nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

12.02.2019 Greenpeace misprijst schaalvergroting in veehouderij

Na een 'warm' pleidooi voor afbouw van de veestapel doet Greenpeace opnieuw van zich spreken met kritiek op de veehouderij. “Megastallen zijn in opmars in België”, klinkt het. “Zeventig procent van het Belgisch varkensvlees is afkomstig uit zo’n megastal. Ook in de pluimveehouderij zien we dezelfde schaalvergroting.” Greenpeace bestempelt hierbij alle veebedrijven met een omzet groter dan 500.000 euro als een megastal en hanteert dus geen dieraantallen. De boodschap die de milieuorganisatie wil brengen – kleine boeren werken milieuvriendelijker en verdienen daarom meer steun van Europa –, gaat dan ook vooral over centen. Fedagrim reageert want de federatie die stallenbouwers in haar rangen heeft, wil het negatieve beeld corrigeren dat Greenpeace haast vanzelf oproept door het begrip ‘megastal’ te gebruiken.

Het begrip ‘megastal’ komt overgewaaid uit Nederland, waar dat gedefinieerd wordt op basis van dieraantallen. In de Vlaamse kranten duikt het woord ‘megastal’ vooral op in artikels over buurtprotesten tegen een nieuwe kippen- of varkensstal. Greenpeace bestempelt alle veebedrijven die een omzet van minstens een half miljoen euro per jaar realiseren als megastallen. Zo komt het bij 4.120 megastallen in ons land. De eigenlijke kritiek luidt dat deze grotere ondernemingen “volop gesubsidieerd worden door de EU”. Volgens Greenpeace is dat nefast voor het milieu, het klimaat en de kleine boer.

De kleine boer wordt uit de Belgische markt gedrukt, concludeert Greenpeace uit een Europese studie die de organisatie liet uitvoeren door de Université catholique de Louvain (UCL). “Zowel voor varkensvlees, pluimvee als voor zuivel tekent zich een duidelijke tendens af: megastallen nemen een steeds groter deel van de productie voor hun rekening.” Het persbericht kleeft daar cijfers op: “In eigen land kwam 70 procent van het varkensvlees in 2016 uit de grootste bedrijven (in 2004 was dat nog 29%). Ook zeven op de tien kippen werden toen in megastallen gekweekt (27% in 2004). In het geval van zuivel kwam een kwart van de productie uit megastallen (in vergelijking met 3% in 2004). Het relatief beperkte aandeel van de echt grote bedrijven in deze deelsector heeft te maken met de melkquota die tot 2015 van kracht waren.”

Sebastien Snoek, de landbouwexpert bij Greenpeace, acht deze situatie niet langer houdbaar. “De kleine boeren zijn het slachtoffer van de manier waarop de Europese subsidies nu worden verdeeld. Het GLB zou net die boeren moeten helpen die de natuur beschermen. Megaboerderijen hebben een enorme impact op het klimaat, het milieu en op de water- en luchtvervuiling.” Daarom eist Greenpeace een radicale hervorming van het Europees landbouwbeleid. De organisatie stoort zich aan de 28,5 tot 32,6 miljard euro van het landbouwbudget die naar veeteelt gaat versus de kleine fractie aan subsidies die voorbestemd is voor kleinschalige en ecologische landbouw. De Europese subsidies moeten de transitie sturen, mét voldoende aandacht voor de penibele situatie waarin heel wat Belgische veehouders zich vandaag bevinden”, besluit Sebastien Snoeck.

In een reactie voor de krant De Morgen pleit Boerenbond voor realiteitszin. “Een duurzame omslag van de sector vraagt vooral veel investeringen, die juist voor kleine boeren meestal niet haalbaar zijn. Je kan geen ecologische utopie creëren als het economisch niet leefbaar is.” Boerenbond-woordvoeder Vanessa Saenen betwist daarom dat groener per definitie kleinschaliger betekent: het zijn net de grotere bedrijven die de financiële draagkracht hebben om hun stallen met moderne technologie uit te rusten. Eenzelfde geluid is te horen aan de faculteit Bio-ingenieurswetenschappen van UGent, waar professor en decaan Guido Van Huylenbroeck zegt: “Ook als we met zijn allen minder vlees gaan eten, zal het nog steeds milieuvriendelijker zijn om dat in grotere bedrijven te produceren.”

Het woordgebruik van Greenpeace – “megastal” – is Fedagrim in het verkeerde keelgat geschoten. Fedagrim is de Belgische federatie van toeleveranciers van machines, gebouwen en uitrustingen aan de landbouw. De experten in stallenbouw willen het volgende graag rechtzetten: “Dieren zitten niet op elkaar gepropt. Nieuwbouwstallen moeten aan de strengste normen voldoen. De oppervlakte per dierplaats in een stal werd de laatste jaren bijna verdubbeld. Stallen zijn voorzien van bijkomende natuurlijke lichtinval en ventilatiesystemen met luchtwassers om de uitstoot van ammoniak en geur tot een minimum te herleiden.”

“Wat de Belgische productie betreft, klopt de bewering van Greenpeace van geen kant”, besluit Fedagrim-voorzitter Johan Colpaert. Hij drukt de hoop uit dat ons vlees ook in de toekomst nog in stallen in eigen land geproduceerd zal worden. “Buiten Europa gelden diezelfde strenge productienormen niet. Als de Belgische landbouw verdwijnt en we straks nog meer afhankelijk worden van import, dan is dit één van de gevaren.”

Bron: eigen verslaggeving / De Morgen

Beeld: Focus-WTV

Volg VILT ook via