nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

Voedselzekerheid lijkt evident in Europa - is het dat ook?
27.11.2017  Honger was de drijfveer voor een gemeenschappelijk landbouwbeleid

Voedselzekerheid lijkt voor de meeste Vlamingen een evidentie. Toch trok Europa bijna 4 miljoen euro uit om te onderzoeken waar de zwakke schakels in het voedselsysteem zitten. Welke groepen in Europa zijn het meest kwetsbaar? Welke factoren bedreigen de voedselzekerheid in Europa? De Europese Commissie besteedde dit onderzoek uit aan het TRANSMANGO-consortium. Het consortium bestaat uit 13 partners die, met uitzondering van de universiteit van Dar es Salaam (Tanzania), allen Europese onderzoeksinstellingen zijn. TRANSMANGO wordt geleid door professor Erik Mathijs en Tessa Avermaete, beiden van de onderzoeksgroep SFERE van de KU Leuven. Op 29 november stellen de onderzoekers hun resultaten voor op het eindcongres, dat plaatsvindt in de Universiteitshallen van Leuven.

Het Europees landbouwbeleid vond zijn drijfveer in de angst voor honger. Het voedselsysteem moest efficiënter, de productiviteit van de landbouw moest omhoog, zodat geen enkele Europeaan honger zou lijden. Een stevig landbouwbeleid vormde de grondvesten van een sterk Europa. Anno 2017 is het aantal Europeanen dat echt honger lijdt beperkt. De term voedselzekerheid heeft echter een andere dimensie gekregen.

Bijna 80 miljoen Europeanen leven onder de armoedegrens –dat is één Europeaan op zes. Bij kinderen ligt het armoederisico nog hoger. Bijna één op vijf kinderen in Europa leeft onder de armoedegrens. Ondanks de grote regionale verschillen is armoede een problematiek die geen enkele lidstaat naast zich neer kan leggen. Ook in België is armoede, en zeker kinderarmoede, een actuele problematiek. En wat heeft kansarmoede met voedselzekerheid te maken? Ook daar spreken de cijfers voor zich en stellen we vast dat in alle lidstaten kansarmoede en ongezonde eetpatronen hand in hand gaan.

De kwetsbaarheid van ons voedselsysteem reflecteert zich niet alleen in cijfers rond kansarmoede. Ook het aantal voedselgerelateerde ziekten kan beschouwd worden als een barometer voor het voedselsysteem. Heel wat ziekten in welvaartstaten kunnen gerelateerd worden aan ongezonde eetpatronen. Deze voedselgerelateerde ziekten – zoals bijvoorbeeld hart- en vaatziekten, kankers en diabetes – nemen onrustwekkend toe in alle lidstaten. Cijfers in eigen land tonen de urgentie van de problematiek. Meer dan de helft van de Belgen is te zwaar.

Reden genoeg dus om voedselzekerheid onder de loep te nemen. Hoe ernstig is de situatie? Welke initiatieven dragen bij tot een meer robuust en dus een minder kwetsbaar voedselsysteem? En, welk beleid kan deze goede praktijken ondersteunen?

Voedseloverschotten, geen garantie voor voedselzekerheid in Europa
Voor een analyse van voedselzekerheid in Europa kunnen we niet om Amartya Sen heen. Amartya Sen stelde reeds meer dan 30 jaar geleden dat voedselzekerheid meer is dan alleen de beschikbaarheid van voedsel, en dus voedselproductie. Hij benadrukte dat ook toegang tot voedsel, gebruik van voeding, en stabiliteit in de beschikbaarheid cruciale componenten zijn van voedselzekerheid. Sen, een Indiase econoom en filosoof, was met deze benadering zijn tijd vooruit en ontving in 1998 de Nobelprijs voor de Economie voor zijn strijd tegen de armoede in de wereld.

