nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

08.01.2019 Hoe klein of groot is 'horrorgehalte' van een megastal?

De opmars van megastallen in Vlaanderen baart organisaties zoals Animal Rights en Natuurpunt zorgen. In veel gevallen zou het geld ervoor uit Nederland komen, waar de regels rond milieu en dierenwelzijn strenger worden. Maar het woord ‘megastal’ mag geen te emotionele lading krijgen. "Strengere eisen leiden nu eenmaal vaak tot een grotere schaal, en bovendien stoot zo'n megastal in totaal veel minder uit dan de verouderde stallen die hij vervangt", zegt Nederlands onderzoeker Bram Bos, die het lokale verzet echter begrijpt. "Lokaal zijn er gevaarlijke piekconcentraties te merken van ammoniak en fijn stof. En de geur valt inderdaad moeilijk te negeren."

In haar nieuwste shock-campagne kaart dierenrechtenorganisatie Animal Rights de leefcondities in de 'megastal' van Lokip in Merksplas aan. Zowat 290.000 leghennen leven er in verrijkte kooien of in een scharrelstal. Ook inspecties van Animal Rights in de Nederlandse provincies Flevoland, Noord-Brabant, Gelderland en Limburg leverden gelijkaardige beelden op. De onderliggende boodschap: zulke megastallen zouden beter horrorschuren heten. Is dat zo?

"Schaalvergroting verhoogt het risico op falen bij het management of de opleiding van het personeel, maar in een megastal gaat het niet per definitie slechter met dierenwelzijn dan in een familiebedrijfje", zegt Bram Bos, die aan Wageningen Universiteit onderzoek doet naar duurzaam landbouwbeleid. Inderdaad: alle stallen, groot of klein, moeten aan dezelfde dierenwelzijnswetgeving voldoen. "Die megastallen halen in feite het onderste uit de kan binnen de bestaande regelgeving", maakt ook professor dierenrechten Frederik Swennen (UAntwerpen) een diplomatische analyse. "Maar de regelgeving kan veel effectiever."

De megastal verbannen lijkt niet meteen aan de orde. Maar omdat Nederland, waar megastallen al langer ingeburgerd zijn, een steeds strengere wetgeving op vlak van dierenwelzijn en milieu hanteert, zouden spelers van daar de grens oversteken. "Die lakse handhaving is de laatste jaren een duidelijke factor in het groeiend aantal megastallen in de regio rond Hoogstraten", zegt Stan Geysen (Natuurpunt), die de trend in die streek opvolgt. "Vaak wordt gewerkt met Vlaamse uitbaters voor de Nederlandse agro-industrie."

Hoeveel megastallen er in onze contreien zijn, blijft volgens de krant De Morgen onduidelijk. StatBel-cijfers die landbouwbedrijven per grootte opdelen, hanteren te 'kleine' categorieën om de som te maken. Voor 2015 weten we bijvoorbeeld enkel dat er 452 bedrijven waren in de hoogste categorie: minstens 3.000 varkens. Dat is niet eens de helft van het 'megaminimum' van 7.500 varkens, als je de Nederlandse definitie van ‘een megastal’ volgt. Nog een megastal volgens onze noorderburen: 1.200 fokvarkens, 120.000 leghennen, 220.000 vleeskuikens, 250 melkkoeien of 2.500 vleeskalveren.

Dat er een schaalvergroting aan de gang is in Vlaanderen, is echter onmiskenbaar. In tien jaar tijd is het gemiddeld aantal dieren in een varkensbedrijf met 47 procent gestegen, zo blijkt uit het laatste jaarrapport van het Departement Landbouw en Visserij. Voor een pluimveebedrijf is dat zelfs 64 procent. Uit een enquête bij varkenshouders blijkt wel dat slechts een beperkt aantal bedrijven hun varkensproductie wil uitbreiden. ‘Vooral grotere bedrijven met forse uitbreidingsplannen’, staat er. "In onze cijfers zien we echter geen stijging van Nederlanders die een bedrijf in Vlaanderen opstarten", zegt departementswoordvoerder Nele Vanslembrouck.

Bron: De Morgen

Volg VILT ook via