nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

12.01.2018 Hoe evolueert Europese broeikasgasuitstoot tegen 2030?

Landbouw is goed voor iets meer dan 10 procent van de totale EU-28 uitstoot van broeikasgassen, met onder meer een aanzienlijke methaan- en lachgasuitstoot. Volgens Europese voorspellingen zal de uitstoot van die twee gassen, waarvan het broeikasgaseffect sterker is dan van CO2, tegen 2030 met 1,5 procent dalen vergeleken met referentiejaar 2008. Wat ammoniakemissies naar de lucht betreft wordt een daling van 10 procent verwacht en als het gaat over het stikstofoverschot dat risicovol is voor de waterkwaliteit wordt een verbetering van 2,6 procent voorspeld. 

In een uitgebreide vooruitblik tracht de Europese Commissie een inschatting te maken van waarheen de Europese landbouwsector evolueert. Daarbij hoort ook een voorspelling van de toekomstige uitstoot van broeikasgassen, gebaseerd op gegevens uit 2016. Daaruit blijkt dat de uitstoot door de landbouwsector van methaan en lachgas, de twee schadelijkste broeikasgassen, tegen 2030 met 1,5 procent zal afnemen ten opzichte van 2008 tot een equivalent van 433 miljoen ton CO2. De veehouderij zal in 2030 verantwoordelijk blijven voor 99 procent van de methaanuitstoot, waarvan het overgrote deel (85%) op het conto van herkauwers te schrijven is.

De belangrijkste bron voor de uitstoot van lachgas is het gebruik van minerale meststoffen, die in 2030 verantwoordelijk zullen zijn voor 51 procent van de totale lachgasuitstoot. In totaal zal de veehouderij verantwoordelijk zijn voor 72 procent van de totale uitstoot van methaan en lachgas. De overige 28 procent komen vrij bij de productie van akkergewassen, en een deel hiervan is bestemd voor de productie van veevoeder, zo merkt de Commissie op.

Meer dan 90 procent van de Europese ammoniakuitstoot is afkomstig van de landbouwsector. Mest is goed voor een aandeel van 80 procent in dat globale plaatje, het gebruik van minerale meststoffen voor de overige 20 procent. Ammoniak kan zich, eens in de lucht, binden aan andere vervuilende partikels die uitgestoten worden door industriële en huishoudelijke activiteit of door transport, en draagt bij tot de vorming van fijn stof.

De Commissie voorspelt tegen 2030 een daling van de ammoniakuitstoot met 10 procent, te danken aan duurzamere technieken voor mestopslag. Die daling moet bovendien gezien worden tegen een stijging van de vleesproductie met 8 procent en met 23 procent van de productie van melk en zuivelproducten, gerealiseerd met een kleinere veestapel (-9%).

Als laatste belangrijke milieufactor wordt naar het stikstofoverschot gekeken, ofwel de balans tussen de in- en outputs van stikstof op een landbouwbedrijf. Hoe groter dat overschot, hoe groter het risico op nitraatuitspoeling naar het oppervlakte- en grondwater, wat dan weer een negatieve impact heeft op milieu en natuur. In 2030 wordt het stikstofoverschot geschat op 63 kilo stikstof per hectare of 2,6 procent minder dan in 2008.

Die daling is een Europees gemiddelde, want onder meer voor Vlaanderen verwacht de Commissie dat het overschot ook in 2030 nog hoog zal zijn. De voorspelling houdt geen rekening met de nationale vertalingen van de Nitraatrichtlijn, die in Vlaanderen wordt geïmplementeerd in de vorm van verschillende Mestactieplannen. 

Lees het volledige rapport hier

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via