nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

"Jongeren motiveren voor landbouw is wereldwijd een uitdaging"
13.05.2019  Guy Callebaut en Josse De Baerdemaeker (Trias-ambassadeurs)

Vanuit de coöperatieve gedachte en een brede kijk op duurzame ontwikkeling engageren de Vlaamse groente- en fruittelers en hun coöperaties zich ook in projecten met het Zuiden. In 2014 startte veilingenverbond VBT een samenwerking op met ontwikkelingsorganisatie Trias. Een eerste missie naar Peru stond in het teken van kennisuitwisseling met een boerenorganisatie. Vorig jaar deed de ngo opnieuw beroep op Vlaamse landbouwexpertise. Trias klopte daarvoor aan bij veilingbestuurder Guy Callebaut (BelOrta / VBT) en mechanisatie-expert Josse De Baerdemaeker (KU Leuven). In hun rol van ambassadeur voor Trias vertellen ze over Ecuador, waar boeren op grote hoogte met hun handen in de aarde wroeten. Mechanisatie ontbreekt grotendeels, maar is hoognodig om de boerenstiel attractief te houden voor jongeren. Coöperaties zijn er wel, maar hebben meer in hun mars.

Vier jaar geleden kreeg het partnerschap tussen de Vlaamse groente- en fruitcoöperaties en ontwikkelingsorganisatie Trias concreet invulling met een missie naar Peru. Veilingenverbond VBT aanvaardde toen het peterschap van ANPE, een koepelorganisatie van ecologische boeren in Peru. Twee vrijwilligers, onder wie emeritus-professor en voormalig VBT-bestuurder Josse De Baerdemaeker, ondernamen vanuit Vlaanderen de reis naar het Andesgebergte. Eind vorig jaar deed hij dat opnieuw, ditmaal met Ecuador als land van bestemming. Ter plekke kreeg hij het gezelschap van Guy Callebaut. De vicevoorzitter van veiling BelOrta en voorzitter van de kwaliteitsstandaard GLOBALG.A.P. deelde op vraag van Trias al vaker zijn expertise met kleinschalige ondernemers in het buitenland.

ZuidAmerika1_IsabelCorthier.Trias.geVILT.jpg

“Mijn engagement past binnen Responsibly Fresh, wat staat voor maatschappelijk verantwoord ondernemen in de groente- en fruitsector. Veilingenverbond VBT evalueert daarmee de duurzame ontwikkeling van de sector”, legt Callebaut uit. Naast zijn ervaring als veilingbestuurder bij BelOrta en diens voorgangers kwam ook zijn expertise inzake kwaliteitsbewaking van pas. De certificatie van exportbananen buiten beschouwing gelaten, is GLOBALG.A.P. een grote onbekende in Ecuador. De boeren aangesloten bij Pacat – waarover later meer – hebben wel een eigen kwaliteitsstandaard. “In onze taal heet hun lastenboek ‘schone landbouw’. Het lijkt sterk op het Europees lastenboek voor bio omdat chemische hulpmiddelen uitgesloten worden. De universiteit van Ambato stelde het op. En het is er gekomen met de hulp van de provincie Tungurahua, waar Ambato de hoofdstad van is.

Zaterdagmarkt is belangrijker als verkoopkanaal dan de supermarkt (Guy Callebaut)

Callebaut was vooral gecharmeerd door het controlesysteem want een derde partij die audits doet, in dit geval de universiteit, pleit voor de integriteit van een lastenboek. “Van het veld tot aan de poort van het landbouwbedrijf zit het goed in elkaar. Zo worden er bodemstalen genomen ter controle op zware metalen. In vulkanisch gebied is dat nodig. Tweemaal per maand komen agronomen voor advies langs bij elke gecertificeerde landbouwer.” De oogst van de Andes-boeren belandt op het bord van burgers via de groothandel, de horeca en rechtstreekse verkopen op de boerenmarkt van Ambato en in een eigen winkeltje. Hoe korter de keten, hoe beter de boer beloond wordt voor zijn werk. Het kwaliteitsbewustzijn bij de producenten kan volgens Guy Callebaut beter want nu is het de consument die bij aankoop inspecteert en selecteert.

