nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

"Imker is een onderschatte want verschrikkelijk zware stiel"
13.10.2014  Herman Torfs (imker)

Of hij nu al dan niet een landbouwer is, laat imker Herman Torfs in het midden. Feit is dat de overheid het ook niet goed weet want ooit belandde er een mestbankaangifte in de brievenbus van de enige imker die in Vlaanderen zijn boterham verdient met honing en bestuiving door bijen. Dankzij dit interview weten we wel zeker dat een professionele imker qua werkijver niet onderdoet voor een veehouder. “Het is een groot misverstand dat de bijen al het werk doen en een imker er maar wat op staat te kijken”, aldus Torfs. We zien nog meer gelijkenissen tussen een imker en een landbouwer: vakmanschap is voor allebei de eerste vereiste om iets te verdienen, het inkomen van zowel boer als imker is sterk afhankelijk van de grillen van de natuur en de groothandel lijkt voor geen van beiden een garantie op loon naar werken.

Waarom zijn er zo weinig imkers in hoofdberoep?
Herman Torfs: We zijn inderdaad met niet veel, zelf heb ik weet van een collega in Wallonië met 200 kasten en enkele beroepsimkers in Duitsland en Luxemburg. Misschien ligt het eraan dat bijenteelt een onderschatte en verschrikkelijk zware stiel is. Bij mooi weer sta ik te zweten in mijn imkerpak. Is het slecht weer, dan ben ik bezorgd over de honingproductie en het overleven van mijn bijen. De lente en de zomer zijn het drukst, dan ben ik niet weg te slaan bij mijn bijen. Zodra de diertjes in winterrust gaan, bestaan mijn taken hoofdzakelijk nog uit het ontzegelen van de honingramen (de waslaag eraf halen), de honing slingeren, de potjes vullen en de etiketten kleven. Dat gebeurt allemaal manueel want betaalbare machines die me veel tijd uitsparen, zijn niet voor handen. Imkerij is een passie: als 15-jarige begon ik met één bijenkast en ondertussen verzorg ik 800 bijenkolonies. Het plezante aan de stiel is dat je zo dichtbij de natuur staat.

Nog ieder jaar weten de bijen en de natuur mij te verwonderen

Vergissen we ons in de zelfredzaamheid van bijen als imker werkelijk een zware stiel is?
Sinds februari heb ik elke dag van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat werk gehad aan mijn bijen. Er kruipt bijvoorbeeld veel tijd in het vervoer van de bijenkasten want wanneer de fruitbomen in Limburg gaan bloeien, moeten 600 kasten gespreid opgesteld staan in de plantages. Waar de jeep niet meer door kan, moet ik met de bijenkast op een kruiwagen verder. Ook in aardbeientunnels moet ik dikwijls een lange wandeling afleggen om één kast te kunnen plaatsen. Daardoor lukt het me niet om meer dan 60 bijenkasten op een dag te vervoeren. De kunst is om overal op tijd te zijn want de fruittelers en tuinders betalen me voor de bestuiving van hun gewassen. Overal op tijd zijn, was door het vroege voorjaar van 2014 een nog groter probleem bij het controleren van de bijenkasten op zwermen. Een bijenkolonie streeft van nature naar vermeerdering zodat je in het voorjaar wekelijks elk raam van de bijenkasten gezien moet hebben. De larven snij ik weg vooraleer ze uitgroeien tot nieuwe koninginnen. Kom je als imker te laat, dan vliegt de oude koningin uit en neemt ze al gauw 15.000 bijen mee. Het bijenvolk is dan ernstig verzwakt. Door het mooie weer dit voorjaar moest ik uitzonderlijk al in april starten met de controles. De bijenkasten staan dan nog verspreid opgesteld in het fruit zodat het me veel meer werk kostte dan in het koolzaad. Een imker heeft nog een tweede goede reden om zijn kasten te controleren. Bij mooi weer kunnen ze op een week tijd barstensvol honing zitten.

bijen3_geVILT.jpg

Neemt de interesse voor bijenteelt toe?
Door alle (media-)aandacht voor bijen en vooral bijensterfte voelen veel mensen zich geroepen om de natuur en de bijen te redden. De cursussen van plaatselijke imkerbonden genieten een verhoogde belangstelling. Dat is goed want ook al draait het voor sommige mensen uit op een teleurstelling, een aantal nieuwe gedreven imkers hou je er altijd aan over.

