nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

25.03.2016 Hoe kan landbouw deelnemen aan de circulaire economie?

Een koe produceert mest. Die mest gaat op het land en doet gras en maïs groeien. Met dat voeder kan het dier melk of vlees produceren. Et voilà, de kringloop is rond. Zo simpel zit de circulaire economie echter niet in elkaar. De land- en tuinbouw werkt al van oudsher met natuurlijke kringlopen. Dat hebben we juist, zo bevestigt een nieuw rapport van het Departement Landbouw en Visserij. Maar door de verregaande industrialisering in de voorbije eeuw is ook deze sector geëvolueerd naar een efficiënt, maar lineair systeem van ontginning en uitputting. Daarom verkent de studiedienst van de landbouwadministratie de mogelijkheden van de circulaire economie voor de Vlaamse land- en tuinbouw. Een alleenzaligmakend model is er niet, zo blijkt, mogelijkheden zijn er wel zat.

In de circulare economie staat het sluiten van materialenkringlopen centraal. Het concept is de laatste jaren niet meer weg te denken uit het Vlaamse en Europese beleid. Ook een landbouwer kan er mee aan de slag gaan. Drie modellen laten zich ontwaren. Het rapport van het Departement Landbouw en Visserij bespreekt achtereenvolgens het kringloopbedrijfsmodel, het verwaardingsmodel en het multi-actor- en multifunctioneel landbouwmodel.

In het kringloopbedrijfsmodel probeert de landbouwer de kringloop zoveel mogelijk op het eigen bedrijf te sluiten. Dat vergt een bedrijfsvoering die niet voor elke landbouwer is weggelegd. Van intensief, gespecialiseerd en niet grondgebonden moet men overgaan naar een meer grondgebonden, gemengd bedrijfsmodel. Soms zal daarvoor samengewerkt moeten worden met naburige collega’s, die zo’n circulair model dan ook moeten accepteren en implementeren. Bij een gesloten kringloop hoort lokale productie van veevoeder.

Een bekende toepassing van kringlooplandbouw is de biologische landbouw: een productiewijze waarbij de natuurlijke cycli gerespecteerd worden en de menselijke invloed op het milieu geminimaliseerd wordt. Het rapport geeft biolandbouwbedrijf De Zwaluw als voorbeeld. Het bedrijf streeft ernaar om 100 procent zelfvoorzienend te zijn in veevoeder en bereikt nu al 98 procent. Op tien hectare teelt de familie een mengeling van zomertriticale, haver en veldbonen die het nodige krachtvoeder leveren voor het melkvee en de schapen. Mest wordt op het bedrijf verwerkt in een innovatieve compoststal van 500 m², waar de koeien vrij in rond lopen.

Een bedrijf kan ook de kringloop sluiten in nauwe samenwerking met een naburig bedrijf. Zo leverde de glastuinbouwcluster in Deinze een bijzondere samenwerking tussen aquacultuur en tomatenteelt op. Restenergie van de serres van Tomato Masters verwarmt de bassins van Aqua4C. Het nutriëntenrijke kweekwater wordt hergebruikt in de tomatenteelt. Het sluiten van kringlopen kan zo mogelijk nog innovatiever. Daarvoor namen de onderzoekers een kijkje over de grens in Nederland. Kringloopboerderij Ecoferm gebruikt de mest, CO2 en warmte van 3.600 rosé vleeskalveren voor de kweek van algen en eendenkroos. De pilot algenreactor bevindt zich bovenin de stal en maakt gebruik van de dunne fractie van het digestaat. De algen worden niet geoogst, maar gevoederd aan de dieren als verrijkt drinkwater.

Het tweede model, verwaardingsmodel genaamd, stelt de landbouwer voor de uitdaging om afzetmogelijkheden te vinden voor bepaalde stromen. Hij fungeert als leverancier van grondstoffen in een sectoroverschrijdende keten die gebaseerd is op biomassa. Of hij die afzet vindt, hangt onder meer af van de concurrentiepositie ten opzichte van niet-circulaire producten. Zo verpest de huidige lage olieprijs het vandaag voor heel wat biogebaseerde alternatieven.

De studiedienst van de Vlaamse landbouwadministratie ziet het als een grote uitdaging om vraag en aanbod van biomassastromen optimaal op elkaar af te stemmen. Een (virtueel) platform waar partijen uit verschillende sectoren elkaar kunnen vinden, kan daarbij helpen. “Cruciaal om een afzetmarkt te vinden voor (rest)stromen is het aanknopen van slimme samenwerkingsverbanden, het vinden van de juiste partners en het maken van goede afspraken rond beschikbaarheid van de biomassa”, klinkt het.

De vraag is in hoeverre landbouwers hierin een actieve rol willen opnemen, en dus actief op zoek gaan naar afzetmogelijkheden. Een belangrijke bedenking is nog dat verwaarding van reststromen geen doel op zich mag zijn. Dat zou als pervers effect kunnen hebben dat er juist meer afval wordt geproduceerd, terwijl we in eerste instantie nog altijd streven naar minder afval.

Ook het bewaken van de cascade van waardebehoud is een moeilijke oefening. Heeft het eigen gebruik in de landbouw voorrang op misschien een meer hoogwaardig gebruik in de chemie? Vanuit Vlaamse landbouwhoek, maar ook vanuit de Europese boerenkoepel Copa-Cogeca wordt benadrukt dat het eigen gebruik op het landbouwbedrijf prioritair is. Interne kringlopen hebben als voordeel dat verliezen door opslag en transport vermeden worden.

In het multi-actor- en multifunctioneel landbouwmodel wordt het landbouwbedrijf een schakel in een circulaire, verstedelijkte omgeving. Daar vervult het diverse functies en werkt het samen met andere actoren, zoals burgers, ngo’s en lokale besturen. Ook in dit model is de uitdaging het vinden van de juiste partners en het sluiten van de juiste partnerschappen. Verder zit een ambitieuze taak ook in het differentiëren van het aanbod van producten, diensten en activiteiten en het vinden van een eigen plek in de verstedelijkte ruimte. Landbouwers nemen dit nog te weinig gecoördineerd op. Een visie op landschapsniveau is eveneens vereist.

Het huidige discours in de land- en tuinbouw concentreert zich vooral op efficiëntie en lage kosten. Toch ontwaart de studiedienst ontluikende kiemen van circulair denken en handelen in de land- en tuinbouw: een agro-ecologisch biobedrijf, valorisatie van reststromen uit de tomaten- en paprikateelt voor verpakkingen, stadslandbouwprojecten, enz. “De meeste initiatieven zijn vooralsnog kleinschalig”, constateren de onderzoekers, “en ze kampen nog met technische en organisatorische uitdagingen en onzekerheid over het economisch rendement.”

Elke landbouwer-ondernemer moet naar verluidt zelf de analyse maken of hij zich in de circulaire economie kan inschalen. Een alleenzaligmakend model is er niet. Een voorwaarde is wel dat de landbouwer kennis en inzicht verwerft, nieuwe technologieën implementeert en investeringen doet. Een aantal randvoorwaarden kunnen een circulaire systeemverandering bevorderen: stimuleren van innovatie en kennisuitwisseling, faciliteren van samenwerking, slim ruimtelijk plannen, stad en omliggend platteland verbinden en sensibiliseren van de consument.

Meer info: Departement Landbouw en Visserij
 

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via