nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

29.12.2017 Graanprijs stijgt na 2020 samen met de energiefactuur

Akkerbouwers verdienen hun boterham al enkele jaren niet meer met granen. Tarwe en gerst blijven in de rotatie vanwege hun gunstige eigenschappen voor bodem en volgteelten, niet omdat er goed geld mee verdiend is. Op middellange termijn zou dat verbeteren. De Europese Commissie stelt geen torenhoge prijs in het vooruitzicht, maar wel een prijsvork van 170 tot 194 euro per ton in 2030. Dat is meer dan de circa 140 euro per ton die er momenteel voor tarwe en vochtige korrelmaïs betaald wordt, en ook beter dan het meerjarige gemiddelde. Op de prijsstijging is het nog even wachten, tot 2020 om precies te zijn. Eén van de onderliggende redenen is de stijgende energieprijs, wat wil zeggen dat ook inputs zoals kunstmest duurder worden.

Hoewel sommigen tarwe een opbrengstpotentieel van 20 ton per hectare toedichten, denkt de Europese Commissie dat boeren in de oude lidstaten bijna aan het maximum van hun kunnen zitten. Richting 2030 zal de tarwe-opbrengst per hectare lichtjes stijgen, maar die groei zal vooral uit de nieuwe lidstaten komen. In andere werelddelen zit er meer rek op de productiviteit van graanboeren. Nog een verschil is dat het voor landbouw beschikbare areaal in Europa niet kan groeien, en in veel lidstaten zelfs krimpt.

Onzeker is welke impact de klimaatverandering zal hebben op de oogsten, maar bevorderlijk is het vaker voorkomen van weersextremen zeker niet. Droogte en hittegolven op het verkeerde moment, tijdens de korrelvulling, temperen de opbrengstverwachting. Tegenover de grillen van de natuur staan de bijdragen die technologie kan leveren aan een hogere opbrengst. Akkerbouwers zullen tussen nu en 2030 precisielandbouw omarmen, maar de besparing op inputs (kunstmest, gewasbeschermingsmiddel) lijkt groter dan de productiviteitswinst. Er valt meer te verwachten van de veredeling en van aangepaste gewasbeschermingstechnieken. Bij de fabrikanten daarvan is wel een concentratiegolf bezig zodat boeren grondstoffen kopen van multinationals en graan verkopen aan handelaars en verwerkers die op hun beurt ook groter worden door overnames.

In zijn marktprognose houdt de Commissie er rekening mee dat van landbouw een grotere inspanning voor milieu en klimaat wordt verwacht. Milieukundig staat het gebruik van kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen onder druk. In de gangbare akkerbouw zullen teeltpraktijken daarom aangepast moeten worden, wat zijn weerslag kan hebben op de productiviteit. Ook de opmars van minder productieve biologische landbouw tempert de opbrengstverwachting. Alles bij elkaar genomen, houdt de Europese Commissie het op een kleine stijging van de graanproductie in 2030. Naar verluidt stevenen we tegen dan af op een graanoogst inclusief korrelmaïs van 341 miljoen ton.

Dat zal zonder het Verenigd Koninkrijk zijn, die geen deel meer zullen uitmaken van de Europese Unie. In de verkenning van de landbouwmarkten wordt de impact daarvan ingeschat. Op de helft van het Britse graanareaal groeit tarwe, maar gerst is sterk in opmars. De gerstoogst bedroeg vorige zomer 6,5 miljoen ton, wat de helft meer is dan in 2010. Hoewel de EU-27 een netto exporteur is van granen kopen we ieder jaar toch 2 tot 4 miljoen ton Brits graan. Zachte tarwe en (brouw)gerst worden naar het vasteland verscheept. Omgekeerd kopen de Britten circa 700.000 ton maïs aan.

De vraag naar granen op het Europese vasteland zou op middellange termijn toenemen, en wel met 10 procent wanneer je vergelijkt met het meerjarige gemiddelde (2012-2017). Het grootste graanvolume blijft bestemd voor de veevoederindustrie, maar de meeste groei valt te verwachten van niet-voedingstoepassingen. De zetmeelindustrie blijft op uitbreiding koersen, en die fabrieken draaien zowel op tarwe als op korrelmaïs. Van maïs kan ook isoglucose gemaakt worden, een zoetstof die concurreert met suiker. De biobrandstofindustrie zal tegen 2030 minder granen nodig hebben zodat minder dan vier procent van alle granen voor biobrandstof bestemd zijn.

Qua export zouden er goede kansen zijn voor Europese tarwe in de landen rond de Middellandse Zee, in de Golfstaten en in Sub-Sahara Afrika. Meer nog dan nu het geval is, worden Rusland, Oekraïne en Kazakhstan geduchte concurrenten in de graanhandel. Daar wordt fors geïnvesteerd in productie en logistiek. Graankwaliteit blijft wel een issue want de eiwitgehalten zijn er laag. Op de wereldmarkt komen de Europese graanexporteurs als vanouds ook de Amerikanen, Australiërs en Canadezen tegen.

Door competitief te zijn op vlak van prijs zou de EU zijn aandeel in de mondiale tarwehandel kunnen uitbreiden van 17 procent in 2017 naar meer dan 19 procent in 2030. De Europese graanstocks zullen al die tijd redelijk stabiel zijn, en ongeveer 21 procent bedragen van het jaarlijks maïsverbruik in eigen regio. Voor tarwe en gerst is de voorraad-versus-verbruik-inschatting 12 en respectievelijk 14 procent. Dat lijkt weinig vergeleken met de periode voor 2010, maar het is wel meer dan op het dieptepunt in 2012.

Wat betekent één en ander nu voor de prijs? Sterk stijgen gaat die niet doen, maar granen zouden toch duurder worden dan het huidige meerjarige gemiddelde. De Europese Commissie rekent met een prijsvork van 170 tot 194 euro per ton in 2030. Graan zou eerst nog een aantal jaren goedkoop blijven door de grote wereldvoorraad, goedkope energie en de zwakke euro. Korter bij 2030 trekt de tarweprijs aan door de vlotte export en stijgt de gerstprijs omdat de vraag vanuit China zich herstelt. Meer in het algemeen is de prijstrend voor alle granen stijgend vanaf 2020. Al moeten akkerbouwers er wel rekening mee houden dat ook hun kosten zullen stijgen wanneer de fabrikanten van kunstmest en andere inputs energie duurder moeten betalen. Omdat de graanstocks relatief klein zijn, is de voorspelling vanuit Brussel niet bestand tegen onverwacht lage graanopbrengsten in Europa of belangrijke productieregio’s daarbuiten.

Meer info: Agricultural Outlook 2017-2030

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Cofabel

Volg VILT ook via