nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

Verwarring troef over veiligheid van belangrijkste onkruidbestrijder
15.03.2016  Glyfosaat

“Kankerverwekkend of niet?” Zo scherp als Bond Beter Leefmilieu de vraag stelt, zo hevig wordt het debat over glyfosaat inderdaad gevoerd. Dat er vanuit officiële instanties zoals het Internationaal agentschap voor kankeronderzoek IARC en de Europese voedselautoriteit EFSA een verschillende en bijgevolg verwarrende boodschap wordt verstuurd, gooit olie op het vuur. De milieubeweging hanteert het voorzorgsprincipe en verwacht dat Europa dat ook doet. In het expertencomité van de lidstaten steunt België het Commissievoorstel om glyfosaat voor nog eens 15 jaar toe te laten. Federaal landbouwminister Willy Borsus verwees in dat verband naar verscherpte toelatingsregels, terwijl er volgens Corporate Europe Observatory en Greenpeace net sprake is van een afzwakking. De toegelaten blootstelling van een mens aan glyfosaat wordt namelijk verhoogd van 0,3 tot 0,5 mg glyfosaat per kilo lichaamsgewicht. De gewasbeschermingsmiddelenindustrie vraagt om de IARC-classificatie juist te interpreteren. “Volgens de strengste interpretatie van een beperkt deel van de studies is het werkzame bestanddeel ‘waarschijnlijk kankerverwekkend’. Daardoor belandt glyfosaat in dezelfde categorie als frituren bijvoorbeeld.”

Glyfosaat, de actieve stof in (totaal)herbiciden genre Roundup, ligt onder vuur. Roundup is het grote succesnummer van de Amerikaanse multinational Monsanto. Hoewel de actieve stof glyfosaat al meer dan 40 jaar oud is, blijft het wereldwijd het meest verkochte herbicide. Dat heeft niet alleen met de effectiviteit van het middel te maken, maar ook met de grootschalige teelt van ggo-gewassen buiten Europa. Door de genetische wijziging van Roundup Ready gewassen wordt een onkruidbestrijding met het niet-selectieve middel mogelijk zonder de groei van soja, katoen of maïs af te remmen. Een aantal milieu- en burgerorganisaties met een grote afkeer voor Monsanto voeren al jaren een kruistocht tegen de firma, diens ggo’s en onkruidbestrijder. Om zich te verweren tegen de voortdurende aanvallen houdt Monsanto in zes talen een blog bij.

Via de blog wordt duidelijk gemaakt dat de Europese autoriteit voor voedselveiligheid glyfosaat uit de wind zet. EFSA acht het namelijk onwaarschijnlijk dat glyfosaat kanker verwekt bij de mens. Die steun uit wetenschappelijke hoek was vorig jaar een serieuze opsteker voor Monsanto, dat altijd op de veiligheid van de eigen producten is blijven hameren. Toen het Internationaal agentschap voor Kankeronderzoek (IARC, onderdeel van de Wereldgezondheidsorganisatie) daar anders over oordeelde, kon het die boodschap nog maar moeilijk kwijt in de media. Als fabrikant heeft Monsanto de perceptie tegen maar datzelfde kan niet gezegd worden over officiële instanties zoals EFSA en het Duitse Bundesinstitut für Risikobewertung (BfR).

Glyfosaat ‘waarschijnlijk kankerverwekkend’ volgens IARC
De huidige markttoelating van glyfosaat in Europa dateert van 2002. Vijftien jaar later is de productlicentie aan een update toe. In het kader van deze evaluatieprocedure was Duitsland aangeduid als rapporteur. Het Duitse landbouwministerie liet zich adviseren door het Bundesinstitut für Risikobewertung dat openlijk zijn twijfels uitte bij het studiewerk van het International Agency for Research on Cancer. Het WHO-agentschap oordeelde op basis van een “zo compleet mogelijke literatuurstudie” maar de door fabrikanten aangeleverde onderzoeken werden eruit geweerd. Voor het ‘waarschijnlijk kankerverwekkend’ zijn van glyfosaat vond IARC “voldoende bewijzen” in dierproeven en “beperkte bewijzen” in onderzoeken naar blootstelling van de mens.