De abnormaal hoge wintersterfte heeft al veel imkers doen afhaken. Ik blijf om die reden deeltijds buitenshuis werken

Heb je de voorbije winters last gehad van een hoge wintersterfte onder de bijen?
Enkele jaren geleden hield ik na de winter van 800 bijenvolkeren er nog nauwelijks 200 over. De slechte winters volgden zich op zodat ik stilaan rekening begon te houden met een wintersterfte van 30 tot 40 procent. Dat geeft zo veel financiële onzekerheid dat ik een deeltijdse job in de zoo van Planckendael niet durf opgeven. Afgelopen winter bleven problemen uit en sneuvelde maar zes à zeven procent van mijn populatie.

Wat kan de oorzaak zijn?
De gewasbeschermingsmiddelen die in de landbouw gebruikt worden, zijn volgens mij niet de grote boosdoeners waarvoor sommigen ze houden. Als dat wel zo was, dan zou elke imker een even grote wintersterfte moeten ervaren. In realiteit zijn er imkers die ongewoon veel volkeren verliezen terwijl een collega vlakbij geen problemen kan ervaren. Als de zogenaamde neonicotinoïden de oorzaak zouden zijn, waarom is bijensterfte dan ook een probleem in Oostenrijk? Daar worden geen bieten of maïs geteeld die behandeld worden met deze insecticiden. De soms verwenste monoculturen maïs zijn er al langer dan dat er sprake is van bijensterfte. Bovendien produceert maïs tenminste nog stuifmeel, graan niet. Nu toch niet meer, vroeger trof je in een graanveld nog korenbloem aan.

koolzaad_geVILT.jpg

Als het de landbouw niet is, wat dan wel?
De imkerij zou ik geen gebrek aan vakkennis durven aanwrijven. Hoe verklaar je dan dat er imkers zijn die al 30 jaar bijen houden en maar de laatste 10 jaar moeten vaststellen dat het niet meer lukt? Volgens mij is de varroamijt de hoofdoorzaak, in de wetenschap dat virussen en bacteriën sneller schade kunnen aanrichten bij bijen die verzwakt zijn door varroa. De ervaring leert me dat de wintersterfte toeslaat bij een volledige bijenstand – 30 tot 100 bijenkasten die in elkaars buurt staan – ofwel in niet één kast. Het risico voor de imker is navenant zodat veel collega’s er de voorbije jaren de brui aan gaven. Onze grootste ergernis is dat we nog altijd moeten gissen naar de exacte oorzaak.

Van een veld koolzaad slinger je als imker met zekerheid honing

Waar vinden uw bijen stuifmeel?
Bij voorkeur in koolzaadvelden in Wallonië omdat koolzaad mij de garantie geeft dat ik (veel) honing kan slingeren. Het gewas bloeit maar liefst vijf weken. De akkerbouwer op wiens perceel ik de kasten plaats, vergoedt mij niet voor de bestuiving van zijn gewas. Een grote honingproductie en het gemak van enkele tientallen bijenkasten bij elkaar te kunnen plaatsen, maken dat goed. Voor de eerste controles op zwermen zich aandienen, zouden alle individueel in de Limburgse fruitboomgaarden en aardbeienpercelen opgestelde bijenkasten verhuisd moeten zijn naar koolzaadpercelen. Door het vroege voorjaar ben ik daar dit jaar niet in geslaagd, met buitengewoon veel heen en weer gerij voor de kastcontroles tot gevolg. In het najaar komen de kolonies tot rust en hebben de bijen minder stuifmeel nodig. Overal gele mosterd als groenbedekker zaaien met het oog op een groter voedselaanbod voor bijen is in mijn ogen niet zo’n zinvolle maatregel. Als het over het stuifmeelaanbod gaat, is het vooral jammer dat er te veel goede voedselbronnen voor bijen sneuvelen onder het mom dat ze uitheems zijn. Tamme kastanje, acacia en balsemien zijn enorm waardevol voor bijen, maar zijn als exoot gedoemd om gekapt te worden.

