nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

11.10.2017 HVV zet inspanningen wildbeheer door jagers in de verf

De Hubertus Vereniging Vlaanderen (HVV) brengt aan de start van het nieuwe jachtseizoen de resultaten naar buiten van een enquête die peilt naar de wildbeheerinspanningen van jagers. Daaruit blijkt dat de meerderheid van de jachtgroepen aanzienlijke inspanningen levert om habitats te verbeteren, extra voedsel te voorzien tijdens de winter en wildpopulaties op te volgen. Dat alles heeft een economische waarde, die de vereniging voor Vlaanderen op zo’n 24 miljoen euro schat. “Jagers doen meer dan schieten”, luidt de boodschap.

In het najaar van 2016 verspreidde HVV een enquête onder haar leden, met als doel de inspanningen van jagers in het kader van een breder wildbeheer in kaart te brengen. Meer dan 1.000 jachtgroepen vulden de vragenlijst in, waardoor de resultaten betrekking hebben op net geen derde van de bejaagde oppervlakte in wildbeheer.

Op die manier heeft de vereniging naar eigen zeggen een mooi beeld van de inspanningen die jagers leveren op vlak van habitatverbetering, samenwerking met landbouwers, bevoorrading tijdens de winter en observaties en tellingen. Een beeld dat HVV beter bekend wil maken bij het brede publiek. Daarom bundelde de vereniging de resultaten in een wetenschappelijk dossier en een visueel aantrekkelijke infografiek.

Jagers schieten niet alleen wild tijdens het wildseizoen, maar leggen ook actief nieuw habitat aan. Uit de enquête kwam bijvoorbeeld naar voren dat bijna 70 procent (68,1%) van de deelnemende jachtgroepen fauna-akkers inzaait. Dat inzaaien van bloemen-, grassen- en kruidenmengsels is niet alleen goed voor het wild, maar ook voor diverse akker- en zangvogels en bijensoorten. Aangezien deze fauna-akkers in de winter blijven staan, zorgen ze voor voedsel en beschutting wanneer het elders moeilijk te vinden is. Bovendien maken ze het landschap aantrekkelijker.

Behalve fauna-akkers leggen jagers ook kleine landschapselementen zoals heggen of houtkanten (52,3%), poelen of vijvers (28,9%) en nieuwe bossen aan (31,8%). De totale lengte heggen en houtkanten aangeplant door de deelnemende jachtgroepen de voorbije tien jaar, wordt op basis van de enquête op 126,2 km geschat. De totale oppervlakte nieuw aangelegde bosoppervlakte wordt op 679 hectare geschat, en het totaal aantal nieuwe poelen op meer dan 500.

Ook staan jachtgroepen in voor het beheer van bestaande habitats. Wat heggen en houtkanten betreft, bestaat dat beheer bijvoorbeeld uit snoeibeheer (76,1%), hakhoutbeheer (55,1%), bijsnijden van struiken (46,6%) en verwijderen van exoten (29,5%). “Dit biedt een duidelijke meerwaarde voor de biodiversiteit in kleinschalige landbouwlandschappen”, klinkt het. In totaal, voor zowel de aanleg als het beheer ervan, investeren de jachtgroepen heel wat tijd in de habitats. Voor 44 procent van de jachtgroepen ging het in 2015 om meer dan 50 manuren, voor 20 procent van de groepen zelfs over meer dan 100 manuren. Naar schatting gaat het bij alle Vlaamse jachtgroepen samen volgens HVV om 321.885 manuren per jaar. “Het gaat om een stapel werk en een quasi onbetaalde dienst aan de biodiversiteit en de maatschappij.”

Aan de enquête namen 88 landbouwer-jagers deel. Zij kunnen voor bepaalde inspanningen beroep doen op de beheerovereenkomsten van de Vlaamse Landmaatschappij. Bijna 60 procent van hen doet dat ook. “Een opmerkelijk percentage, aangezien VLM aangeeft dat in 2017 slechts 9,28 procent van de Vlaamse landbouwers beheerovereenkomsten heeft afgesloten. Jager-landbouwers zien de voordelen naar jachtwild en akkernatuur als een grote meerwaarde, wat werkt als extra motivatie.” De meest afgesloten beheerovereenkomsten door landbouwer-jagers zijn de beheerovereenkomsten perceelsrandenbeheer (62%), akkervogels (50%) en kleine landschapselementen (48%).

Behalve zelf habitats aanleggen en beheren, proberen jagers volgens de enquête grondeigenaars, landbouwers en openbare besturen te overtuigen om werk te maken van betere habitats. Vooral de inzaai van groenbemesters (64%) en de inzaai van stroken/stukken perceel met faunamengsels (48%) zijn maatregelen die nogal eens worden genomen in overleg met de betrokken jachtgroep. Ook maatregelen om maaislachtoffers te voorkomen vinden zo vaak ingang in de praktijk. Het gaat met name om van binnen naar buiten maaien (54%) en communicatie over de maaidatum en het wegjagen van wild voor die datum (42%).

Ruim 40 procent van de jachtgroepen koopt daarenboven teelten van landbouwers op om ze te laten overwinteren als voedselbron en beschutting voor wild. Een andere maatregel om wild zoals fazanten, patrijzen en hagen door de winter te helpen, is het plaatsen van voederstations. Dat wordt door meer dan 90 procent van de jachtgroepen toegepast. Niet alleen kleinwildsoorten maar ook akkervogels zoals geelgors en grauwe gors en diverse zangvogels profiteren daarvan. In totaal investeerden de deelnemende jachtgroepen hier naar schatting 108.700 manuren aan.

Tot slot spenderen de Vlaamse jachtgroepen in 2015 meer dan 128.025 manuren aan observaties en tellingen. Via het wildrapport worden deze data jaarlijks doorgegeven aan de overheid. Opnieuw een service die volgens HVV een bepaalde maatschappelijke waarde heeft, die door de jagers gratis wordt geleverd.

“Uit de resultaten van de enquête blijkt dat jagers niet enkel op het terrein zijn tijdens het jachtseizoen ‘om te schieten’. Het overgrote merendeel van de jachtgroepen voert een breder wildbeheer, met aanzienlijke inspanningen rond habitatverbetering, extra voedsel voorzien in moeilijkere periodes, tellingen en opvolging van wildpopulaties. Deze inspanningen komen ten goede aan wildpopulaties zelf, maar ook aan een veel bredere biodiversiteit”, besluit HVV. De economische waarde hiervan voor Vlaanderen wordt door de organisatie op zo’n 24 miljoen euro geschat. 

Meer info: het volledige rapport / de infografiek

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via