nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

Natuur als onderwerp van maatschappelijk debat
18.01.2016  Hoge bomen vangen veel wind

Meer dan 95.000 Vlamingen zijn lid van Natuurpunt. Terwijl andere middenveldorganisaties moeite hebben om hun ledenbestand op peil te houden, denkt de natuurvereniging in 2016 door te kunnen groeien naar 100.000 leden. Voor het beheer van 22.000 hectare natuur in Vlaanderen kan Natuurpunt rekenen op een 6.000-tal enthousiaste vrijwilligers, naast de eigen beheerploegen. Alles wijst erop dat het de natuurvereniging voor de wind gaat, maar hoge bomen vangen veel (tegen)wind. Chris De Stoop, schrijver van ‘Dit is mijn hof’, is niet mals voor de houding van Natuurpunt tegenover de havenuitbreiding in Antwerpen. Recent hebben onbekenden opnieuw bomen geplant in een gebied waar Natuurpunt de bomen kapte om heide te installeren. En het spanningsveld tussen Natuurpunt enerzijds en landbouwers, landeigenaars en jagers is nooit weg geweest.

Wie natuurvereniging zegt, denkt in Vlaanderen spontaan aan Natuurpunt. Met 22.000 hectare natuur in beheer is Natuurpunt met voorsprong de grootste van de door de overheid erkende terrein beherende verenigingen. Met meer dan 95.000 leden heeft Natuurpunt een achterban die aanzien schept in het middenveld. Dat Vlamingen Natuurpunt erkentelijk zijn voor de geleverde inspanningen blijkt ook uit de 1,22 miljoen euro aan giften van particulieren (cijfer 2014). En uit de meer dan 211.000 mensen die de bezoekerscentra aan de ingang van natuurgebieden over de vloer kregen. Natuur weet de Vlaming te begeesteren, of hoe verklaar je anders dat 6.000 vrijwilligers in hun vrije tijd hun laarzen aantrekken om in de natuurgebieden te werken, cursussen geven of studiewerk verrichten? Natuurpunt beschikt ook over eigen beheerploegen, waarmee het een bijdrage levert aan de sociale economie, en stelt in totaal net geen 450 mensen tewerk op het secretariaat in Mechelen en de buitendiensten.

Natuurbeheer leunt sterk op overheidssubsidies
Koken kost geld. Op een totaal budget van circa 36 miljoen euro in 2014 genereerde Natuurpunt 11,5 miljoen euro aan eigen middelen. Dat zijn lidgelden (circa 2,5 miljoen euro), sponsoring, giften en opdrachten voor derden. “Leden betalen jaarlijks 27 euro en ontvangen daarvoor het tijdschrift en een wandelgids”, vertelt woordvoerder Joris Gansemans. “Zowel de werking van het secretariaat, zoals de dienstverlening naar de leden, als een groot deel van de ondersteuning van vrijwilligers wordt daarmee betaald. Van alle inkomsten gaat 81 procent naar de aankoop en het beheer van natuurgebieden. Samen met het verhogen van de natuurkennis door studie, educatie en beleidswerk is dat de kernopdracht van Natuurpunt.” Ondanks de eigen inkomsten blijven subsidies volgens Gansemans zo’n 70 procent van de inkomsten van Natuurpunt uitmaken. “De grote subsidiestromen zijn gekoppeld aan sociale tewerkstelling, beheer van natuurgebieden en aankopen van grond in opdracht van de Vlaamse overheid. Al onze subsidies houden een resultaatsverbintenis in. Bovendien zijn ze ‘traceerbaar’ in de zin dat subsidies voor een bepaald natuurgebied verstrekt worden en wij moeten bewijzen dat daar de natuurdoelstellingen gehaald worden”, zo benadrukt hij.

natuur.natuurgebied.geVILT.jpg

Hoewel het balanstotaal van meer dan 200 miljoen euro graag geciteerd wordt door media is het voor Natuurpunt een uitdaging om in tijden van besparingen het jaar af te sluiten met een positief resultaat. Hoe kan dat? Van de 217 miljoen euro aan activa weerspiegelt ruim 194 miljoen euro de waarde van de gronden die Natuurpunt in bezit heeft. “Dat is virtueel geld dat er niet is”, legt de woordvoerder uit. Een natuurvereniging kan de gronden die het, vooral met overheidsmiddelen, verworven heeft natuurlijk niet te koop stellen. Het doel is ze als natuurgebied te vrijwaren op lange termijn. En stel nu dat ze dat wel zou doen, dan zouden er wellicht geen kopers zijn die geld willen uitgeven aan schrale natuurgronden om vervolgens hun broek te scheuren aan het beheer ervan. Bij een verkoop van gronden moet Natuurpunt overigens de ontvangen subsidies terugbetalen aan de overheid.

