nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

05.06.2019 Groenteteelt reeds sterk geviseerd door mestbeleid

In de aanloop naar het zesde mestactieplan vroegen de milieuorganisaties om een actieplan voor de intensieve groenteteelt. Dat kwam er niet, maar uit het verslag dat de Vlaamse Landmaatschappij maakte van het openbaar onderzoek valt op te maken dat de mestwetgeving sowieso in heel wat maatregelen voorziet die pijnpunten in deze sector moeten verhelpen. De verplichte inzet van vanggewassen bijvoorbeeld, want dat noopt tuinders tot een bijsturing van hun intensieve teeltrotatie met enkel groenten. Kunstmestgebruik wordt intensiever opgevolgd, en een najaarstoepassing kan enkel op basis van bodemstalen. Reeds in het vorige mestactieplan werden de bemestingsnormen voor groenten in een drietal klassen gedifferentieerd volgens de bemestingsbehoefte van de gewassen.

Het openbaar onderzoek van het nieuwe mestactieplan leverde een 1.000-tal reacties op. Ongeveer de helft daarvan was afkomstig van landbouwers. Zij reageerden met betrekking tot de gebiedstype-indeling, de gebieds- en sectorgerichte maatregelen, handhaving, nalevingsgraad, haalbaarheid van de waterkwaliteitsdoelstellingen, enz. Ze deden ook suggesties ter verbetering van de bodemkwaliteit. Wat dat laatste betreft bouwt MAP6 verder op MAP5 door het gebruik te stimuleren van meststoffen, zoals stalmest en compost, die bijdragen tot een toename van het organische koolstofgehalte in de bodem. Algemeen merk je van landbouwerszijde toch de bezorgdheid dat het mestbeleid er onvoldoende in slaagt om maatregelen die nodig zijn voor de waterkwaliteit te verzoenen met maatregelen die de bodemkwaliteit verbeteren.

Ook de milieuorganisaties maakten van het openbaar onderzoek gebruik om hun bezorgdheden en grieven kenbaar te maken. Kort voor de goedkeuring van het nieuwe Mestdecreet hebben ze de intensieve groenteteelt nog aangewezen als één van de oorzaken van de slechte waterkwaliteit in landbouwgebied. Daaruit volgde de vraag voor een actieplan specifiek voor deze sector. Het mestbeleid is niet in die zin aangepast. In de feedback die de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) geeft op de inspraakreacties lees je dat er ook zonder actieplan heel wat sectorspecifieke maatregelen zijn alsook generieke maatregelen die zeker hun effect niet zullen missen in de vollegrondsgroenteteelt.

VLM verwijst in het bijzonder naar het verplicht zaaien van vanggewassen en de opvolging van de nitraatresidu’s in het najaar. Op perceel- en bedrijfsniveau zal het kunstmestgebruik beter geregistreerd worden. Voor groentepercelen zijn bodemstaalnames al langer verplicht. En de bemestingsnormen werden door MAP5 al gedifferentieerd in drie klassen naargelang de behoefte aan nutriënten van de verschillende gewassen. “Met het brede instrumentarium van de huidige en toekomstige mestwetgeving mag verwacht worden dat ook de bemestingspraktijken binnen de groentesector steeds verder geoptimaliseerd worden”, aldus VLM.

Vanuit landbouwhoek werd erop gewezen hoe moeilijk het is voor groentetelers om hoge en kwalitatieve opbrengsten te verzoenen met een beperkte milieubelasting door bemesting. Toch ziet VLM nog marge voor verbetering: “Een verdere optimalisering is mogelijk van het tijdstip en de dosering van de basisbemesting en de bijbemesting. Op vlak van bemestingstechnieken zijn er nog mogelijkheden: rijen-, band- en puntbemesting en toepassingen van precisielandbouw. Tuinders kunnen mestsoorten gebruiken waarvan de samenstelling specifiek op bepaalde groenten is afgestemd. Oogstresten die het nitraatresidu in het najaar verhogen, kunnen beter beheerd worden, enz.” Wat daarvoor nodig lijkt, is naar verluidt een combinatie van engagement van landbouwers en bedrijfsgerichte begeleiding. MAP6 voorziet dat coördinatiecentrum CVBB landbouwers begeleid in hun bemestingsmanagement. De focus zal liggen op kennisoverdracht van goede bestaande en innovatieve bemestingspraktijken.

Meer info: resultaten openbaar onderzoek MAP6

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Loonwerk Defour

Volg VILT ook via