Het TRANSMANGO-consortium plaatste deze benadering in Europees perspectief. We constateren daarbij dat voedselzekerheid ook in Europa niet voor iedereen vanzelfsprekend is. In sommige Europese regio’s is het prijsverschil tussen verse gezonde voeding en fastfood zo groot, dat armere gezinnen zich geen gezonde maaltijd kunnen veroorloven. Een ander voorbeeld is het aanbod van lactose- en glutenvrije producten. Voor personen met dergelijke intoleranties kan een te beperkt aanbod van betaalbare alternatieve voedingsproducten leiden tot een situatie van voedselonzekerheid. Ze hebben in de praktijk de keuze tussen telkens dezelfde producten eten of hun dieet negeren. Beide keuzes zijn ‘ongezonde’ keuzes die aantonen dat je geen honger hoeft te lijden om te kampen met voedselonzekerheid.

brood.ColruytCRU_geVILT.jpg

Een dergelijk brede problematiek kan alleen worden onderzocht als de diverse perspectieven van ons voedselsysteem in rekening worden gebracht. Het TRANSMANGO-consortium bestaat dan ook uit onderzoekers van verschillende domeinen waaronder economie, landbouw, geografie en dieetkunde. De partners van dit uitzonderlijk interdisciplinaire team zijn: de afdeling bio-economie van de KU Leuven, Fondazione Italiana per la Ricerca in Agricoltura Biologica e Biodinamica, kortweg FIRAB (Italië), Universiteit van Oxford en Cardiff University (beiden UK), Wageningen Universiteit (NL), Internationales Institut für Angewandte Systemanalyse, kortweg IIASA (Oostenrijk), University of Jyväskylä (Finland), Nodbinajums Baltic Studies Centre (Letland), University College Dublin (Ierland), afdeling dieetkunde van de UCLL (BE), University of Dar es Salaam (Tanzania), Universitat Politecnica de Valencia (Spanje) en Universita di Pisa (Italië).

Diversiteit aan initiatieven in Europa
TRANSMANGO baseerde haar onderzoek op case studies. De invalshoek was daarbij tweeledig. Aan de ene kant werden lokale cases bestudeerd. Daarbij werd gestreefd naar een reflectie van de diversiteit in Europa. Anderzijds zoemde het consortium in op een aantal Europese hotspots, grensoverschrijdende cases.

De vragen die voor beide invalshoeken gesteld werden, luiden als volgt. Hoe trachten deze initiatieven een antwoord te bieden op de huidige uitdaging van voedselzekerheid in Europa? In welke mate zijn deze initiatieven daar ook succesvol in? En tenslotte, hoe ondersteunt of verhindert beleid de slagkracht van deze initiatieven?

De lokale cases omvatten vier grote thematische clusters: voedselhulp, burgerinitiatieven, toegang tot grond, en openbare aanbestedingen. In Vlaanderen werden Voedselteams en community supported agriculture (CSA, denk bijvoorbeeld aan zelfplukboerderijen) als cases gekozen. Elke partner werkte intensief samen met lokale organisaties, van beleidsmakers tot landbouwers en burgers. Een volledige rapport van de cases is beschikbaar op de website van het project, www.transmango.eu.

Op het eindcongres van TRANSMANGO, donderdag 29 november, worden twee lokale cases toegelicht. Onderzoeker Luca Colombo (FIRAB) zal samen met een lokale bioboer Giacomo Lepri (Coop Coraggio) uit Rome zijn onderzoek toelichten. Daarnaast zullen Talis Tisenkopfs (Baltic Study Center) en een afgevaardigde van Janis Lucsevics (Department of Tukums municipality) de studie over schoolmaaltijden in Letland toelichten.

Het TRANSMANGO-consortium onderzocht eveneens vijf Europese cases: (1) bio-energie, en de competitie voor grond, (2) biologische landbouw, (3) voedselhulp, (4) genetische modificatie in de Europese landbouw en (5) openbare aanbesteding als onderdeel van voedselbeleid.

TRANSMANGO onderzoekers schuiven zes inzichten naar voor in het onderzoek.
Ten eerste is het cruciaal te erkennen dat voeding geproduceerd en geconsumeerd wordt in systemen, die met elkaar interageren. Het heeft weinig zin om de elementen binnen deze systemen geïsoleerd te beschouwen. Een systeemanalyse is dan ook de enige optie.

