nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

Ierland wil 'wereldleider in duurzaamheid' worden
23.05.2016  Het land waar het gras steeds groener wordt

Wie Ierland zegt, denkt aan uitgestrekt groen. En dat klopt ook: meer dan 80 procent van het Ierse landbouwareaal bestaat uit grasland dat de enorme rundvee- en melkveestapel van voeder moet voorzien. “Gras is het alfa en omega van onze landbouwsector”, zo klinkt het bij Teagasc, het belangrijkste Ierse landbouwonderzoeksinstituut. Maar groen moet ook meer dan een kleur worden. Met Origin Green werd door Food Bia, het nationale agentschap voor landbouwpromotie in binnen- en binnenland, een ambitieuze merknaam gelanceerd die de Ierse export een resoluut duurzaam karakter moet geven. De VILT-reporter van dienst trok naar het land van de Keltische tijger om er over het (landbouw)muurtje te kijken.

“Hoe komt het dat jullie met 6 miljoen zijn – wat meer dan een miljoen meer is dan ons – en jullie regio toch amper 25.000 landbouwers telt?” Die vraag krijg ik voorgeschoteld door een sympathieke melkveehouder van rond de 50 die zich net zoals ik staat te vergapen aan een tiental oldtimer tractoren die voor eeuwige boerenfaam strijden op de jaarlijkse ploegwedstrijd in Ratheniska, een piepklein dorpje op een uur en half van Dublin. Het blijft overigens niet bij die tien oldtimers. De National Ploughing Championships zijn met meer dan 275.000 bezoekers waarschijnlijk het grootste outdoor landbouwevent ter wereld – daar gaat de organisatie alvast prat op. Wat in 1931 begon als een bescheiden ploegcompetitie tussen de verschillende Ierse provincies is uitgegroeid tot een mega-event waar de hele sector vertegenwoordigd is: van lokale machineverdelers tot de Europese landbouwadministratie.

Ierland ploegkampioenschap_geVILT.jpg

Ierland telt ruim 135.000 landbouwbedrijven, een veelvoud van de Vlaamse landbouwersstand. Maar zelfs als elke Ierse landbouwer naar de Ploughing zou komen – zo wordt het event in de volksmond genoemd – wil dat zeggen dat meer dan de helft van de bezoekers geen landbouwers zijn. Het zegt veel over het maatschappelijk belang van de landbouwsector in een land dat met Dublin eigenlijk maar één grote stad telt, maar wel drie keer zo groot is als België. Landbouw maakt integraal deel uit van de traditionele, maar springlevende Ierse plattelandscultuur. Zo vindt je op de Ploughing naast tractoren en melkrobots ook verschillende lifestyletenten, waar vrouwenverenigingen op een catwalk de nieuwste plattelandsmode showen en je bij tientallen interieurstands terecht kan voor kleurenadvies, bloemschikcursussen en paardenmode.

Ook in vierkante meters uitgedrukt neemt landbouw een vooraanstaande plaats in: 4,5 miljoen hectare van de totale Ierse oppervlakte (6,9 miljoen ha) wordt bewerkt door landbouwers of begraasd door landbouwdieren. Als je daar ook nog eens 730.000 hectare bos bij optelt, dan begrijp je waarom Ierland er zo groen uitziet. Bovendien is 81 procent van het landbouwareaal grasland en 11 procent van het areaal te ruw om te bewerken, waardoor het enkel als grasland kan worden gebruikt. Slechts op 8 procent van het totale landbouwareaal worden granen, groenten en fruit geteeld.

Laat het gras maar groeien
Niet helemaal onlogisch dus dat vanuit de overheid sterk ingezet wordt op onderzoek naar grasteelten: ze vormen de motor achter de twee belangrijkste Ierse landbouwsectoren, de melkvee- en rundveehouderij. In 2015 produceerde Ierland 6,9 miljard liter melk, wat bijna het dubbel is van de Belgische productie. Het gros van die melk wordt in vloeibare vorm geconsumeerd. En massaal geëxporteerd. Wie deze dagen door het Ierse platteland rijdt ziet overal nieuwe melkveestallen blinken. Ierse melkveehouders zetten in het postquotumtijdperk volop in op exportgroei en haalden vorig jaar nog het VILT-nieuws met een gigantische superheffing, die uiteindelijk opliep tot ruim 80 miljoen euro.

