelgriepvaccin is dat het geschikt is voor massale toepassing, dus bijvoorbeeld in spray-vorm of via drinkwater”, vertelt Kortekaas. Dat betekent dat je in principe een levend vaccin nodig hebt. Levend-verzwakte vogelgriepvirussen worden echter niet gebruikt voor vaccinatie, uit angst dat deze via uitwisseling van genen kunnen veranderen in een gevaarlijke virulente stam.

“Een andere oplossing is een levend vectorvaccin te maken. Hierbij wordt een ander type verzwakt virus gebruikt, waarin een gen is ingebouwd. Er wordt wel een immuunrespons opgewekt tegen het vogelgriepvirus, maar het vectorvirus is niet in staat om zich te verspreiden en is daarom helemaal veilig”, vertelt Kortekaas. “Een veelbelovende vector is een vaccinstam van het Newcastle disease virus (NCD). Er bestaan al vaccins gebaseerd op levend-verzwakt NCD-virus, die geschikt zijn voor massa-applicatie. Als die aangepast worden, krijg je een vaccin dat niet alleen beschermt tegen NCD, maar ook tegen vogelgriep.” 

Het grootste probleem is dat de regelgeving op dit moment ver achterloopt op de technologische ontwikkelingen. “De meest veelbelovende technieken vallen in Europa onder de ggo-wetgeving.” Dat betekent dat ze aan extra strenge regels moeten voldoen. Zo moet iedere lidstaat het gebruik eerst goedkeuren. Het registreren van een ggo-vaccin duurt vaak meerdere jaren. “En dat is veel te lang, want een uitbraak kan zich al in een paar maanden door heel Europa verspreiden. Zo lopen we altijd achter de feiten aan. De regelgeving moet aangepast worden zodat we snel kunnen inspelen op nieuwe virussen. Om te kunnen innoveren, moet de regelgeving meebewegen met de wetenschappelijke ontwikkelingen.”

Bron: AgriHolland / Tijdschrift voor Diergeneeskunde

Volg VILT ook via