Een tweede inzicht betreft het doel van ons voedselsysteem. Het uiteindelijk doel van het systeem is voedselzekerheid, in de brede zin van het woord. Daarbij onderkent het consortium geenszins het belang van economische, sociale, ecologische en ethische aspecten van de voedselproductie. Het stelt alleen dat deze aspecten ten dienste moeten staan van één gemeenschappelijk doel, namelijk voedselzekerheid.

Een derde gegeven is het feit dat voedselsystemen kwetsbaar zijn, zowel interne als externe factoren zetten het systeem onder druk. Dergelijke druk kan zowel positieve als negatieve gevolgen hebben. Actoren in de voedselketen kunnen reageren op verandering en zich aanpassen, meer weerbaar worden. Maar deze druk kan ook negatieve gevolgen hebben. Ongezonde consumptiepatronen als gevolg van sociale en maatschappelijke verandering zijn daar een goed voorbeeld van.

hoevewinkel.geVILT_LoonwerkDefour.jpg

Een vierde inzicht stelt dat we naar een voedselsysteem kijken vanuit diverse perspectieven, en van daaruit zoeken naar oplossingen. Wie hevig voorstander is van een vrijemarkteconomie zal zoeken naar instrumenten binnen de vrijemarkteconomie om het voedselsysteem bij te sturen. Voorstanders van lokale voedselsystemen of voedselsoevereiniteit zullen heel andere oplossingen naar voor schuiven. Denkkaders zijn zinvol om oplossingen uit te werken, maar ze belemmeren vaak het constructieve overleg.

Een vijfde inzicht sluit hierbij aan en betreft re-assemblages. Het consortium formuleert daarbij de opportuniteit om vanuit bestaande initiatieven te komen tot nieuwe creaties die misschien op het eerste gezicht niet voor de hand liggen. Een voorbeeld verduidelijkt dit. Over heel Europa bestaan er lokale initiatieven op basis van voedselpakketten. Het probleem van de logistiek is daarbij vaak een struikelblok voor opschaling. Re-assemblage kan er uit bestaan samen te werken of te leren van anderen hoe daarmee om te gaan. Die andere kan zowel een grote keten zijn binnen het voedselsysteem als een actor in een heel andere sector, bijvoorbeeld in de IT of in de sociaal-culturele sector.

Een zesde, en ongetwijfeld de rode draad doorheen het hele project, is de kracht van toekomstgericht denken. Het TRANSMANGO-consortium toont aan dat nieuwe voedselsystemen robuuster kunnen worden gemaakt door te reflecteren over toekomstscenario’s.

Een boeiend en dynamisch eindcongres
Het eindcongres van TRANSMANGO gaat door op woensdag 29 november in Leuven. TRANSMANGO onderzoekers stellen er hun resultaten voor. Daarnaast zijn er ook drie gastsprekers: Alexandre Meybeck (FAO), Jessica Duncan (Wageningen Universiteit) en Inge Van Oost (DG AGRI). Er staan ook twee getuigenissen op het programma. Een jonge moslima uit Brussel zal getuigen over haar visie op voedselzekerheid, en ook een aantal TRANSMANGO-onderzoekers vertellen hun verhaal.

Het consortium beloofde Europa een interactief spel rond toekomst-denken, reden genoeg voor enkele jonge onderzoekers om alle registers open te gooien. Samen met de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht (HKU) vertaalden ze het concept gamestorms naar de context van TRANSMANGO. In diverse steden in Europa gingen IT-jongeren in dialoog met actoren van de voedselketen, en bouwden zo interactieve games uit. Benieuwd wat het resultaat is? Mis dan het eindcongres zeker niet. De jongeren met de beste games zullen er hun eindresultaat voorstellen.

Wat heeft dit alles met mango’s te maken?
En vraagt u zich nog steeds af wat dit project eigenlijk te maken heeft met de tropische vrucht? Niets... TRANSMANGO vond zijn naam in het Esperanto, waarbij trans is afgeleid van ‘transire’ en wijst op ‘verandering’ en Manĝo de stam is voor ‘voeding’.

Meer info: www.transmango.eu

Bron: |

Beeld: VILT / Loonwerk Defour

In samenwerking met: KU Leuven

Volg VILT ook via