Landbouw op 1.500 meter hoogte, of zelfs ver boven de 3.000 meter, is allesbehalve evident. Infrastructuur is quasi onbestaande. En logistiek is altijd een probleem. Trias legt zich er niet bij neer dat de boeren in de bergen tot zelfvoorziening en overlevingslandbouw veroordeeld zijn. In de provincie Tungurahua versterkt de Belgische ngo Pacat, een unie van 34 boerengroepen die samen 500 ecologische groente- en fruittelers vertegenwoordigen. Met opleidingen en workshops investeert Trias in teeltverbetering. Samen met de boerengroepen zoekt de ngo ook naar de meest geschikte organisatiestructuur om hun producten gezamenlijk te verkopen. Guy Callebaut zag met eigen ogen dat de Ecuadoranen ook weten wat productpromotie is. “Op televisie en in de bussen, het meest gebruikte vervoersmiddel in Ecuador, werd een promotiefilmpje uitgezonden. Pacat promoot merken als ‘Alimentos Sanos’ en ‘Agricultura limpia’.”

ZuidAmerika3_IsabelCorthier.Trias.geVILT.jpg

De grote verscheidenheid aan groenten en fruit viel Josse De Baerdemaeker op. “Een Ecuadoraanse boerderij op 2.000 meter boven de zeespiegel ziet er heel anders uit dan het bedrijfje van een collega die nog eens 1.000 meter hoger actief is.” Op een duizelingwekkende hoogte van 3.000 meter telen boeren zowaar nog aardappelen. Trias stimuleert dat want commerciële aardappelteelt laat boeren toe om te ontsnappen aan overlevingslandbouw. Aardappelen brengen meer op wanneer producenten ze ook gaan bewaren, wassen en verpakken. De ngo helpt de lokale boerengroepen daarbij want tot voor kort ontbrak elke vorm van infrastructuur.

Andes is de bakermat van de aardappelen (Josse De Baerdemaeker)

Ga je in Ecuador naar een markt verwacht dan geen wisselgeld terug te krijgen. Dat is er niet, een nationale munt al evenmin. Verse groenten worden er per dollar verkocht, en het aantal stuks wordt aangepast zodanig dat een verpakking 1 dollar waard is. “Dat is best handig op de markt”, aldus Callebaut. Aardappelen worden wel per kilo verkocht. Het viel De Baerdemaeker op dat de knollen het jaar rond geproduceerd worden in Ecuador. “Aardappelen zijn er een basisvoedingsmiddel. De verscheidenheid aan variëteiten is groot. Het Andesgebergte is de bakermat van de aardappel en daar zijn de boeren trots op. Zuid-Amerikanen eten de knollen als groenten, gekookt of in de vorm van puree, of gefrituurd maar vergelijk dat niet met onze frieten.”

ZuidAmerika4_IsabelCorthier.Trias.geVILT.jpg

De twee Vlamingen zagen in Ecuador landbouw in al zijn verscheidenheid, van heel goed gerunde bedrijven tot boerderijen die vooral gericht zijn op zelfvoorziening. Grond is heilig in de Inca-cultuur. Aan het hoofd van de boerderij staat meestal een vrouw. Hun man werkt in de stad. De kleine schaal van de meeste boerderijen is een stimulans voor samenwerking, maar niet alle leden van Pacat maken even actief gebruik van de diensten van hun coöperatie. “Pacat is zelf geen coöperatie maar een koepelorganisatie”, preciseert Callebaut. De koepel is actief in de toelevering aan landbouw en baat een leen- en spaarbank uit. Het zijn kleine geldbedragen die uitgeleend worden, bijvoorbeeld om een roterende onkruidhak aan te schaffen. Grote tractoren zijn zeldzaam in Ecuador.

Op vlak van mechanisatie lijkt het alsof de tijd heeft stilgestaan in het Andesgebergte. In Ecuador betekent landbouw op grote hoogtes zoveel als handenarbeid en een beetje hulp van dierlijke tractie. Beeld je het contrast in van een Europese boer die vanop een grote tractor kaarsrecht zaait met behulp van gps versus een Ecuadoraanse boerin die met de hak van haar schoen een voor trekt waarin ze het zaad werpt. Echt beulenwerk is de aardappelen aanaarden met een simpele hak. “Door de plaatselijke boeren een tractor te schenken, los je de achterstand inzake mechanisatie niet van vandaag op morgen op”, weet de Leuvense professor-emeritus, “want er is niemand die zo’n tractor kan onderhouden en zo nodig kan herstellen. Je hebt er ook werktuigen voor nodig en een bestuurder die er mee kan werken.”

