nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

08.09.2017 Groeihonger West-Vlaamse diepvriessector niet gestild

De West-Vlaamse diepvriessector maakte de voorbije decennia een spectaculaire groei door. Vandaag heeft één op de twee zakjes diepgevroren groenten in Europa Belgische roots. "Je beschikt er over de unieke combinatie van zeer vruchtbare grond, een mild klimaat met weinig zware vorstdagen en een ondernemersgeest”, aldus Luc Vanoirbeek van Boerenbond. Klimaatorganisatie Climaxi plaatst in een nieuwe film enkele kritische kanttekeningen. 

Het kloppend hart van de Europese diepvriesgroentenindustrie ligt verscholen in enkele West-Vlaamse dorpen rond Roeselare. Een handvol bedrijven produceert er enorme hoeveelheden diepvriesgroenten, goed voor ongeveer de helft van het totale Europese volume. “Toen de vlasboeren halfweg de jaren 50 in een crisis verzeilden, wierpen ze zich op groenteteelten die hoge opbrengsten genereerden”, aldus Luc Vanoirbeek van Boerenbond. “De boeren zochten evenwel afnemers. Enkele schrandere ondernemers zagen brood in de gestage opmars van diepvriesgroenten. Pioniers waren de drie broers Dejonghe, die in 1965 het bedrijf Pinguin oprichtten, wat later zou uitgroeien tot één van de belangrijkste spelers. Al snel volgden andere West-Vlaamse families hun voorbeeld.”

"Je beschikt er in de streek over de unieke combinatie van zeer vruchtbare grond, een mild klimaat met weinig zware vorstdagen en een ondernemersgeest", aldus nog Vanoirbeek. Schaalgrootte lijkt een bepalende factor voor de toekomst van de sector te gaan worden. Dat bewees Ardo door het Canadese VLM Foods te kopen, daarmee de Amerikaanse markt te betreden en uit te groeien tot het grootste diepvriesgroentebedrijf ter wereld met meer dan 1 miljard euro omzet. "Het zou me niet verbazen dat we de komende jaren nog fusies of samenwerkingsverbanden zullen zien", zo denkt Vanoirbeek.

De sterke concentratie van diepvriesgroentebedrijven legt ook de Belgische economie geen windeieren. Vorig jaar werd voor ruim 1,3 miljoen ton aan diepvriesgroenten vanuit ons land geëxporteerd, hoofdzakelijk naar de buurlanden. Met die 1,3 miljoen ton, goed voor een exportwaarde van 1,2 miljard euro, palmen de Vlaamse concerns ruim een derde van de Europese markt in. Als je ook de buitenlandse fabrieken meetelt, komt zelfs één op de twee zakjes diepvriesgroenten van één van deze West-Vlaamse bedrijven.

Bonduelle is de belangrijkste Franse speler, en ook in Spanje en Polen hebben de West-Vlaamse tyconen enkele rivalen. "Maar veel landen missen de unieke combinatie van goede grond en een mild klimaat", legt Vanoirbeek uit. "Spanje is te warm, Polen beschikt over zes types grond waarvan er slechts één geschikt is voor groenten, en de Fransen zijn vooral gericht op intern verbruik in plaats van export. Nu Ardo als eerste de stap buiten Europa zet, is de veroveringstocht van de Noord-Amerikaanse markt ingezet.”

Tegenover dat indrukwekkende groeiverhaal plaatst Climaxi, een beweging voor klimaat en sociale rechtvaardigheid, enkele kritische kanttekeningen. “De lokale landbouw wordt opgeslokt door de voedingsindustrie en is daardoor nog nauwelijks leefbaar”, aldus Filip De Bodt van Climaxi. De Bodt interviewde verschillende Vlaamse land- en tuinbouwers en verwerkte hun getuigenissen in een nieuwe documentairefilm, ‘Ceci n’est pas une patate’.

“Het was een emotionele tocht”, aldus De Bodt. “De lokale boerenstiel wordt ernstig bedreigd door grootschaligheid, de voedingsindustrie en warenhuizen. In de meeste interviews getuigden landbouwers dat hun investeringen en inspanningen te weinig opbrachten om te overleven. Ze voelen zich een speelbal van hun afnemers. Gelukkig hebben sommige boeren een antwoord gevonden op de toenemende druk van de voedingsindustrie, door hun producten zelf of via eigen coöperatieven zoals Voedselteams rechtstreeks te verkopen aan de consument. De boerenstiel verdient ons aller steun en respect.” 

Bron: Het Laatste Nieuws / Het Nieuwsblad

Volg VILT ook via