nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

28.05.2018 "Ggo-wetgeving versterkt monopolie van multinationals"

In een nieuw standpunt roepen wetenschappers op om de regelgeving rond genetische gewijzigde organismen (ggo’s) te versoepelen. Volgens de academici, verbonden aan verschillende Vlaamse universiteiten en onderzoeksinstituten, is de wetgeving niet meer aangepast aan de huidige stand van de wetenschap. "De wetgeving is zo complex, dat enkel nog de grote multinationals financieel in staat zijn om nieuwe ggo's te ontwikkelen", zegt co-auteur en professor bio-ingenieurswetenschappen van de UGent Godelieve Gheysen. Het standpunt werd gepubliceerd door de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten.

De wetgeving over ggo's dateert van eind jaren ‘80 en werd destijds gemaakt op vraag van de wetenschappers zelf, die niet helemaal zeker wisten of genetisch gewijzigde gewassen geen gezondheidsrisico's inhielden. "Het doel was om op termijn de regels aan te passen aan de nieuwe wetenschappelijke bevindingen", zegt Godelieve Gheysen. Ondertussen zijn er nieuwe wetenschappelijke technieken - zoals genome editing of precisieveredeling - aan het portfolio van de plantenveredelaar toegevoegd, maar is de wetgeving niet mee vernieuwd.

"Al sinds de jaren ‘90 zijn we er zeker van dat de risico’s van ggo’s onbestaande zijn, en zeker niet groter dan de risico's van de klassieke plantenveredeling door kruising”, vertelt Godelieve Gheysen. “Helaas hebben enkele voedselschandalen rond het einde van de vorige eeuw, de dioxinecrisis en de dolle koeienziekte, ervoor gezorgd dat Europa de regels nog verstrengde om de bevolking gerust te stellen. Sindsdien is de Europese ggo-wetgeving de strengste ter wereld.”

In de wetgeving staat onder andere dat op de verpakking van voedingswaren aangegeven moet worden of er ggo's zijn gebruikt. “Het gevolg van die maatregelen was dat veel voedselproducenten het gebruik van ggo's systematisch gingen vermijden, omdat hun negatieve imago een rampzalige invloed had op de verkoop." In Europa is nu één ggo in teelt, Bt-maïs, resistent tegen rupsen. De genetisch gewijzigde maïs neemt zo’n 100.000 ha in Europa in beslag, voornamelijk in Spanje. Wereldwijd staat op 185 miljoen hectare landbouwgrond een genetisch gewijzigd gewas.

“In de Verenigde Staten bijvoorbeeld is ruim 80 procent van alle maïs, suikerbieten en soja een ggo”, vertelt Godelieve Gheysen. “Zonder dat er ook maar één gezondheidsprobleem is gerapporteerd. In Europa mag genetisch gewijzigde soja niet geteeld worden, maar we voeren die soja wel in. Dat mag dan weer wel”, verzucht de professor. “Bovendien verschillen de nieuwste generatie ggo's in niets van de gewassen die met klassieke veredeling zijn gemaakt of zouden ze zelfs gewoon door natuurlijke mutatie kunnen zijn ontstaan.”

Het gevolg van de strenge Europese regelgeving is dat de gewassen die onder de ggo-definitie vallen, nu veel strenger worden gecontroleerd. "Er is sprake van een tweesporenbeleid zonder wetenschappelijke basis", vindt Godelieve Gheysen. "Kleine en middelgrote bedrijven hebben niet de capaciteit om nog te investeren in de langdurige en dure tests die vereist zijn voor een ggo gecommercialiseerd kan worden, met monopolies van de grote multinationals als gevolg.” De KVAB pleit daarom voor een risicoanalyse op wettelijke basis, niet op basis van hoe de plant gemaakt is. “Het streven naar een duurzame landbouw en voedselzekerheid is veel te belangrijk om methoden die daaraan kunnen bijdragen om principiële overwegingen uit te sluiten”, klinkt het.

Maar niet iedereen is het zonder meer eens met het nieuwe standpunt van de Academie. "Ik vind het een gemiste kans", zegt professor Joost Dessein van het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO) en de UGent. "We komen uit een periode van jarenlang gepolariseerd debat. Dat dwingt tot een zwart-wit stellingname: je bent voor of je bent tegen. Een tegenstelling die ook in het beleid wordt weerspiegeld: producten zijn met of zonder ggo’s. De mogelijke nuances over de context waarin de ggo werd toegepast, ontbreken."

Dessein droomt niet van nog meer debat, maar van een ander debat waarin ggo's in een context worden geplaatst. "De uitdaging gaat niet over de ggo-technologie op zich", vindt Dessein, "maar veeleer over welk soort landbouw we als maatschappij willen en dus over de context waarin deze technologie al dan niet kan worden toegepast. Het zou moeten gaan over hoe het toelaten van deze technologie de context verruimt of beperkt. Wat, in se, eerder een maatschappelijk-politieke dan een wetenschappelijke vraagstelling is."

Volgens Dessein zou een standpunt, dat vanuit verschillende wetenschappelijke én maatschappelijke disciplines en posities vertrekt, een veel sterker startpunt kunnen zijn voor dergelijk proces. "Het gaat niet op om dergelijk debat over te laten aan énkel de technologen en de ontwikkelaars", besluit hij. "We moeten investeren in het ontwikkelen van vaardigheden om dat soort maatschappelijke debatten te voeren. Tijdens colleges en debatten valt me vaak op hoezeer de biotechnologen van de toekomst zich wel bewust zijn van de controverse, maar ze niet over vaardigheden beschikken om de complexiteit ervan te duiden en een maatschappelijke dialoog hierrond op te bouwen."

Het volledige standpunt kan je hier lezen.

Bron: Belga / eigen verslaggeving

Volg VILT ook via