gewasbescherming.spuiten_Cofabel.geVILT.jpg

De media zijn in de fout gegaan door het oordeel van IARC te veralgemenen tot de visie van de Wereldgezondheidsorganisatie. IARC is maar één van de agentschappen binnen de WHO en niet het enige dat zich moet buigen over glyfosaat. Zo is er het Joint FAO/WHO Meeting on Pesticide Residues (JMPR) dat in 2004 besloot geen acute giftigheidsdrempel uit te vaardigen voor glyfosaat omdat het risico op vergiftiging zo klein leek. De zogenaamde acute referentiedosis (ARfD) is de maat voor de acute blootstelling terwijl de aanvaardbare dagelijkse inname (ADI) zegt welke chronische blootstelling geen noemenswaardig gezondheidsrisico oplevert. Terwijl IARC enkel de publiek beschikbare studies in ogenschouw neemt, evalueert JMPR zowel studies uit wetenschappelijke tijdschriften als de door de industrie aangeleverde studies. Nog een verschil tussen beide WHO-agentschappen is dat IARC gevaar identificeert terwijl JMPR een risicobeoordeling uitvoert. Nog in mei van dit jaar gaat die laatste zich een nieuw oordeel vormen over glyfosaat.

Tegen de verontrustende IARC-conclusie werd vanuit verschillende hoeken ook ingebracht dat de bronnenselectie arbitrair gebeurde. Het Duitse onderzoeksinstituut BfR deed een gelijkaardige literatuurstudie, maar baseerde zich op een nog veel groter aantal studies en claimt de meest volledige database ooit over glyfosaat te hebben aangelegd. Daaruit leiden de betrokken wetenschappers af dat glyfosaat niet kankerverwekkend is, iets waar men in Europa altijd vanuit is gegaan. Alle lidstaten mochten het Duitse rapport nakijken en opmerkingen formuleren. Op basis van dit werkstuk heeft voedselveiligheidsautoriteit EFSA een vergadering met experten gewijd aan de toxicologische eigenschappen van glyfosaat. Eind vorig jaar brachten zij naar buiten dat glyfosaat niet kankerverwekkend is, geen mutagene eigenschappen vertoont en geen toxisch effect heeft op de vruchtbaarheid van de mens, noch op de voortplanting of embryonale ontwikkeling. EFSA en de nationale autoriteiten gingen niet over één nacht ijs maar worstelden zich doorheen 3.200 studies, samen goed voor 90.000 pagina’s leesvoer.

Experten van de lidstaten zijn er nog niet uit
Omdat EFSA niet twijfelde aan de veiligheid van glyfosaat leek een verlenging van de producttoelating in Europa in de maak. De Europese Commissie deed dan wel een voorstel in die zin, de verdeeldheid tussen de lidstaten is te groot. In het 'Standing Committee on Plants, Animals, Food en Feed' werd uiteindelijk niet gestemd omdat de experten van de lidstaten sterk van mening verschillen en er dus geen gekwalificeerde meerderheid was om het voorstel goed te keuren. In mei komen ze opnieuw samen en in tussentijd wordt bij de terughoudende lidstaten afgetoetst of ze achter de toelating van glyfosaat kunnen staan mits een aantal aanpassingen aan het voorstel. Ondanks de druk die er op de ketel zit – eind juni verstrijkt de licentie van glyfosaat – belooft het moeilijk te worden om de tegenstellingen te overbruggen. Voor sommige lidstaten gaan de extra eisen die aan glyfosaat gesteld worden niet ver genoeg terwijl andere lidstaten glyfosaat zijn markttoelating gunnen zonder extra eisen gelet op de positieve risico-evaluatie van EFSA.