Op het Ierse eiland grazen naast 5,2 miljoen schapen liefst 6,69 miljoen runderen, of zes keer zo veel als in Vlaanderen. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat runderen verantwoordelijk zijn voor een derde van de Ierse CO2-uitstoot. Met die gigantische veestapel is Ierland voor maar liefst 640 procent zelfvoorzienend wat rundvlees betreft en kon het in 2015 500.000 ton exporteren, goed voor een exportwaarde van 2,4 miljard euro. Begin vorig jaar kregen de Ierse rundveehouders het goede nieuws te horen dat 17 jaar na het gekkekoeiendebacle de Amerikaanse grenzen opnieuw open gingen voor Iers rundvlees. Net zoals dat geldt voor de Ierse zuivelsector blaakt ook de vleesveesector van het zelfvertrouwen. De wereldwijde stijging van de vleesconsumptie door de groeiende middenklasse in opkomende economieën wordt als een gouden kans gezien om de sector naar een hoger niveau te tillen. Anderzijds is het leeuwendeel van de Ierse landbouwexport nog steeds bestemd voor de buren van het Verenigd Koninkrijk.

Ierland koeien gras.jpg

Aan de basis van die groei ligt het Ierse grasmodel. Dat is doorheen de jaren geperfectioneerd in de schoot van het onderzoeksinstituut Teagasc, wat in het Gaelisch onderwijs betekent. Naast cursussen voor landbouwers heeft het Teagasc ook een adviserende functie en wordt er heel wat onderzoek verricht. De veehouderij in al zijn facetten, met de melkvee- en rundveesector op kop, is de breedst ontwikkelde onderzoektak, maar de onderzoekers van Teagasc houden zich onder meer ook bezig met tuinbouw, milieu en bedrijfseconomie. Verspreid over heel Ierland telt Teagasc 52 adviesbureaus en meer dan 1.100 personeelsleden die alles samen meer dan 40.000 klanten bedienen. Er wordt ook aan praktijkonderzoek gedaan: op de 250 hectare rond één van de onderzoekssites worden ruim 1.100 dieren gehouden.

De jaarlijkse begroting van Teagasc schommelt rond de 160 miljoen euro. Daarvan is 75 procent afkomstig van de Ierse schatkist en Europese subsidies. 40 procent van dat budget gaat naar onderzoek, de rest naar onderwijs en advies. Jaarlijks worden zo’n 300 onderzoeksprojecten uitgevoerd rond vier centrale onderwerpen: dier en gras; gewassen, milieu en landgebruik; voeding; en plattelandseconomie. Vooral wat dat eerste luik betreft blijkt Teagasc een internationale referentie te zijn. Het beheer van grasland en de groei worden geoptimaliseerd, de opbrengst per hectare gemaximaliseerd. De logica is simpel: hoe beter het gras groeit en hoe beter de kwaliteit ervan, hoe goedkoper de productie van een kilo rundvlees. De basisregel klinkt als volgt: laat het gras drie weken groeien en laat het daarna drie dagen begrazen. Het is dit schijnbaar eenvoudig recept dat het Ierse, net als het Schotse rundvlees, zo’n wereldfaam doet genieten.

Van aardappelboer tot supermarktsensatie
Even terug naar de overige 8 procent van het landbouwareaal die niet begraasd wordt. Ruim de helft daarvan (201.000 ha) is gerst, dat de belangrijkste grondstof vormt voor de populaire Ierse whisky. Daarnaast wordt op ongeveer 65.000 hectare tarwe geteeld, op 23.000 hectare haver en slechts op 8.400 hectare aardappelen. “Er zijn nog nooit zo weinig aardappelen geteeld in Ierland”, vertelt Tom Keogh ons. Tom runt samen met zijn vader en zijn twee broers één van de snelst groeiende Ierse voedingsbedrijven. De boerentraditie binnen de Keogh-familie gaat 200 jaar terug. Oorspronkelijk werden op het bedrijf verschillende groenteteelten gecombineerd, tegenwoordig ligt de focus voor 100 procent op aardappelen.