Boer bemest terwijl Natuurpunt verschraalt
Natuurbeheer komt meestal neer op het verschralen van gronden zodat meer plantensoorten zich kunnen vestigen. Het afgraven van de bovenlaag is de duurste methode maar soms een noodzakelijk kwaad. Door een rijke bemestingsgeschiedenis kan fosfaat zich immers opgehoopt hebben in de bodem. Anders dan stikstof is dit nutriënt weinig mobiel zodat de grond afgraven en afvoeren de enige manier is om er snel vanaf te geraken. Een veel goedkopere maar helaas ook veel tragere manier om dat te realiseren, is met maaien en/of begrazen. Op een derde van zijn totale oppervlakte past Natuurpunt begrazing toe met rundvee of schapen. De natuurvereniging heeft een eigen kudde grazers maar werkt voor dat soort beheer ook samen met een 800-tal landbouwers.

natuur.begrazing_geVILT.jpg

De natuurvereniging zet graag in de verf dat beide partijen daar wel bij varen. Natuurpunt hoeft zelf immers niet voor veehouder te spelen terwijl een landbouwer gronden kan inschakelen in zijn bedrijfsvoering die anders voor landbouwdoeleinden verloren zouden zijn. Hij moet er wel rekening mee houden dat een nul-bemestingsregime van kracht is. Enkele koeienvlaaien van de grazende dieren niet te na gesproken, wordt geen enkele vorm van bemesting getolereerd. Samen met andere beheerrichtlijnen die geen normale graslanduitbating toelaten (o.a. uitstel van maaien), doet dat de kwantiteit en kwaliteit van het gras geen goed. Zulke natuurpercelen worden voor een landbouwer dus jaar na jaar minder nuttig. Anderzijds blijven zulke percelen zich wel lenen tot de activering van inkomenssteun vanuit Europa.

Natuurbeheerders zweren het gebruik van glyfosaat af
Zuur klonk ook de landbouwer die ons op een beurs aanklampte met de vraag waarom media nooit schrijven over het gebruik van pesticiden door Natuurpunt en altijd de landbouw met de vinger wijzen. Wie de communicatie van Natuurpunt een beetje volgt, weet dat er harde woorden aan het adres van landbouwers vallen wanneer het over de milieudruk van chemische gewasbeschermingsmiddelen gaat. Zeggen dat de pot de ketel verwijt dat hij zwart ziet, zou de waarheid geweld aan doen. In de gangbare landbouw hoort het gebruik van bestrijdingsmiddelen er gewoon bij terwijl natuurbeheerders geen insecticiden en fungiciden inzetten en alleen een moeilijk verstandshuwelijk sloten met de onkruidbestrijder glyfosaat voor de bestrijding van invasieve exoten.

glyfosaat.natuurbeheer_DirkVanTroy.jpg

Een aantal liters kleven op het gebruik dat Natuurpunt in het verleden van glyfosaat maakte, kon of wou de woordvoerder niet doen. We vermoeden dat het aantal liters actieve stof voor een plaats-specifiek gebruik met borsteltjes en rugsproeiers in 22.000 hectare natuur maar een fractie is van de volleveldse bespuitingen op een landbouwareaal dat 30 maal groter is. Glyfosaat wordt door natuurbeheerders ingezet om de opslag van vervelende exoten te voorkomen. Aan Amerikaanse eik of vogelkers kan je kappen en blijven kappen omdat er steeds nieuwe scheuten worden aangemaakt. Glyfosaat is/was dan een ‘duurzamere’ in de zin van langdurige oplossing. Nadat het Internationaal Agentschap voor Kankeronderzoek glyfosaat in 2015 brandmerkte als ‘waarschijnlijk kankerverwekkend’ voor de mens is bij Natuurpunt beslist om het gebruik ervan in de gebieden die ze beheert volledig stop te zetten. Het Agentschap voor Natuur en Bos nam rond de jaarwisseling trouwens dezelfde beslissing voor de terreinen in overheidseigendom.