ZuidAmerika5_IsabelCorthier.Trias.geVILT.jpg

Toch probeerde China het arme land vooruit te helpen door mecenas te spelen. Het schonk geen grote tractoren maar tweewielige motocultoren voorzien van een frees. Plaatselijke smeden bedenken nu hoe ze andere werktuigen kunnen doen passen achter de tweewieler. Boeren zijn vragende partij voor eenvoudige hulpmiddelen die ze zelf kunnen onderhouden, onder meer voor de aardappeloogst. Een opleiding landbouwtechniek naar Vlaams onderwijsmodel zou een welgekomen hulp zijn, beseffen De Baerdemaeker en Callebaut. “Basiskennis mechanisatie ontbreekt, met als gevolg bijvoorbeeld dat de sorteermachine voor aardappelen die de overheid financierde niet goed werkt. Ecuador geeft wel steun aan zijn landbouwsector, maar de communicatie tussen beiden loopt niet vlot.”

Lees ook: Nergens willen jongeren nog hele dagen in de modder wroeten

De Baerdemaeker en Callebaut zijn het eens met elkaar dat mechanisatie de enige weg vooruit is. “Er is een arbeidstekort in de landbouw. Het zware werk mechaniseren, is belangrijk om jongeren te motiveren voor de boerenstiel. Je mag van hen niet verwachten dat ze met een smartphone in de achterzak op hun knieën door de modder kruipen.” De jeugdwerking van Pacat verraste hen wel aangenaam: “Met de steun van Trias worden veel activiteiten georganiseerd zodat jonge boeren regelmatig samenkomen. Nog tijdens hun studies worden jongeren betrokken bij de werking van Pacat. Wereldwijd is het een uitdaging om landbouw attractief te houden voor de jeugd. In Vlaanderen is een landbouwer gemiddeld 55 jaar oud. Elders ter wereld gaat het met de opvolging in de landbouw nog slechter, zoals in Rwanda en Japan waar de doorsnee boer 67 jaar is.

ZuidAmerika2_IsabelCorthier.Trias.geVILT.jpg

De Club van Bologna, een denktank waar de emeritus-professor deel van uitmaakt, schrijft aan een strategie voor landbouwmechanisatie in Afrika. De Baerdemaeker: “De problemen daar zijn vergelijkbaar met wat we in Ecuador zagen. Wanneer Afrikaanse landen bilaterale akkoorden sluiten met groeilanden als India, China en Brazilië geven die laatste wel eens ontwikkelingshulp in de vorm van tractoren. Wanneer de verkiezingen voor de deur staan, zullen er weer honderden uitgeleverd worden aan Afrikaanse boeren. Dat werkt niet. Met de kennis van historische landbouwwerktuigen uit onze regio komen plaatselijke boeren en smeden verder.”

Samen met Trias bezochten Guy Callebaut en Josse De Baerdemaeker onder meer een aardappelboer en een bessenteler gespecialiseerd in tamarillo, zogenaamde boomtomaten. “Dat tweede bedrijf kocht grond, bouwde een loods en investeerde in een sorteermachine. Specialisatie doet zich dus ook in de Andes voor en het werpt vruchten af. De kleinste boerderijtjes brengen daarentegen niet genoeg op om te kunnen investeren.” Een aantal boeren specialiseren in exportgerichte teelten die een rendabele bedrijfsuitbating toelaten, zoals quinoa die met biocertificaat of fairtradelabel naar Europa en de Verenigde Staten uitgevoerd wordt. Of bananen, want Ecuador is de grootste exporteur ter wereld. Aan de kust groeien bananen in grote plantages van Dole en andere multinationals. Kleinere producenten verenigen zich en onderscheiden zich op de markt met het fairtradelabel.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Lieve Van Elsen & Isabel Corthier i.o.v. Trias

Volg VILT ook via