nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

31.05.2017 Horen volkstuintjes wel thuis in agrarisch gebied?

In het Vlaams Parlement informeerde Peter Wouters (N-VA) bij minister Joke Schauvliege naar de verenigbaarheid van volkstuintjes met agrarisch gebied. Eigenlijk horen ze thuis in woon- of recreatiegebied en bij uitbreiding kunnen ze bijvoorbeeld ook in parkgebieden. “Elders zijn ze zonevreemd”, legt minister Schauvliege uit, “maar dat betekent niet dat er binnen landbouwgebied geen mogelijkheden zouden bestaan voor de aanleg van volkstuinen.” Voor het louter gebruik van gronden in functie van tuinieren is geen stedenbouwkundige vergunning nodig. De vergunningverlenende overheid moet dus maar oordelen, en het advies van de Vlaamse landbouwadministratie inwinnen, wanneer er verhardingen of constructies aan te pas komen.

Vanuit de Vlaamse overheid wordt de aanleg van nieuwe volkstuintjes gestimuleerd. Recent lanceerde minister Joke Schauvliege nog een nieuwe projectoproep ter waarde van 300.000 euro. Voorgaande jaren was er telkens veel belangstelling voor de subsidie die tot driekwart van de kosten dekt bij de aanleg van een volkstuin. De populariteit van volkstuinen is N-VA-parlementslid Peter Wouters niet ontgaan. Aangezien de vraag stijgt, wordt er in de zoektocht naar een geschikte locatie naar verschillende bestemmingsgebieden gekeken, “ook naar landbouwgebied”, aldus Wouters.

Daarom informeert hij naar het afwegingskader bij de aanleg van volkstuinen in agrarisch gebied, en naar het al dan niet voorkomen van problemen in de praktijk. “Volkstuinen moet je beschouwen als een residentieel-recreatieve voorziening”, licht minister Schauvliege toe. “Ze zijn dus verenigbaar met de bestemmingen wonen en recreatie. Bij uitbreiding zijn ze in bepaalde gevallen ook vergunbaar in gebieden voor gemeenschapsvoorzieningen, bijvoorbeeld in parkgebieden. In andere gebieden zijn ze zonevreemd, wat niet betekent dat er binnen landbouwgebied geen volkstuintjes aangelegd kunnen worden.”

Voor zover de aanleg van volkstuintjes niet gepaard gaat met de oprichting van constructies zal geen haan daar naar kraaien. Het telen van groenten, fruit, kruiden en bloemen is immers niet vergunningsplichtig. Het maakt daarbij niet uit of een professioneel dan wel een particulier de grond bewerkt. Zonder vergunning kunnen de particuliere gebruikers van volkstuintjes ook constructies voor teeltbescherming aanbrengen die na de oogst worden verwijderd, en open afsluitingen met een maximale hoogte van twee meter. In veel volkstuinparken zie je echter ook verhardingen en constructies waar wél een vergunning voor nodig is. Dat kunnen serres en tuinhuizen zijn maar ook grotere constructies zoals een clublokaal of parking.

“Volkstuinen zijn vergunbaar voor zover dergelijke constructies door hun beperkte impact de algemene bestemming van het gebied niet in het gedrang brengen. De lokale overheid moet die afweging maken naar aanleiding van een concrete vergunningsaanvraag”, zegt Schauvliege. In de praktijk doen zich volgens de minister weinig problemen voor. Bij de aanleg van een volkstuin in agrarisch gebied dient de vergunningverlener het (niet-bindend) advies van het Departement Landbouw en Visserij in te winnen. Op vraag van VILT licht de landbouwadministratie toe hoe de impact van een volkstuin op het landbouwgebied beoordeeld wordt.

“Volkstuinen zijn eerder onderdeel van een grote woonkern, en niet van de beroepslandbouw”, klinkt het. “In de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening staat echter dat sociaal-cultureel of recreatief medegebruik van grond met een bepaalde bestemming toegelaten is voor zover de werkzaamheden door hun beperkte impact de realisatie van de algemene bestemming niet in het gedrang brengen. Van volkstuinen kleiner dan een halve hectare kan gesteld worden dat ze slechts een beperkte impact hebben op de realisatie van de bestemming agrarisch gebied.”

Voor vergunningsplichtige constructies is men niettemin streng. Daar kan slechts een tijdelijke stedenbouwkundige vergunning voor worden afgeleverd, en enkel onder strikte voorwaarden. Zo moet het terrein na gebruik in zijn oorspronkelijke staat hersteld worden, moeten vaste constructies en verhardingen (b.v. tuinpaden van beton of steenslag) zo veel mogelijk vermeden worden en is per tuin maar één tuinberging van maximaal zes vierkante meter aanvaardbaar.

Ook ruimtelijk worden door het Departement Landbouw en Visserij een aantal voorwaarden verbonden aan het inrichten van volkstuinen in agrarisch gebied. Zo moet de nood aan volkstuintjes in de stad of gemeente aangetoond kunnen worden met een behoefteanalyse, en dient de gekozen locatie dichtbij de woonkern te liggen en goed bereikbaar te zijn. Locaties gelegen in herbevestigd agrarisch gebied zijn te mijden. In een versnipperd of ingesloten landbouwgebied, waar het geen schadelijk effect heeft op de grotere agrarische structuur, kan het wel. Verder hecht de landbouwadministratie ook belang aan goed overleg met de grondeigenaar en -gebruiker. Voor volkstuinen groter dan een halve hectare blijft een planologisch initiatief (ruimtelijk uitvoeringsplan vanwege de gemeente, nvdr.) wenselijk.
 

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via