nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

17.02.2015 "Het business model achter onze voeding moet anders"

Overal ter wereld is er een uitstroom uit de boerenstiel terwijl we landbouwers nodig hebben om gezonde en betaalbare voeding te produceren. Om het tij te keren, is een voedselsysteem nodig waarin iedere schakel in de keten, ook de producent in Noord en Zuid, loon naar werken krijgt. Dat houdt een herdefiniëring in van een ‘correcte prijs’ want ‘de prijs die de consument wil betalen’ is duidelijk te eng. In het boek ‘#SavetheFoodture’ pleiten Gert Engelen en Saartje Boutsen van Vredeseilanden voor nieuwe business modellen voor landbouw en de hele keten die daarvan afhankelijk is. Op basis van hun gesprekken met supermarkten, voedingsbedrijven en boeren identificeerden ze enkele essentiële voorwaarden om duurzame voeding mainstream te maken.

Voor het eerst brengt een publicatie een omvattende stand van zaken van de inspanningen rond duurzame voedselsystemen bij de Belgische retail en voedingsindustrie. In ‘#SavetheFoodture’ gaat bijzondere aandacht naar hun relatie met boeren. Voor supermarkten is dat sowieso een moeilijk verhaal door het gigantisch verschil in omzet en marktmacht in vergelijking met een individuele boer, of zelfs een boerencoöperatie. In de voedingsindustrie erkennen veel bedrijven het belang en ook de wederzijdse voordelen van langdurige relaties met boeren. Vredeseilanden stelde ook vast dat er interesse is om meer werk te maken van transparantie doorheen de keten.

De risico’s (productie, commercieel, financieel) in de voedselketen zijn goed gekend, maar ze zijn niet evenwichtig verspreid doorheen de keten. De retail is vandaag de meest invloedrijke speler. De prijsdruk wordt aangewakkerd door de scherpe concurrentie tussen supermarkten en een consument die het gewoon is geraakt om lage prijzen te betalen voor voeding. Wanneer de inkopers van supermarkten prijsdruk uitoefenen op voedingsbedrijven wordt dat vaak doorgezet tot bij de boeren die doorgaans de zwakste schakel zijn en het meeste risico dragen.

Inmiddels zijn te veel landbouwers afhankelijk geworden van landbouwsubsidies om hun veel te lage inkomen te compenseren. In een duurzaam voedselsysteem kunnen boeren hun boterham verdienen met de verkoop van hun producten. Om tot zo'n duurzaam systeem te komen, zijn ware partnerschappen nodig tussen supermarkten, voedingsbedrijven en landbouwers. Gert Engelen en Saartje Boutsen hebben het in hun boek over ‘connect, collaborate, create and share value’ om aan te geven dat de toekomst zit in samenwerking tussen de verschillende actoren in de keten.

Om een duurzame keten zowel ecologisch, sociaal als economisch te realiseren, draagt elke schakel zijn steentje bij. De producent moet een kwalitatief en rendabel product leveren met respect voor mens en natuur. Voedingsindustrie en retail kunnen werken aan een duurzaam aankoopbeleid waarbij niet enkel de prijs van tel is, maar er ook gekeken wordt naar eerlijke verloning, transparantie, goede werkomstandigheden, ecologische prestaties doorheen de keten, enz. De consument kan via de keuze in zijn winkelkar belangrijke signalen geven. En overheden, tot slot, kunnen zulke dynamieken aanmoedigen, ondersteunen en zorgen voor een fair level playing field.

Over de verregaande veranderingen die nodig zijn om duurzame voeding uit de niche te halen, werd tijdens een ontbijtgesprek op de Plukboerderij in Schelle gepraat met een 40-tal personen uit de verschillende schakels van de voedselketen. Vredeseilanden koos doelbewust voor een plukboerderij. Niet dat Vlaanderen in de toekomst gevoed zal worden door duizenden van zulke kleinschalige CSA-bedrijven, maar de gangbare voedselketen kan wel leren van ‘community supported agriculture’. Communicatieverantwoordelijke Jelle Goossens noemt ‘pre-paid landbouw’, transparantie, de directe band met de consument en risicodeling als interessante kenmerken van CSA.

