nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

04.02.2017 Iedereen kan bijen helpen maar niet per se als imker

Steeds meer mensen worden zich bewust van de bijenproblematiek en voelen zich geroepen om te helpen. Jongeren willen imker worden en bedrijven die zich een groen imago willen aanmeten, plaatsen maar wat graag een bijenkast. Dat zo velen zich willen inzetten voor de bijen, vindt bijenexpert Dirk de Graaf (UGent) een mooie zaak, maar hij betwijfelt of het ook iets bijdraagt. "Doordat veel meer mensen plots een bijenkorf hebben, verstoort dat op sommige plaatsen het natuurlijke evenwicht tussen het aantal bijen en het voedsel dat voorhanden is”, verklaart hij in De Morgen. Het grootste slachtoffer van die disbalans is de wilde bij.

Het imkerambacht blijft aan populariteit winnen. Dirk Desmadryl, hoofdredacteur bij de Koninklijke Vlaamse Imkersbond, schrijft het toe aan de mediacampagnes die mensen bewustmaken van de bijenproblematiek. Ook bedrijven willen helpen door een bijenkorf op hun dak of terrein te plaatsen. Een mooi gebaar, schrijft De Morgen, maar niet de meest effectieve oplossing. Slechte imkertechnieken en overpopulatie kunnen er net voor zorgen dat de bijen het moeilijker krijgen.

Het was Apis Bruoc Sella, een Brusselse vereniging die zich actief bezighoudt met de bescherming van het stadsmilieu, die aan de alarmbel trok. Volgens de organisatie zijn er in Brussel de laatste jaren veel te veel bijenkorven bijgekomen, waardoor de wilde bijenpopulatie er met uitsterven bedreigd wordt. Cijfers over het exacte aantal bijenkorven in Vlaanderen zijn er niet, maar naar schatting zou dat volgens Desmadryl neerkomen op 20.000 tot 25.000.

Dirk de Graaf, professor aan de UGent en oprichter van HoneyBee Valley, betwijfelt of het ook iets bijdraagt. Het natuurlijk evenwicht tussen het aantal bijen en het voedsel dat voorhanden is, komt op sommige plaatsen in het gedrang. Met dat evenwicht is het volgens de Graaf al niet zo goed gesteld in ons land. "Doordat onze landbouw zich vooral richt op de teelt van aardappelen en maïs, valt hier voor bijen niet erg veel te rapen."

Wilde bijen zijn het grootste slachtoffer van die disbalans. Ze voeden zich net als de honingbij met stuifmeel en nectar. Omdat wilde bijen echter in veel kleinere kolonies samenleven dan de honingbij, zijn ze niet tegen hen opgewassen. Voor het voortbestaan van ons ecosysteem hebben we wilde bijen nodig. Omdat wilde bijen veel beter bestand zijn tegen koude temperaturen, zijn zij het die instaan voor de bestuiving van bloesems die al vroeg in het voorjaar bloeien. Bovendien zijn er ook tal van kleine bloemen waarvoor de honingbij te groot is om aan bestuiving te doen. Daar doen de kleine varianten van de wilde bij het werk.

Professor de Graaf moedigt iedereen die de (wilde) bijen wil helpen aan om ‘bijvriendelijk groen’ te zaaien en planten. "We moeten inzetten op drachtgewassen: permanente bomen en struiken die bijen van nectar en stuifmeel kunnen voorzien." Onder meer de esdoorn, de acacia en de hazelaar komen daarvoor in aanmerking, maar ook meiklokjes en sieraardbeien en dille. De bijenexpert kijkt ook naar de Vlaamse overheid om de open plekken in ons landschap daar beter voor te gebruiken: stadsparken maar ook nieuwe groene ruimtes zoals muren die men verticaal kan laten begroeien met planten zodat de publieke ruimte optimaal benut wordt. Ook de gewone Vlaming kan zijn steentje bijdragen door een appelboom in de tuin of een 'vergroend' stedelijk terrasje.

Bron: De Morgen

Volg VILT ook via