Ierland Keogh's_geVILT.jpg

Toen de jongste generatie een jaar of tien geleden voor de keuze stond om mee in het bedrijf te stappen of niet, was de aardappelprijs helemaal ingezakt. “Ik zag toen wel potentieel in de export van Ierse aardappelen naar Amerika”, aldus Tom. “Specifiek gericht op de Ierse Amerikanen, alles samen toch een gemeenschap van 42 miljoen mensen. Maar dat plan bleek niet haalbaar. De papiermolen die we moesten doorlopen was enorm en zou ons te veel tijd, geld en energie kosten, dus lieten we die piste varen. Maar in 2006 kwam ik op het idee om onze aardappelen te verwerken tot chips. Ik heb vier jaar de hele wereld rondgereisd om te leren hoe je goede chips maakt, en uiteindelijk zijn we in 2011 hier op ons eigen bedrijf begonnen met een kleine installatie.”

Een gedurfde stap, want de investeringskost van het kleine chipsfabriekje was niet min. Maar innovatie en durf blijken in de genen te zitten. Toen de vader van Tom in 1991 als eerste Ierse aardappelboer een bewaarloods bouwde, bleek dat visionair te zijn. Vandaag beschikken de Keoghs over vier loodsen met elk een opslagcapaciteit van 1.000 ton. Na het oogsten worden de aardappelen op het veld in speciaal ontworpen houten boxen verzameld om zo de logistiek van het bewarings- en verwerkingsproces te optimaliseren. Via de Spud Nav-app kan je trouwens precies achterhalen op welk perceel de aardappel die je in chipsvorm aan het eten bent geteeld is.

“Met de kwaliteit van onze chips zat het vrij snel goed”, gaat Tom verder. “De grote uitdaging was om afzetkanalen te vinden die ons een goede prijs konden garanderen. Onze chips moesten ongeveer 25 procent meer kosten dan doorsnee chips. Uiteindelijk hebben we met verschillende supermarkten een akkoord gesloten, waardoor we onze productie konden opdrijven. En ondertussen hebben we met ons assortiment van 7 verschillende smaken hier in Ierland een marktaandeel van 5 procent veroverd. We exporteren naar 14 landen, waaronder de Verenigde Staten, Dubai en Canada. We draaien een omzet van 4,5 miljoen euro en stellen 27 mensen tewerk. Onze chipsfabriek draait 12 uur per dag en produceert 115 zakjes per minuut.”

De toekomst zal groen zijn of niet zijn
De zoektocht naar meerwaarde om landbouwproducten tegen een hogere prijs op de markt te brengen is actueler dan ooit. In eigen land wordt onder meer in de varkenshouderij nagedacht hoe je het eindproduct uit het verdomhoekje van ordinair bulkproduct krijgt. In Ierland lanceerde Food Bia, de Ierse tegenhanger van het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM) Origin Green, een nieuwe merknaam om het exportverhaal een stevige duw in de rug te geven. Dat de naam verwijst naar het alomtegenwoordige groene gras op het eiland had je intussen al begrepen, maar Origin Green wil van Ierland ook de “wereldleider in duurzaamheid” maken.

Ierland Aidan Cotter_geVILT.jpg

“Dat klinkt ambitieus en dat is het ook”, verduidelijkt Aidan Cotter, hoofd van Bord Bia. “Maar ik geloof dat we op de goede weg zijn. Om dat doel ook echt te bereiken is het in de eerste plaats heel erg belangrijk dat al onze landbouwers meedoen. We zijn blij vast te stellen dat de motivatie binnen de sector groot is. Daarnaast steunt Origin Green op een heel erg uitgebreide set parameters die we meten. Die meetgegevens zijn cruciaal om onze vooruitgang op te volgen, maar ook om via certificering internationale erkenning te krijgen voor onze inspanningen.”