Vooral transparantie is die voormiddag in Schelle nog meermaals genoemd omdat het op vandaag vrijwel alleen de primaire sector is die voor transparantie zorgt via de vrij consulteerbare studies van de Vlaamse landbouwadministratie. Meer transparantie hogerop in de keten lijkt nodig om te kunnen werken aan meer vertrouwen tussen de verschillende schakels. “Transparantie is de basis. Het creëert begrip en vertrouwen en is noodzakelijk om verticale samenwerkingsmodellen op te zetten”, beaamt Peter Van Bossuyt, directeur van Boerenbond. Hij is zeer te spreken over het boek, onder meer omdat de korte keten niet te simplistisch als zaligmakend naar voor geschoven wordt. “Grote bedrijven en bedrijven die actief zijn in niches opereren naast elkaar, maar de groten kunnen wel lessen trekken uit de niches.”

David Leyssens, directeur van het multi-actornetwerk rond duurzaamheid Kauri, concludeert dat de het prijsmodel voor voeding geen verdere efficiëntiewinsten kan opleveren en er een nieuw model, gebaseerd op de waarde van voeding, nodig is. “Zelfs organisaties die de consument opleiden in de prijzenslag lijken zich daarvan bewust.” Hij hoorde in Schelle ook een pleidooi voor het uitbouwen van menselijke contacten om het begrip in de keten te bevorderen. Het belang van de dialoog tussen schakels in de keten is ook bij Nathalie Guillaume, sustainability manager bij Danone, blijven hangen. Danone brengt dat volgens Guillaume al in praktijk want de eerste producentenorganisatie bij een private zuivelfirma werd eind 2013 in Rotselaar erkend. Ook een multinational als PepsiCo Europe investeert in de relatie met zijn leveranciers. Dat zegt Caroline Charles, die benadrukt dat duurzaamheid wordt meegenomen in het aankoopbeleid van het bedrijf.

Koen Carels, secretaris van landbouwadviesraad SALV, stelt vast dat Vredeseilanden erin geslaagd is om alle actoren samen te brengen. “Niemand wou achterblijven en wie hier vandaag aanwezig is, doet dat niet om alleen maar aan ‘greenwashing’ te doen. Bedrijven die niet met duurzaamheid bezig zijn, zullen dat vroeg of laat tegen zich zien keren.” Joris Relaes, administrateur-generaal van het ILVO, apprecieert aan Vredeseilanden dat ze aandacht hebben voor het sociale en economische aspect van duurzaamheid. En hij keert terug naar de onderzoekssite in Melle in het besef dat de vraag naar een objectief meetmodel van duurzaamheid in de agrovoedingsketen groot is. Hendrik Vandamme, voorzitter van het Algemeen Boerensyndicaat, onderschrijft de tien voorwaarden die Vredeseilanden in het boek naar voren schuift om duurzame voeding mainstream te maken. “Van de enge focus op prijs moeten we evolueren naar een waarde gedreven verhaal rond voeding, waarin de kwaliteit van het product en de goede relaties tussen de verschillende schakels centraal staan.”

“We zijn op een punt gekomen dat we iets moeten doen. Hier in Schelle was er een positieve ‘vibe’ om samen voor een duurzame voedselketen te gaan”, besluit Saartje Boutsen van Vredeseilanden. “De initiatieven die er vandaag al komen vanuit retail en voedingsindustrie zitten vaak nog vast in de niche. Wij schuiven tien pistes naar voor om duurzaamheid door te trekken naar het grote gamma in de winkelrekken. Dat kan door bijvoorbeeld toeleveranciers met duurzame voedingsproducten meer schapruimte te geven of in te zetten op de duurzaamheidsprestaties van huismerkartikelen.”

Tijdens het schrijven aan het boek hebben Boutsen en haar collega Gert Engelen goede relaties opgebouwd binnen de Belgische voedselketen. Nu willen ze een maatschappelijk debat op gang trekken rond de tien pistes voor de toekomst. “En kijken hoe we die in praktijk kunnen brengen.” Door het boek breed te verspreiden, onder andere naar retailers en voedingsbedrijven, wil Vredeseilanden een open klimaat creëren voor de dialoog. Nieuwe rondetafelgesprekken zullen extra impulsen geven en met bedrijven die een voortrekkersrol willen spelen, gaat Vredeseilanden nauw samenwerken om positieve ontwikkelingen te faciliteren.

Meer weten? Lees geVILT ‘SavetheFoodture’ of bestel het boek.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Loonwerk Defour

Volg VILT ook via