nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

16.01.2019 Hogere waterefficiëntie maar tekorten loeren om de hoek

In 2013 bracht het Vlaams Kenniscentrum Water (Vlakwa) zijn eerste studie uit naar het socio-economisch belang van water in Vlaanderen. Opnieuw in samenwerking met VITO presenteert Vlakwa een update van die studie. In de bruto toegevoegde waarde van de Vlaamse economie hebben de water-intensieve sectoren een aandeel van 33 procent (73 miljard euro). De kost als gevolg van onvoldoende water ter beschikking hebben, wordt hiermee alvast scherp gesteld. Watergebonden sectoren zoals scheepvaart, industrie, landbouw, natuur, … kunnen niet zonder. Zodra de VN-indicator voor waterstress meer dan 25 procent aangeeft, is de zoetwatervoorraad in een land of regio krap. Voor België bedraagt de indicator 56 procent.

In de periode 2010 tot 2016 daalde het watergebruik binnen de Vlaamse economie met ruim één miljard kubieke meter, in hoofdzaak als gevolg van een daling van het gebruik van koelwater. Hiermee steeg de waterefficiëntie in onze regio aanzienlijk. Waterefficiëntie is een nieuwe, door de Verenigde Naties gelanceerde, indicator die de gecreëerde economische toegevoegde waarde per eenheid water uitdrukt in Amerikaanse dollar per kubieke meter. Van 60 dollar per kuub water in 2010 steeg de Vlaamse waterefficiëntie naar 100 dollar per kuub.

Tot daar het goede nieuws, want de studie van Vlakwa en Vito waarschuwt ook voor de zorgwekkend hoge waterstress in onze regio, ondanks de gestegen waterefficiëntie in het bedrijfsleven. Na koelwater zijn de belangrijkste waterverbruikers, en dus tegelijk de meest van water afhankelijke sectoren, de chemie, de landbouw en op een gedeelde derde plaats de energiesector, de metaalindustrie, de sector van cokes en raffinaderijproducten en de voedingssector.

Voor wat de landbouw betreft, werd in deze analyse regenwater dat op de velden valt en door de gewassen opgenomen wordt niet in rekening gebracht. Was dat wel gebeurd, dan zou de waterafhankelijkheid van landbouw aanzienlijk hoger uitvallen. De normale watervraag van een landbouwgewas is ongeveer 500 liter per vierkante meter. Bij een landbouwareaal van circa 600.000 hectare in Vlaanderen komt dat dus neer op een bijkomende watervraag van ongeveer 3 miljard kuub.

Landbouwbedrijven zijn bij de belangrijkste gebruikers van grondwater. Samen met de voedings- en drankenindustrie zijn zij goed voor 63 procent van het totale verbruik. Voedingsbedrijven hebben ook heel wat drinkwater nodig voor hun productieproces. De landbouwsector komt in die top-3 niet voor. De totale waterkosten voor het Vlaamse bedrijfsleven, meer bepaald de kosten voor levering en zuivering, bedroegen 761 miljoen euro in 2016. Daarbij zijn het de chemie, energie, voeding en cokes die de grootste waterfactuur betalen, samen 40 procent van het totaal.

Toekomstgericht zijn nog meer inspanningen nodig om tot een robuust watersysteem te komen. “De cijfers tonen de positieve effecten aan van de inspanningen van industrie en landbouw”, zegt Dirk Van der Stede, de CEO van Vlakwa. Het is volgens hem nog onvoldoende duidelijk hoe de ambitie rond een waterrobuust Vlaanderen concreet vertaald kan worden naar doelstellingen en maatregelen. Vandaag wordt bij acute problemen zoals droogte of overstromingen vanuit een bepaalde invalshoek snel overgegaan tot het formuleren van remediërende maatregelen. Vanuit Vlakwa wordt aangedrongen op een lange-termijn-aanpak die kan resulteren in een win-win op meerdere vlakken, een grotere gedragenheid en bij uitvoering een besparing in geld en tijd.

De resultaten van de studie naar het socio-economisch belang van water in Vlaanderen werd uitgewerkt via een interactieve tool. Dat laat de gebruikers toe om analyses te maken voor een bepaalde sector of provincie. Doe je dat, dan valt op dat Oost-Vlaanderen bijna twee derde van al het water in Vlaanderen verbruikt. De provincie Antwerpen, met zijn havenindustrie, volgt op de tweede plek (28%). Alle andere provincies hebben bijgevolg een aandeel in het waterverbruik kleiner dan 5 procent. Het hoge verbruik in Oost-Vlaanderen betreft haast uitsluitend oppervlaktewater.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: provincie Antwerpen

Volg VILT ook via