nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

12.12.2016 Hogan identificeert 3 prioriteiten voor nieuw GLB

Meer veerkracht in de landbouwmarkten, een duurzamer productiemodel en een vlottere bedrijfsopvolging. Dat zijn in een notendop de drie prioriteiten van Europees Landbouwcommissaris Phil Hogan voor het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB), dat het huidige landbouwbeleid vanaf 2020 zal vervangen. Om het debat daarover aan te zwengelen, zal de Commissie daarover begin volgend jaar een eerste publieke bevraging lanceren. “Het GLB moet vooral doelgericht zijn”, aldus Hogan. 

Op de Agricultural Outlook-conferentie die vorige week plaatsvond in Brussel werd door beleidsmakers uitgebreid nagedacht over de toekomst van het Europese landbouwbeleid, met als rode draad het uittekenen van een landbouw die efficiënter met zijn grondstoffen omgaat en bovendien ‘klimaatslimmer’ wordt. Die verduurzaming moet voor Hogan een absolute prioriteit zijn in het nieuwe GLB. Landbouw moet een belangrijke rol spelen in de strijd tegen de opwarming van het klimaat, zo vindt Hogan, en dat kan enkel als alle krachten gebundeld worden.

Het is absoluut in het belang van ons eigen welzijn dat we problemen als waterstress, bodemerosie, de vrije val van de biodiversiteit en de luchtvervuiling kordaat aanpakken, aldus Hogan. “Het nieuwe GLB moet meer milieu-ambitie tonen, dat is de enige juiste weg. We moeten meer produceren met minder inputs, en daarvoor moeten we meer investeren in innovatie en nieuwe technologieën. Die kunnen ervoor zorgen dat er minder nutriënten wegspoelen van onze akkers, en dat de landbouwmachines minder broeikasgassen uitstoten. We moeten de kennis en goede praktijkvoorbeelden daarover proactief gaan uitwisselen.”

“Wie anders dan de landbouwers zijn beter geplaatst om als beschermheer op te treden van de natuur en het milieu op het platteland?”, klinkt het retorisch. “Boeren zijn onze mannen en vrouwen op het terrein die deze opdracht tot een goed einde kunnen brengen. En als we meer gaan verwachten van onze landbouwers, dan denk ik dat het ook gerechtvaardigd is dat ze vergoed worden voor de kosten die het uitvoeren van deze maatschappelijke dienst met zich meebrengt.”

Wat het opkrikken van de veerkracht van de landbouwmarkten betreft, vraagt Hogan zich af of de instrumenten die het huidige GLB ter beschikking stelt in staat zijn om snel en efficiënt genoeg in te grijpen in tijden van crisis. “En zou het ook niet nuttig zijn als er op het niveau van de individuele landbouwer meer instrumenten beschikbaar zouden zijn om een marktdip het hoofd te bieden?”, aldus Hogan. Ook bij de wendbaarheid van voedselproducenten en -verwerkers om aan marktdiversificatie te doen stelt Hogan zich vragen.

Als het van Hogan afhangt moet er een sterker gediversifieerde waaier komen aan krachtdadige crisismaatregelen. De inkomenssteun moet daarin een centrale rol blijven spelen, zo vindt Hogan. “De positie van landbouwers in de keten moet versterkt worden, dat lijkt me duidelijk”, zo klinkt het. “Daardoor moeten ze op moeilijke momenten veerkrachtiger kunnen reageren, en zal automatisch heel de hele keten sterker worden.”

De derde grote prioriteit voor Hogan is de bedrijfsopvolging, een heikel punt in een sterk vergrijsde sector. In 2013 was slechts 6 procent van de 22 miljoen Europese land- en tuinbouwers jonger dan 35, terwijl 55 procent ouder was dan 55. “Als we de jonge generatie op de juiste manier kunnen lanceren, dan kunnen ze het gigantische potentieel dat de technologische vooruitgang met zich meebrengt in het hart van onze voedingssector injecteren”, zo hoopt Hogan, die niet denkt dat een gebrek aan interesse de nieuwe generatie uit de boerenstiel houdt. “Het is een reeks andere obstakels, zoals toegang tot grond en krediet, die hen parten speelt.

Vanuit Europa kunnen we denk ik enkele maatregelen nemen die meer jongeren aan de slag krijgen in de sector. Ik denk bijvoorbeeld aan kredietfondsen die zich nadrukkelijk richten op jonge enthousiastelingen, zoals dat vandaag reeds gebeurt in Estland, Duitsland, Roemenië en Frankrijk. Ik denk dat de Europese Investeringsbank hierin een belangrijke rol heeft te spelen. Zelf probeer ik de landbouwwetgeving zo veel mogelijk van administratieve rompslomp te ontdoen, al spelen ook de lidstaten zelf hier een belangrijke rol in, aldus Hogan. 

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Fotogroep ISO 400

Volg VILT ook via