Over welke voorzorgsmaatregelen gediscussieerd wordt, kunnen we niet achterhalen door het vertrouwelijk karakter van het voorstel van de Europese Commissie. De enige informatie waarover we beschikken is een persbericht van federaal landbouwminister Willy Borsus. Daarin verklaart Borsus dat België het voorstel tot hernieuwing van de toelating voor glyfosaat zal steunen. Dit standpunt kwam er na overleg tussen Borsus en minister van Volksgezondheid Maggie De Block. Het is gebaseerd op het advies van de FOD Volksgezondheid. Merkwaardig is dat men zich in Brussel en Wallonië niet kan verzoenen met het federale standpunt. Brussels milieuminister Céline Fremault stelt een algemeen verbod op glyfosaat voor. Haar Waalse collega en partijgenoot bij cdH Carlo Di Antonio verklaart dat hij het gebruik van glyfosaat door particulieren en gemeentebesturen wil verbieden. Di Antonio volgt daarmee het voorbeeld van Nederland. Beiden zijn “verbijsterd” over de Belgische steun voor het voorstel van de Commissie.

spuittoestel.geVILT.jpg

Volgens Borsus en De Block houdt de veilig-verklaring van glyfosaat door EFSA rekening met de classificatie door het International Agency for Research on Cancer. Zoals in de meeste van zijn adviezen identificeerde EFSA ook in het glyfosaat-dossier een aantal onzekerheden. Daar wordt volgens Borsus rekening mee gehouden in de beslissing van de Europese Commissie. De extra risicobeheersingsmaatregelen en het voorbehoud ten opzichte van één van de hulpstoffen ziet hij als een correcte toepassing van het voorzorgsbeginsel. Ondanks het vertrouwelijk karakter van het Commissie-voorstel lijkt Greenpeace meer te weten over de voorgestelde gebruiksbeperkingen. Die zouden enkel betrekking hebben op onkruidbestrijdingsmiddelen waarin glyfosaat samen met de hulpstof tallowamine voorkomt.

Tegenstanders hebben meer dan één heet ijzer in het vuur
De glyfosaat-critici laten zich niet afschepen met ‘verstrengde toelatingseisen’. Lobbywaakhond Corporate Europe Observatory en milieuorganisatie Greenpeace werpen tegen dat er van een verstrenging helemaal geen sprake is als de aanvaardbare dagelijkse inname (ADI) verhoogd zou worden. Het klopt dat de ADI op advies van BfR en EFSA kan toenemen van 0,3 tot 0,5 mg glyfosaat per kilo lichaamsgewicht per dag. De beslissingsnemers krijgen dus uit die hoek het signaal dat glyfosaat nog veiliger is voor de mens dan gedacht werd bij de vorige evaluatieronde. De ngo’s zien de bewijslast tegen glyfosaat net toenemen en vinden het onverantwoord om de gevaren voor mens en milieu nog eens 15 jaar te negeren. Glyfosaat leek bij zijn marktintroductie een veilige stof in vergelijking met de schadelijke herbiciden die in de jaren ’70 op de markt waren. Ondertussen moet dat inzicht volgens de tegenstanders dringend bijgesteld worden.

Heel verwarrend wordt het door de wetenschappelijke bewijzen waar zowel voor- als tegenstanders van glyfosaat mee schermen. Tegen het geruststellende EFSA-advies brengen Greenpeace en co in dat een 70-tal naar verluidt onafhankelijke wetenschappers van mening is dat het Duitse onderzoeksinstituut en vervolgens ook de Europese voedselautoriteit hun werk niet goed deden. Professor Christopher Portier, die zetelt in de IARC-werkgroep, schreef een brief aan de Europese Commissie en aan EFSA. Tientallen collega-wetenschappers uit Europa, de Verenigde Staten, Canada en Australië hebben zich achter de inhoud van die brief geschaard en de IARC-classificatie de meest geloofwaardige genoemd. Portier werd ontvangen door de EU-commissaris voor gezondheid en EFSA reageerde op de kritiek.

