nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

27.02.2017 Hogan is heilig overtuigd van nut van handelsakkoorden

De Europese Commissie steekt de loftrompet over de positieve impact van handel op landbouw. Aanleiding is een nieuwe studie waaruit moet blijken dat de handelsovereenkomsten met Mexico, Zuid-Korea en Zwitserland bijzonder positief uitdraaiden voor de export van Europese landbouwproducten. Ook hebben ze voor jobs gezorgd in de agrovoedingsindustrie. Landbouwcommissaris Phil Hogan ziet hierin het bewijs dat de sector baat heeft bij ambitieuze en evenwichtige handelsakkoorden. De extra import waarvoor bilaterale handelsverdragen zorgen, hoeft volgens deze studie geen probleem te zijn.

In november vorig jaar communiceerde de Europese Commissie al een eerste keer dat meer vrijhandel door de band genomen positief is voor de eigen landbouw. Het deed dat toen op basis van een inschatting van de impact van twaalf handelsakkoorden die nog in de pijplijn zitten. Het positieve effect van meer vrijhandel wordt nu opnieuw in de verf gezet, ditmaal op basis van een studie die drie bestaande handelsakkoorden onder de loep nam. In opdracht van de Europese Commissie bestudeerde consultant Copenhagen Economics de handelsverdragen tussen de EU enerzijds en Mexico, Zuid-Korea en Zwitserland anderzijds.

Uit de studie blijk dat de bilaterale akkoorden hebben bijgedragen tot meer handel in beide richtingen. De toegenomen invoer zou geen grote impact hebben op de binnenlandse productie. Invoer uit andere derde landen zou er door verdrongen zijn, en de toegenomen import zou ook opgevangen zijn door een stijgende vraag in de EU.

Drie jaar na het verdwijnen van alle handelsbelemmeringen tussen de EU en Mexico is de uitvoer van landbouw- en voedingsproducten vanuit de EU met 105 miljoen euro toegenomen. Het gaat vooral om verwerkte voeding en dranken. De extra invoer in datzelfde jaar, ter waarde van 316 miljoen euro, betrof voornamelijk primaire producten. Aan de vrijhandelsovereenkomsten met Zuid-Korea is nog niet volledig uitvoering gegeven. 2015 laat toch al een waardestijging van de uitvoer met 439 miljoen euro zien, vooral van primaire landbouwproducten. Met Zwitserland komt de agrarische handel neer op éénrichtingsverkeer waarbij de uitvoer in 2010, drie jaar na de volledige uitvoering van de handelsovereenkomsten, een waarde had van 532 miljoen euro.

"Alleen al dankzij deze drie overeenkomsten is de uitvoer van landbouw- en voedingsproducten uit de EU met meer dan 1 miljard euro gestegen en is de toegevoegde waarde in de agrovoedingsindustrie met 600 miljoen euro toegenomen”, citeert Europees landbouwcommissaris Phil Hogan uit de conclusies. “Al even belangrijk is dat de toename van de uitvoer gezorgd heeft voor duizenden extra banen in de EU, vooral in de landbouw- en voedingssector. Die cijfers tonen duidelijk aan dat de sector baat heeft bij ambitieuze en evenwichtige handelsovereenkomsten."

Recente en meer ambitieuze akkoorden, zoals dat tussen de EU en Zuid-Korea (2011), hebben een groter positief effect dan oudere en minder omvattende overeenkomsten zoals hetgeen in 2000 gesloten werd met Mexico. In de studie wordt benadrukt hoe belangrijk het is de handelsbesprekingen van de belangrijkste concurrenten van de EU van nabij te volgen om ervoor te zorgen dat de EU niet naar het tweede plan verschuift als het gaat over markttoegang voor landbouwproducten.

De drie beschouwde handelsovereenkomsten hebben er naar verluidt toe bijgedragen dat 2016 een recordjaar was voor de uitvoer van landbouw- en voedingsproducten uit de EU. Met een overschot van 18,8 miljard euro is de landbouw- en voedingssector goed voor bijna de helft van het totale overschot op de handelsbalans van de Europese Unie (39,3 miljard euro in 2016).

Meer info: Impact of EU trade agreements

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: European Union - Paolo Nunes Dos Santos

Volg VILT ook via