Landeigenaars en jagers steken hun neus aan het venster
Verspreid over gans Vlaanderen heeft Natuurpunt een 400-tal natuurgebieden in eigendom. Het beheer daarvan kost handenvol geld. Met de goedkeuring van een nieuw Natuurdecreet in 2014 hoopte Natuurpunt op een stijging van de beheermiddelen zodat die in overeenstemming zouden zijn met de reële kosten. De angst sloeg de natuurvereniging om het hart toen de focus in de opmaak van de uitvoeringsbesluiten sterk kwam te liggen op de Europees waardevolle natuur. Het leek er even op dat de minder hoogwaardige maar daarom voor de Vlaming niet minder belangrijke natuur financieel drooggelegd zou worden. Vandaar dat 2015 bij Natuurpunt in het teken stond van de campagne ‘Red de natuur in je buurt’.

De campagne moest de kansen voor de aankoop en het beheer van ‘lokale natuur’ gaaf houden. Volgens Natuurpunt stond het groen op wandelafstand van de Vlaming op het spel. Succesvol was de campagne in de zin dat er meer dan 80.000 handtekeningen ingezameld werden en de bevoegde minister beloofde om belang te hechten aan de lokale natuur. Maar de campagne zette ook kwaad bloed, meer bepaald bij de particulieren en organisaties die hun neus aan het venster staken om net zoals Natuurpunt aan natuurbeheer te doen. De kritiek van Natuurpunt op de uitvoeringsbesluiten kwam in die kringen over als verzet tegen één van de basisprincipes van het nieuwe Natuurdecreet: voortaan staan de subsidies voor aankoop en beheer van natuur open voor iedereen die dezelfde ambitie heeft en een goed natuurbeheerplan kan voorleggen. Om een kat een kat te noemen: Natuurpunt had de landeigenaars en de jagers op stang gejaagd want deze sectoren zijn overtuigd van eigen kunnen en willen als terreinbeheerder hun voet naast die van Natuurpunt plaatsen.

poel_VlaamsRuraalNetwerk.geVILT.jpg

Officieel reageerde de natuurvereniging altijd als volgt: “Hoe meer mensen aan natuur werken en hoe meer kwaliteitsvolle natuur er bij komt hoe beter.” Als kanttekening wordt daar wel bijgeplaatst dat natuurbeheerders in spe dezelfde natuurdoelen moeten behalen om aanspraak te kunnen maken op de overheidsmiddelen. Sommigen lezen daarin dat Natuurpunt de centen liever voor zichzelf zou houden, een foute lezing volgens de woordvoerder van de natuurvereniging. Zulke delicate discussies worden achter en af en toe voor de schermen gevoerd en in regel op het niveau van de belangenorganisaties. Dirk Van Troy uit Oud-Turnhout schreef de redactie een brief omdat hij er zich persoonlijk in wil mengen. Van Troy is zowel boseigenaar als jager, medeoprichter van eigenaarsvereniging De Zwarte Specht die opkomt voor de rechten van landeigenaars in Landschap De Liereman en Natura2000-ambassadeur voor de jachtsector en de eigenaars.

Natuurpunt plant bomen maar kapt zo nodig ook bos
Nadat activisten in een recent tot heide omgevormd natuurgebied van Natuurpunt bomen hadden geplant – in de pers werd dat beschreven als een ‘guerilla bosplantactie’ – kroop Van Troy in zijn pen. Hij ziet de bosplantactie als kritiek op de werking van Natuurpunt, kritiek die de vereniging naar zijn aanvoelen moeilijk kan verdragen. Als boseigenaar heeft hij het er ook moeilijk mee dat eigenaars achter de schermen aan natuurbeheer doen terwijl Natuurpunt de schijnwerpers van de media op zich weet te richten. Met de verbeterde toegankelijkheid van de natuur in Averbode in het achterhoofd repliceert Joris Gansemans dat gebieden van Natuurpunt opengesteld worden voor het grote publiek. Die openstelling beantwoordt aan een grote maatschappelijke vraag waar Natuurpunt aan wil tegemoetkomen.

ontbossen.geVILT.jpg

Als de guerilla-actie op de grens van Averbode en Herselt iets aantoonde, dan is het wel dat ontbossing gevoelig ligt, zelfs al gebeurt het door een natuurvereniging die je er niet van kan verdenken dat zij de natuur niet lief zou hebben. Het jaarverslag 2014 maakt gewag van 82 kapvergunningen die aangevraagd werden door Natuurpunt. Volgens de woordvoerder is er de jongste vijf jaar 306 hectare bos gekapt. Van de 22.000 hectare natuur in beheer is 7.000 hectare bos. “De bossen die we kappen, zijn vaak naaldbossen met een geringe natuurwaarde. Het betreft ook recent aangekochte productiebossen met kaprijpe bomen. De opbrengsten van de houtverkoop zijn verrekend in de eigen inkomsten van de natuurvereniging”, verduidelijkt Gansemans. Van Troy noemt Natuurpunt “de grootste ontbosser van Vlaanderen”. Dat is niet gelogen maar wie rekening houdt met de bosplantacties van Natuurpunt krijgt een ander beeld.