Het verwijt aan het adres van EFSA was dat een aantal overtuigende studies met muizen buiten beschouwing gelaten werden. Ook zou EFSA nogal lichtzinnig besloten hebben dat het beperkt bewijs uit onderzoek bij mensen “onvoldoende consistent” is. Corporate Europe Observatory, de ngo die een neus heeft voor belangenvermenging en lobbywerk, twijfelt ook aan de geloofwaardigheid van de uitgebreide Duitse literatuurstudie die het EFSA-oordeel voedde. Drie leden van het Bundesinstitut zijn namelijk (ex-)medewerkers van BASF en Bayer, twee belangrijke fabrikanten van gewasbeschermingsmiddelen. Het wantrouwen van Corporate Europe Observatory wordt nog gevoed door het niet vrijgeven van alle studies. Dat gebeurt niet omdat er bedrijfsgeheimen onthuld zouden worden.

fytolokaal.gewasbescherming.geVILT.jpgfytolokaal.gewasbescherming.geVILT.jpg

Ook uit het oordeel van het Franse agentschap voor voedselveiligheid en gezondheid van mens en milieu spinnen de tegenstanders garen. Van alle nationale autoriteiten toonde ANSES zich het meest kritisch voor glyfosaat. Nochtans vindt ook ANSES de bewijslast te beperkt om glyfosaat als kankerverwekkend te brandmerken, maar de Franse wetenschappers dringen er wel op aan dat het Europese agentschap voor chemische stoffen (ECHA) zich er snel over zou uitspreken. En opnieuw komen de hulpstoffen in een onkruidbestrijder op basis van glyfosaat in negatieve zin in beeld. Tallowamine in het bijzonder baart zorgen. Daarom gaat ANSES op eigen houtje gewasbeschermingsmiddelen met deze hulpstoffen evalueren, te beginnen bij de middelen die glyfosaat en tallowamine combineren.

Het zit de milieubeweging ook dwars dat Europa tegen eind juni wil beslissen over glyfosaat terwijl Monsanto en co ten laatste op 1 augustus wetenschappelijk bewijs moeten leveren dat deze actieve stof het menselijk hormonaal systeem niet verstoort. Dat veiligheidsaspect wordt dus voorlopig buiten beschouwing gelaten, iets wat door het Pesticide Action Network Europe werd aangeklaagd bij de Europese ombudsman. Onbegrip is er ook over het feit dat de Europese Commissie de knoop wil doorhakken alvorens ECHA, het Europese agentschap voor chemische stoffen, glyfosaat heeft kunnen beoordelen op zijn gezondheidseffecten. ECHA zal zijn rapport pas eind 2017 opleveren. De Commissie stelt daarentegen dat zij wel degelijk rekening zal houden met de ECHA-classificatie, maar daarom niet moet wachten met de vernieuwingsbeslissing.

In het heetst van de strijd vallen er al eens harde woorden. Zo beschuldigde Monsanto het WHO-agentschap van ‘junk-science’ en schilderde EFSA Portier en zijn collega’s af als ‘Facebook-wetenschappers’. Volgens EFSA ging IARC voorbij aan een aantal studies die nochtans publiek beschikbaar waren. IARC zou er op gebrand zijn om trends vast te stellen in een eigen selectie van studies. Een bijeenkomst tussen EFSA en IARC werd geannuleerd omdat EFSA weigerde de beschuldigingen van haar website te verwijderen.

Fabrikanten verdedigen glyfosaat met hand en tand
In 2000 verstreek het patent op glyfosaat zodat Monsanto niet langer de enige is met een commercieel belang bij de onkruidbestrijder. Twaalf fabrikanten van glyfosaat hebben de krachten gebundeld in een ‘glyfosaat task force’ om via de website www.glyphosate.eu hun versie van de feiten kwijt te kunnen. De IARC-classificatie werd door hen beoordeeld en niet foutloos bevonden. De communicatie van de fabrikanten heeft wel wat weg van ‘wedden op twee paarden’. In eerste instantie deed men hard zijn best om de kwaliteit van het IARC-onderzoek in twijfel te trekken. Monsanto liet bijvoorbeeld uitschijnen dat de literatuurstudie selectief werd uitgevoerd, volgens een toxicologische procedure die niet standaard is. Ook de Europese sectorfederatie van de gewasbeschermingsmiddelenindustrie (ECPA) wijst op de totaal verschillende vaststellingen van IARC en de Europese en Amerikaanse autoriteiten. IARC heeft cruciaal bewijsmateriaal buiten beschouwing gelaten, klinkt het opnieuw.

