nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

12.04.2019 Hoe vermijden dat graanhaantje een graantje meepikt?

Geïntegreerde bestrijding is bij het beschermen van landbouwgewassen tegen schadelijke insecten de norm geworden. Nog niet voor iedere plaag in ieder gewas is dat mogelijk. Een voorbeeld hiervan is de bestrijding van graan- en grashaantjes in wintertarwe. Er is nog te weinig geweten over de factoren die de ontwikkeling van deze plaaginsecten bevorderen. Ook zijn er geen relevante schadedrempels beschikbaar om de bestrijding te sturen. Graan- en grashaantjes kunnen voor grote opbrengstverliezen zorgen in bepaalde jaren. Daarom zocht een onderzoeksteam onder leiding van professor Geert Haesaert in het kader van de UGent-Bayer leerstoel voor ‘Forward Farming’ naar een oplossing. De proeven gebeurden op een akkerbouwbedrijf in Huldenberg dat tevens demohoeve van Bayer is.

Graan- en Grashaantjes zorgen jaarlijks voor grote verliezen in de wintertarweteelt. De aanwezigheid van dit plaaginsect kan echter sterk verschillen van jaar tot jaar. “Dit komt omdat verschillende factoren invloed uitoefenen op de ontwikkeling van het insect. Zo verloopt de ontwikkeling sneller bij hoge temperaturen waardoor er reeds vroeger in het seizoen schade optreedt. Ook teelttechnische maatregelen spelen een rol, zoals de zaaidichtheid en de insecticidekeuze. Droogte of aantasting door andere plaaginsecten zorgt voor een verdere afname van de opbrengst”, verklaart professoor Geert Haesaert (UGent).

Momenteel gaan landbouwers een insecticide spuiten wanneer ze graan- en grashaantjes waarnemen. Alleen weten ze niet wanneer zo'n behandeling loont want economische schadedrempels ontbreken. Daar brengt de universiteit verandering in. Professor Haesaert: ”Dit onderzoek stelde ons in staat om nauwkeurig een economische schadedrempel te bepalen voor onze regio. Nu moeten we niet langer steunen op verouderde schadedrempels uit de VS. Bij een curatieve behandeling ligt de schadedrempel op 0,4 larve per halm. Deze waarde is gebaseerd op verschillende veldproeven in Vlaanderen, waaronder drie jaren opvolging op de Bayer Forward Farm ‘Hof ten Bosch’ in Huldenberg.”

Tijdens het onderzoek bestudeerde het team ook het effect van verschillende teelttechnische maatregelen. Deze gaan van de toegepaste zaaidichtheid tot het gebruikte insecticide. “Een hogere zaaidichtheid leidde tot minder larven per plant, maar het aantal larven en de opbrengst per hectare bleven onveranderd. De productkeuze voor gewasbescherming had wel een invloed. Zo bleken synthetische pyrethroïden het best te werken tegen graan- en grashaantjes”, aldus de professor. Tot slot werden nauwkeurig de weersomstandigheden en andere oncontroleerbare factoren in rekening gebracht om ook hiervan het effect op de plaagdruk te bepalen.

Dit onderzoek werd uitgevoerd in het kader van het biodiversiteits-luik van de 'Bayer ForwardFarming'-leerstoel. Met dit initiatief willen UGent en Bayer wetenschappelijke inzichten aan praktijkkennis koppelen om de Belgische landbouw te verduurzamen en te wapenen tegen de uitdagingen van de toekomst. “Hoewel er nog veel onderzoek moet gebeuren om de bestrijding van het graan- en grashaantje verder te optimaliseren, hebben we enkele grote stappen vooruit gezet. We konden een webtool ontwikkelen, geïntegreerd met een adviesmodel voor fusarium en bladluizen. Deze zal de landbouwer nu dus ook helpen bij de geïntegreerde bestrijding van haantjes. Geïntegreerde bestrijding zal de kosten drukken en heeft bovendien een positieve invloed op het milieu doordat minder nevenschade wordt aangericht”, besluit professor Geert Haesaert.

Meer info: UGent-Bayer Chair ForwardFarming

Bron: |

Beeld: faculteit Bio-ingenieurswetenschappen UGent

In samenwerking met: UGent-Bayer leerstoel Bayer ForwardFarming

Volg VILT ook via