Als ik ooit dieven of vandalen op heterdaad betrap…

Reageren mensen positief op de aanwezigheid van bijenkasten?
Lang niet altijd. Ik probeer de bijenkasten verborgen op te stellen, anders is er altijd wel een buurtbewoner die protesteert. En als het de buren niet zijn, dan Natuurpunt wel. In de jaren ‘80 had ik wel 150 bijenkasten staan op de heide in Zonhoven, gekend als de Teut, maar de ‘groenen’ hebben me daar weggejaagd. Een ‘gekweekt product’ hoort volgens hen niet thuis in natuurgebied. Ze lopen ook niet hoog op met mijn honingbijen en vinden solitaire bijen waardevoller. Wat me nog meer frustreert, is het vandalisme dat ieder jaar opduikt. Als imker sta je machteloos tegenover onbekenden die je bijenkasten stelen of omver duwen. Enkele jaren geleden werden in Brustem (Sint-Truiden) zelfs bijenkasten in brand gestoken. Wie doet zoiets, vraag ik me dan af. Emotioneel is dat erg zwaar en financieel ook: als de dieven vier kasten met honing stelen dan is mijn winst op de 30 bijenkasten die er staan weg.

bijen1_geVILT.jpg

Via welke kanalen verkoop je de honing?
Ieder jaar verkoop ik enkele duizenden kilo’s honing aan consumenten die hier in Aarschot honing komen kopen rechtstreeks bij de producent. Alle winkeliers in de wijde omtrek verkopen mijn honing en tot slot zijn er ook collega-imkers die bij mij aankopen wanneer de eigen honingproductie een jaar tegenslaat. In een grootwarenhuis ga je mijn honing niet vinden, hoewel ik de kans ooit had. Maar ik promoot mijn honing als streekproduct en dan hoort het in mijn ogen niet thuis in supermarkten in heel Vlaanderen. Bovendien stoort het me wanneer een tussenschakel 30 procent marge claimt voor het ‘voorrecht’ dat mijn honing in hun rekken ligt.

Imkers die honing importeren en een eigen etiket geven, schaden onze sector.

Krijg je via thuisverkoop en kleinhandel een faire prijs voor de honing?
Een bijenkolonie produceert tussen de 20 en 80 kilo honing. Gemiddeld kom ik uit op 50 kilo per kast. Ter vergelijking, mijn grootvader was tevreden wanneer hij 10 kilo honing uit een kast kon oogsten. Voor de honing die ik aan de deur verkoop, krijg ik een eerlijke prijs (4 euro voor een potje van 500 gram, nvdr.). Mijn verkoopprijs aan winkeltjes met streekproducten is lager maar erg nipt becijferd. Als 30 tot 40 procent van de bijen tijdens de winter het loodje legt, dan is dat voor mij een forse financiële aderlating. Door de hoge wintersterfte zou ik eigenlijk een nieuwe prijsberekening moeten uitvoeren, maar ik durf het prijsverschil met importhoning niet te hoog laten oplopen. De concurrentie uit het buitenland is groot. Spanje en Frankrijk zijn twee grote producenten, maar er is ook goedkope import uit Roemenië, Bulgarije en zelfs China. Toch lig ik daar niet wakker van. Wat me wel stoort, is de oneerlijke concurrentie door buitenlandse honing die als Belgische verkocht wordt. In elke sector heb je mensen die het niet serieus menen. In de imkerij zijn dat degenen die goedkoop honing importeren, of zelfs kopen in de Aldi, om er vervolgens hun eigen label op te kleven en de potjes met winst door te verkopen. Dat is oneerlijk tegenover de consument en tegenover collega-imkers. Kortom, het schaadt onze sector.

bijen2_geVILT.jpg

We vernamen al dat ook de bestuiving van landbouwgewassen inkomsten oplevert. Hoe gaat dat in zijn werk?
De vergoeding die een tuinder mij verschuldigd is, varieert naargelang de honingproductie die een gewas oplevert en de gezondheidstoestand van de bijen wanneer ze voor hun voedsel enkele weken op één gewas aangewezen waren. Voor de bestuiving van een fruitboomgaard vraag ik enkele tientallen euro’s per kast. Na een viertal weken in een aardbeientunnel zijn mijn bijen op sterven na dood door de slechte leefomgeving, het monotone voedselaanbod en de bespuitingen die onder de kap uitgevoerd worden. Daarom staat daar een hogere vergoeding van 80 tot 90 euro tegenover. Tuinders (moeten) begrijpen dat ik mijn bijen niet voor een habbekrats kan laten verzwakken. Bestuiving door hommels die verkocht worden door een firma als Biobest beschouw ik overigens niet als concurrentie voor mijn bijen. Neem nu framboos, op een plantage zijn duizenden bijen nodig voor de bestuiving, niet enkele tientallen hommels. Een combinatie van beide is nog het mooist want bijen vliegen massaal uit bij mooi weer, terwijl hommels het werk kunnen doen als het weer tegenzit.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via