Ontbossen – zelfs voor andere natuur – ligt hoe langer hoe gevoeliger
De algemene verplichting tot boscompensatie geldt niet als de natuurbeheerder een goedgekeurd beheerplan kan voorleggen waarin bebossing niet past. “Natuurpunt ziet wel de splintster in het oog van een ander, maar niet de balk in eigen oog”, zegt Dirk Van Troy daarover. “Mede door hun boskap is men nu genoodzaakt om elders schaarse, vruchtbare landbouwgronden in te palmen om aan de noodzakelijke bosuitbreiding te kunnen voldoen”, legt hij de vinger op de wonde. Hij verwacht van een natuurvereniging dat die het goede voorbeeld geeft en op eigen gronden voor boscompensatie zorgt. “Zeker in een regio als Vlaanderen met een bosindex die de slechtste van Europa is.” Natuurpunt brengt daar tegenin dat zij bos kappen om de Vlaamse overheid te helpen met het realiseren van de door Europa opgelegde natuurdoelen. De kappingen passen dan ook altijd in een door de Vlaamse overheid goedgekeurd beheerplan.

ontbossing.geVILT.jpg

Bij Natuurpunt wijst men er ook op dat zowel de natuur zelf als de natuurbeleving een boost krijgen als je een op productie gerichte populierenplantage kapt. Voorts moet je in gedachten houden dat Natuurpunt bos kapt om andere natuur een kans te geven. Dat is een gans ander gegeven dan een bedrijf dat bos kapt om er een loods of parking van te maken. En het verklaart waarom Natuurpunt de goegemeente niet over zich krijgt zoals het logistiek bedrijf H. Essers in Genk wel overkwam. Het besef is wel gegroeid dat ontbossing maatschappelijk bijzonder gevoelig ligt. Gansemans: “Daarom is er principieel beslist om de oppervlakte bos die we kappen op eigen initiatief te compenseren. We houden intern een bosbalans bij met de ambitie om meer bos te planten dan te kappen. Ondertussen hebben we al 95 hectare nieuw bos geplant, onder meer door de campagne ‘Bos voor iedereen’. Daarnaast hebben derden al 134 hectare boscompensatie gerealiseerd op gronden van Natuurpunt. Het gaat om compensaties van ontbossingen die elders door derden gebeurden.”

Natuurpunt_DirkVanTroy.jpg

Ontbossen zal deel blijven uitmaken van het natuurbeheer door Natuurpunt. De open landschappen die daarvan het resultaat zijn, worden door Natuurpunt gekoesterd om hun meerwaarde voor plant, dier en mens. Dat de beheervergoeding voor ven en heide hoger is dan die voor bos doet niet ter zake want, zo zegt Gansemans: “De jaarlijkse subsidie voor bos (125 euro per hectare) is lager omdat de kosten ook lager liggen. Met 500 euro per hectare voor heidebeheer spring je ook niet ver. Net daarom leunt ons beheer zo sterk op vrijwilligers. Rijk word je in Vlaanderen niet van natuurbeheer, laat dat duidelijk zijn.”

Natuur van 50, 100 of 200 jaar geleden herstellen?
Dirk Van Troy ziet vooral hoeveel meer geld zo’n kunstmatig aangelegd biotoop kost in vergelijking met het bos dat er vroeger was. “Natuur laat zich niet zomaar omvormen en dicteren door de mens. Een continu beheer is noodzakelijk, anders wordt het spontaan opnieuw bos. De guerrilla-bosplanters hebben gelijk dat het plan aan het mislukken is om het betrokken gebied in Averbode om te vormen tot ven en heide. Het is één grote desolate omgeving, met hier en daar een schraal heideplantje. Tot twee meter diep werd grond afgegraven om vennen te vormen. Er werden diverse waterstuwen gebouwd om het waterpeil van de vennen te regelen. Dat zijn zware en dure ingrepen om een kunstmatig landschap te creëren van meer dan 200 jaar geleden.” Daarmee snijdt Van Troy een cruciale vraag aan: hoever grijp je terug in de tijd om de natuur in zijn ‘oorspronkelijke staat’ te herstellen?