De Belgische vereniging van de gewasbeschermingsmiddelenindustrie (Phytofar) pleit er voor om stoffen die internationaal onder toelatingsprocedures vallen, enkel door de agentschappen te laten beoordelen die toegang hebben tot alle info. Daarnaast acht de sector het eveneens wenselijk om de EFSA- en ECHA-klassering te synchroniseren. “Dit zou het proces efficiënter maken.” De EFSA-beoordeling is een eerste stap in een procedure. Bij goedkeuring van het werkzame bestanddeel glyfosaat volgt nog een tweede procedure die de producten die glyfosaat bevatten beoordeelt. Phytofar betreurt dat de zeer strikte Europese wetgeving die geldt voor het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen verwordt tot “een politiek en emotioneel steekspel”.

Hoewel de industrie overtuigd is dat de classificatie van glyfosaat als ‘waarschijnlijk kankerverwekkend voor mensen’ fout is, benadrukt men tezelfdertijd dat de classificatie in categorie 2A helemaal niet zo zorgwekkend is. Het IARC-rapport is geen risicobeoordeling, het zegt dus niets over de carcinogene eigenschappen bij een normale aanwending. De Europese federatie verklaarde dat IARC kijkt naar de intrinsieke eigenschappen van een stof in plaats van naar epidemiologisch onderzoek omtrent het werkelijk gebruik van glyfosaat. Phytofar verduidelijkt dat er behalve gevaar ook blootstelling moet zijn om van een risico te kunnen spreken. Bovendien dienen de IARC-classificaties niet om een verbod te vragen. Het moet de maatschappij wel aanzetten om op een verantwoorde manier met een stof om te gaan.

gewasbescherming.spuittoestel.geVILT.jpg

Een voorbeeld kan dat duidelijker maken. Van zonlicht is geweten dat het kankerverwekkend is voor de mens. Is het dan de bedoeling dat mensen alleen nog buiten komen na zonsondergang? Nee, maar we moeten wel voorzichtig zijn en zonnecrème smeren wanneer de zomerzon op onze huid brandt. Zonlicht is met zekerheid kankerverwekkend en valt daarom in categorie 1. In het geval van glyfosaat voegt IARC er het woord ‘waarschijnlijk’ aan toe en daarmee belandt de chemische stof in categorie 2A. Zijn net zoals glyfosaat ‘waarschijnlijk kankerverwekkend’ voor de mens: het werken als kapster, nachtwerk, rood vlees en barbecueën. En de koffie die we in grote hoeveelheden achterover kappen, staat in categorie 2B te boek als ‘mogelijk kankerverwekkend’.

Sedert 1971 heeft IARC zich over honderden producten, levenswijzen, werkplaatsen, natuurlijke en chemische stoffen gebogen. Daar vloeien aanbevelingen uit voort zoals zonnecrème smeren en koffie net zoals alcohol met mate drinken. Phytofar voegt daar ‘gebruik gewasbeschermingsmiddelen op een correcte manier’ graag zelf aan toe. De fabrikanten willen niet liever dan dat gebruikers voorzichtig omspringen met sproeistoffen aangezien ze bij onoordeelkundig gebruik een risico kunnen inhouden voor mens en milieu. De komende weken en maanden moet duidelijk worden of Europa glyfosaat bij goed gebruik veilig acht, of het risico voor de gezondheid van de mens te groot vindt. De kaarten liggen op tafel maar het belooft een lastige knoop te worden om door te hakken.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: VILT / Loonwerk Defour / Cofabel

Volg VILT ook via