nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

05.02.2019 Hoe zat het weer met de aanlandingsplicht?

Sinds 1 januari 2019 is de zogenaamde aanlandplicht in alle Europese visserijen in voege. Vissers mogen de ongewenste vangst nu niet langer meer teruggooien. Volgens wetenschappers die deze Europese maatregel uitgebreid hebben bestudeerd, kan het nieuwe systeem werken om de visserijbestanden gezonder te krijgen. “De maatregel hoeft voor de visserijsector op lange termijn niet te leiden tot erg zware meerkosten, maar de grote voorwaarde is dan dat iedereen de nieuwe regels correct naleeft”, klinkt het. In de controle op de naleving zien de onderzoekers momenteel zwakke plekken. ILVO-onderzoeker Sebastian Uhlmann schreef samen met twee collega-experts een wetenschappelijk boek over de kwestie.

Al in 2013 werd de aanlandplicht goedgekeurd als onderdeel van de hervorming van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid. Het grote doel: teruggooi van ongewenste vangst vermijden door vissers te verplichten die ook aan land te brengen. De maatregel zorgt voor méér sorteerwerk op de vaartuigen en voor meer inname van plaats in het ruim door ‘waardeloze’ vis. “Die nadelen sporen de vissers aan om manieren te vinden die de ongewenste bijvangsten in de netten reduceren”, verduidelijkt onderzoeker Sebastian Uhlmann.

Meerdere innovatieve visserijtechnieken die de selectiviteit van het net verbeteren, zijn al ontwikkeld sinds er sprake is van de aanlandplicht. Dat gaat van het inbouwen van ontsnappingspanelen in de netten tot het aanpassen van de grootte en vorm van de mazen. Volgens onderzoekers is er nog meer vooruitgang te boeken via zogenaamde tactische keuzes van de visser, met name slimmer kiezen op welke plaats en tijdstip hij zijn netten uitgooit. “Kaarten die plekken aanduiden met een hoger risico op ongewenste bijvangst, zijn al gemaakt voor haaien in de Azoren en voor kabeljauwachtigen in de noordelijke Noordzee. De vissers gebruiken ze nu om de risicoplekken te vermijden”, verduidelijkt Sebastian Uhlmann.

Ondanks alle selectiviteitsaanpassingen en uitzonderingen is het wellicht een illusie om de vangst van ongewenste vis op nul te brengen, vooral in gemengde visserijen. Er wordt dus toch (overal) ondermaatse vis aangeland en dat zal blijven gebeuren. Dergelijke vis mag niet verkocht worden voor directe consumptie. Hij moet ofwel vernietigd worden, ofwel moet er een vorm van verwerking aan land worden uitgebouwd. “De verwerking van de ongewenste vis in de Europese vissershavens staat nog in zijn kinderschoenen. Men verwacht van het onderzoek ideeën voor mogelijke haalbare valorisatieketens”, aldus Sebastian Uhlmann.

Dé voorwaarde om uit te komen bij (beperkte) economisch verliezen en bij herstellende visbestanden is een correcte naleving en handhaving. Maar het vermoeden bestaat dat vissers stiekem blijven teruggooien, vooral als de kosten en de lasten van de afhandeling aan land hoog zijn. Momenteel heerst onduidelijkheid over de praktische uitvoering van controles én over mogelijke sancties. “Eén stap naar goede handhaving is dat de samenstelling van de vangsten, liefst van op afstand (met camera’s?), snel en betrouwbaar wordt ingeschat”, zegt Sebastian Uhlmann. “In Canada en de Verenigde Staten zet men inderdaad camerasystemen aan boord. In Europa is die piste in onderzoek.”

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Departement Landbouw en Visserij

Volg VILT ook via