nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

19.10.2015 "Hernieuwbare energie is niet per definitie duurzaam"

Een kritisch rapport over de meerwaarde van hernieuwbare energie en materialen stelt dat hernieuwbare energie en grondstoffen niet automatisch als duurzaam mogen gerangschikt worden. “Zero emission cars of CO2-neutrale steden, die bestaan niet”, zegt Jo Dewulf, professor milieutechnologie aan de UGent. Ook bij de duurzaamheid van biomassa plaatst hij vraagtekens. “Het rendement en de efficiëntie van biomassa voor energieproductie is erg bescheiden”, klinkt het.

Professor Dewulf heeft zich twee jaar bij het Joint Research Centre van de Europese Commissie als wetenschapper en ‘visiting professor’ verdiept in de meerwaarde van hernieuwbare energie en materialen. Hij werkte samen met een hele reeks wetenschappers uit heel Europa om de duurzaamheid ervan in kaart te brengen. Het resultaat is een 300 pagina’s tellend rapport dat de titel ‘Sustainability Assessment of Renewables-Based Products’ draagt. “Als je echt wil weten of iets al dan niet duurzaam is, dan sta je voor een complexe opdracht”, verklaart Dewulf. “Het gaat verder dan alleen de milieuvoetafdruk, je moet ook kijken naar sociale en economische duurzaamheid.”

Het onderzoek naar milieuduurzaamheid staat volgens de professor al behoorlijk ver. “Sociale duurzaamheid daarentegen staat nog niet zo lang in de belangstelling. Met als gevolg dat het niet zo gemakkelijk is om dit in kaart te brengen, ook al is de consument almaar meer vragende partij. Kijk naar de discussie over de herkomst van landbouwproducten en van kledij. Niemand kan er nog omheen dat een aantal producten te goedkoop zijn”, legt hij de vinger op de wonde.

Duurzaamheid meten bij bedrijven blijkt één van de grote pijnpunten. Dat komt omdat de vrije markt, eigendomsrechten en confidentialiteit haaks staan op de transparantie die nodig is om duurzaamheid in kaart te brengen. “Je moet ook informatie kunnen vergaren over heel de productieketen. Niet alleen het betrokken bedrijf, maar ook bij al zijn toeleveranciers. Dat ligt niet altijd voor de hand”, weet Dewulf. Het volstaat ook niet om het onderzoek in de tijd en geografisch te begrenzen. “In een geglobaliseerde wereld moet je er rekening mee houden dat een product bij ons in België duurzaam lijkt, veel minder duurzaam kan zijn als je ook rekening houdt met wat er elders op onze planeet nodig is om zo’n product te maken”, aldus de professor.

Zo gelooft hij niet dat de zero emission car automatisch resulteert in een verbetering van de milieuvoetafdruk. “Niemand stelt zich de vraag waar de stroom voor de elektrische wagen vandaan komt. Als een eigenaar van een elektrische wagen een energieleverancier heeft die stroom aanbiedt van een oude, weinig efficiënte steenkoolcentrale, dan valt niet uit te sluiten dat die auto meer CO2 veroorzaakt dan een bezine- of dieselauto’, klinkt het.

Het rapport is ook niet mals voor hernieuwbare brandstoffen, al wordt er best een onderscheid gemaakt tussen biomassa en de andere hernieuwbare energiebronnen, zoals zon en wind. “De duurzaamheid van biomassa staat zwaar onder druk als die alleen geproduceerd wordt om te fungeren als energiebron. Energieteelten zoals koolzaad breken niet door omdat er heel wat nodig is om er uiteindelijk energie uit te halen. Neem nog maar de landbouwgrond om de gewassen te telen. Het is zonde om biomassa onmiddellijk in de fik te steken voor energieproductie”, meent professor Dewulf.

Volgens hem moet er eerst gekeken worden of er geen hoogwaardiger toepassingen mogelijk zijn, zoals als bouwsteen voor de chemie. Biomassa kan alleen een duurzame energiebron zijn als er geen enkele andere bestemming meer mogelijk is dan het materiaal op te stoken, zoals de omvorming van groente- en tuinafval tot energiebron. Zonne-energie is naar de mening van Dewulf niet in hetzelfde bedje ziek als biobrandstoffen. “Alle onderzoeken wijzen uit dat deze energievorm vrij efficiënt is: de voordelen zijn vele malen groter dan de nadelen. Maar de afvalproblematiek mag hier niet worden verwaarloosd. Er moet serieus werk worden gemaakt van de recyclage van oude zonnepanelen.”

Hoe Vlaanderen scoort op vlak van duurzaamheid hangt af van sector tot sector. “De chemische industrie loopt volgens mij voorop. En ook de recyclagesector scoort sterk.” Waar het Vlaanderen nog aan ontbreekt, is keten-denken. “Momenteel draait opvallend veel rond subsidies, zonder dat systematisch op ketenniveau gemeten wordt of de aanpak resulteert in een beperking van de CO2-uitstoot. De beslissing van de Vlaamse regering om een subsidie te geven aan kopers van elektrische wagen, is alweer een voorbeeld van zo’n aanpak”, stelt de professor.

Tot slot focust het rapport ook op de milieumeerwaarde van afbreekbare verpakkingen. “Onze conclusie is dat verpakkingen recycleren veel crucialer is dan ze afbreekbaar te maken als je iets wil doen aan alle plastic in de oceanen. Inzetten op afbreekbare verpakkingen wijst ook op het falen van het levenscyclusdenken. Terwijl dit laatste essentieel is als je wil streven naar echte duurzaamheid op onze planeet. Wie denkt automatisch aan aardolie als hij een kunststoffen omhulsel ziet van een smartphone? Het zou eigenlijk een reflex moeten worden. Zoals het ons vroeger is ingelepeld om geen plastic uit het autoraampje te gooi”, aldus nog Dewulf.

Bron: De Standaard

Volg VILT ook via