natuur.geVILT.jpg

“De historische referentie wordt gebied per gebied bepaald”, weet Gansemans. Natuurpunt gebruikt onder andere de Ferrariskaarten die in de tweede helft van de 18e eeuw opgesteld werden en een beeld geven van het toenmalig landgebruik. Zonder die kaarten zou het voor natuurbeheerders lastig zijn om in te schatten welke zadenbanken in de ondergrond aanwezig zijn. Om de ‘beste natuur’ op een bepaalde plek te herintroduceren zonder de haalbaarheid uit het oog te verliezen, gebeuren er aanvullend bodem- en zadenonderzoeken. Denk nu niet dat het er Natuurpunt om te doen is Vlaanderen 250 jaar terug in de tijd te katapulteren. De Ferrariskaarten (1771-1778) geven aan wat er kan op vlak van natuur maar het zijn de natuurdoelstellingen die bepalen wat er anno 2016 moet gebeuren. Het verre verleden is niet zaligmakend voor Natuurpunt. “We gebruiken historische bronnen maar kijken ook naar de actuele streekontwikkeling zodat we aan landschapsbeheer kunnen doen.” Gansemans geeft het voorbeeld van overstromingsgebieden die ingericht worden om Vlamingen van wateroverlast te behoeden of de keuze voor een speelbos vanwege de nabijheid van woonwijken.

Nieuwe natuur heeft een prijskaartje
Zowel het kappen van bomen als het opdiepen van oude natuur ligt gevoelig: het ene emotioneel, het andere financieel. Over de kostprijs van ‘nieuwe natuur’ is de voorbije maanden al veel gezegd en geschreven. Chris De Stoop betoogt in zijn boek ‘Dit is mijn hof’ dat natuur die door kranen is aangelegd handenvol geld kost en net zo nep is als een namaakschilderij. “Mensen willen geen natuur onder een stolp”, beaamt Van Troy, die natuur bepleit waar nog plaats is voor de mens.

Hij voegt daar nog aan toe dat de nieuwe natuur op het terrein teleurstelt als de zadenbank niet wil kiemen op het moment dat ze wordt blootgelegd. Ook predatie van de doelsoorten kan de ambities van een natuurbeheerder doorkruisen. Zowel De Stoop als Van Troy vinden dit een onderbelicht probleem waarover niet transparant gecommuniceerd wordt. Hoewel Dirk Van Troy niet bepaald mals is voor Natuurpunt reikt hij de natuurvereniging finaal wel de hand: “Samen (natuurbeweging, landeigenaars, landbouwers, jagers enz.) kunnen we een meerwaarde geven aan onze kostbare natuur. Samen wil zeggen op voet van gelijkheid en rekening houdend met elkaars visie, niet de eigen visie proberen opdringen aan de ander.”

nieuwe.natuur.geVILT.jpg

Uit de reactie van Natuurpunt op de vraagtekens die geplaatst worden bij ‘nieuwe natuur’ spreekt geloof in de ‘maakbaarheid’ van natuur, logisch ook, want hun vrijwilligers en beheerploegen doen niet anders. “De zadenbank in de ondergrond is vaak wonderbaarlijk intact. Toch maak je natuur niet in één-twee-drie. Vooral bij heide duurt het even voor je resultaat ziet”, vertelt Joris Gansemans, die geen moeite lijkt te hebben met de kritische vragen en bijna beschuldigende opmerkingen. Anders dan De Troy ziet hij de nieuwe natuur in Averbode wél in gunstige zin evolueren. Critici spoort hij aan om een bezoek te brengen aan de valleien van de Itterbeek en de Bosbeek in Limburg. In het kader van een LIFE-project herstelt Natuurpunt daar landduinen, droge en natte heide en soortenrijke graslanden.

nieuwenatuur.geVILT.jpg

De woordvoerder van Natuurpunt verwijst ook naar de Kalmthoutse heide om aan te tonen hoe mooi een landschap zich kan ontwikkelen als het daarvoor de tijd krijgt. “Ook elders zien we dat na verloop van tijd de natuur zich spectaculair herstelt en dan gaat het snel de goede kant uit met de appreciatie van bezoekers en omwonenden.” Het kappen van bomen zal altijd emotioneel geladen zijn. Voldoende communiceren over natuurinrichting lijkt dus van groot belang om maatschappelijke weerstand weg te nemen. Natuurpunt steekt de hand in eigen boezem. “We willen nog meer inspanningen doen om mensen uit te leggen waarom bepaalde ingrepen gebeuren en met welk resultaat”, belooft Joris Gansemans.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: VILT / Dirk Van Troy / Vlaams Ruraal Netwerk

Volg VILT ook via