Een goed voorbeeld is de Koolstof Navigator die Bord Bia ontwikkelde in samenwerking met het Teagasc. De Ierse landbouwsector stoot vandaag 9 procent minder broeikasgassen uit dan in 1990, maar dat cijfer moet nog een flink stuk omlaag. Via het Navigator-programma krijgt de melkveehouder een gids aangereikt die vijf verschillende manieren opsomt om de broeikasgasuitstoot te verminderen. In de eerste plaats moet een betere genetica de gezondheid, de vruchtbaarheid en de melkgift verhogen. Ten tweede moet het grasseizoen verlengd worden: hoe langer de dieren buiten kunnen blijven, hoe lager de volumes opgeslagen mest en hoe minder krachtvoer moet worden bijgevoederd. Verder moet er zorgvuldiger bemest worden, moet de mestopslag geoptimaliseerd worden en moet ook het energieverbruik op melkveebedrijven naar beneden.

“En er zijn nog heel wat manieren waarop onze boeren hun impact op het klimaat kunnen verkleinen”, aldus Cotter. “Onze melkveehouders zijn volgens de Europese Commissie nu al de meest koolstofefficiënte van de hele EU, maar we willen en kunnen nog beter. Bedoeling van Origin Green is om die inspanningen in de kijker te zetten en onze duurzaamheidsprestaties om te zetten in een meerwaarde voor de boer. We staan er niet genoeg bij stil, maar we hebben een heel sterk commercieel verhaal. Ons grasmodel is bijvoorbeeld ook heel erg interessant vanuit het dierenwelzijnsstandpunt. Voor het hele Origin Green-project hadden we een startbudget van 50 miljoen euro, waarvan 70 procent van de overheid komt en de rest uit de sector. Om je een idee te geven van de schaal van ons project: tot nu toe hebben we al 90.000 CO2-prestatiescans genomen. Want je kan wel zeggen dat je duurzamer produceert, maar je moet dat ook hard kunnen maken met cijfermateriaal. En dit is nog maar het begin.” Ierland exporteerde in 2014 voor 10,3 miljard euro landbouwproducten, tegenover een importtotaal van 7,3 miljard euro.

Als we de toekomststrategie voor de periode 2016-2018 van Bord Bia erbij nemen, dan lijkt het inderdaad alsof het beste nog moet komen. Vooral naar de razendsnel groeiende Aziatische middenklasse wordt gelonkt. Tegen 2030 zal die 2,7 miljard consumenten sterk zijn, zo lezen we, of 40 procent van de wereldwijde middenklasse. “In een ideaal scenario associeert de internationale consument in 2025 Ierse voedingsproducten met kwaliteit, creativiteit en vakmanschap”, zo droomt Cotter luidop. Aan een gebrek aan ambitie zal het alleszins niet gelegen hebben: “Onze producten moeten niets minder dan de internationale standaard voor duurzaamheid worden. Er is nooit een beter moment geweest om actie te ondernemen en om die voorbeeldfunctie na te streven.”

Ongefundeerde peptalk of gerechtvaardigd optimisme? Het laatste woord is voor Colm O’Leary, een 24-jarige melkveehouder uit Cork: “Het klopt dat de melkprijs momenteel erg laag is, maar als jonge boer moet ik verder kijken dan dat. Bovendien slagen we er erg goed in om onze kosten laag te houden. Ik volgde een gespecialiseerde landbouwopleiding en werkte vijf maanden op een melkveebedrijf in Nieuw-Zeeland. Daarna heb ik even vrijwilligerswerk gedaan in Centraal-Amerika, om me nu volledig te focussen op ons familiebedrijf, waar we 120 koeien melken. Nu de quota zijn afgeschaft willen we graag uitbreiden tot 150 dieren. Ik geloof dat de Ierse zuivelsector over 20 à 30 jaar dubbel of misschien wel driedubbel zo groot zal zijn. Ik heb er alle vertrouwen in dat ons nog mooie jaren te wachten staan.” Een groene toekomst door een rooskleurige bril. Wordt ongetwijfeld vervolgd.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via