nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

10.01.2018 ILVO/UGent zoekt tuiniers voor studie biodiversiteit

ILVO en UGent zoeken landbouwers en burgers met groene vingers uit Gontrode, Lemberge, Gijzenzele en Landskouter voor een vernieuwend ‘citizen science’ project. In de regio worden ruim 30 pleegtuintjes verspreid om de impact van de landschappelijke omgeving op de biodiversiteit en ecosysteemdiensten zoals bestuiving, natuurlijke plaagbestrijding en voedselproductie te meten. Het geheel van tuintjes wordt als het ware een landschapsobservatorium, dat bovendien representatief is voor peri-urbaan Vlaanderen. Uiteindelijk moet het project leiden tot inzicht in de rol die ook burgers en andere actoren op het platteland kunnen spelen in het behoud van de biodiversiteit.

Het behoud en het bevorderen van de biodiversiteit in het landbouwlandschap is een belangrijke beleidsdoelstelling. Maar uit onderzoek blijkt dat maatregelen zoals beheerovereenkomsten vaak onvoldoende effectief zijn, omdat ze werken op individueel perceelsniveau en zeer gefragmenteerd voorkomen. Hierdoor gaan ze voorbij aan de complexiteit van het landschap, dat bestaat uit een netwerk van diverse groenelementen. “Zeker in sterk verstedelijkte regio’s zoals Vlaanderen boeren landbouwers niet op een eiland. Ook andere landschapselementen zoals tuinen en wegbermen hebben een invloed op de biodiversiteit in dat gebied. Alleen werd die invloed nog nooit gekwantificeerd. Dat gaan we in dit onderzoek doen”, legt Kris Verheyen (UGent) uit. 

Het doel van het project (BEL-Landschap) is tweeledig. Enerzijds willen ILVO en UGent dus de invloed van het complexe netwerk van landschapselementen op de biodiversiteit en ecosysteemdiensten in landbouwlandschappen meten. Maar anderzijds willen ze ook bewustzijn creëren, door burgers en andere actoren in de open ruimte te betrekken. Aan buurtbewoners, plaatselijke verenigingen en bijvoorbeeld ook paardenhouders wordt gevraagd om mee te werken. Ze krijgen een volledig uitgeruste m²-tuin en mogen de oogst houden, maar in ruil daarvoor moeten ze de tuin verzorgen (water geven, onkruid wieden), regelmatig metingen uitvoeren en de resultaten ervan bijhouden in een logboek.

Het betreft dus een ‘citizen science’ project, zoals het AIRbezen-project in Antwerpen en Oost-Vlaanderen. Alleen wordt in dit geval wel wat meer inspanning van de deelnemers verwacht. Om geïnteresseerden goed over de verwachtingen in te lichten, wordt op 31 januari bij ILVO een informatievergadering georganiseerd. Later zullen de deelnemers op regelmatige basis worden uitgenodigd voor overleg. “We willen hen inspireren met voorbeelden uit binnen- en buitenland, maar ook de discussie aangaan over ambities en samenwerkingsmogelijkheden. Zo willen we nagaan hoe de verschillende actoren op het platteland samen kunnen werken aan een omgeving die de biodiversiteit ten goede komt”, licht Elke Rogge toe (ILVO).

Om betrouwbare, wetenschappelijke datacollectie mogelijk te maken, zullen alle pleegtuintjes volgens een vaststaand ruimtelijke schema en met een vaste set van een 10-tal gewassen opgebouwd worden. De keuze zal vallen op soorten die een indicatie geven over de mate waarin bepaalde ecosysteemdiensten geleverd worden. Het gaat bijvoorbeeld om gewassen waarbij bestuiving bepalend is voor de vruchtzetting, en gewassen die gevoelig zijn aan ziekten en plagen (indicatie hoeveelheid natuurlijke bestrijders). Ook wordt de teelaarde en het plantgoed in de tuintjes elk jaar vervangen, zodat de omstandigheden bij het begin van het groeiseizoen telkens dezelfde zijn. De metingen zelf zullen zoals gezegd uitgevoerd worden door vrijwilligers maar ook door de betrokken onderzoekers. Zij zullen bijvoorbeeld insectenvallen zetten, het vochtgehalte opvolgen, enzovoort. 

Het team hoopt dit minstens drie seizoenen te kunnen herhalen. Het werkingsgebied beperkt zich momenteel tot een afgebakende zone in de gemeentes Gontrode, Lemberge, Gijzenzele en Landskouter: een regio die voldoende variatie in landschappelijke omgeving telt, met verschillende types landgebruik en -beheer en verschillende hoeveelheden half-natuurlijke elementen zoals hagen, heggen, bosfragmenten, enzovoort. 

“Het gebied is bovendien representatief voor peri-urbaan Vlaanderen, met ongeveer 50 procent agrarisch landgebruik, omgeven door andere invullingen zoals bewoning, recreatie en fragmenten van waardevolle natuur”, legt doctoraatsstudent Frederik Gerits uit. Hierdoor zal het onderzoek volgens de onderzoekers waardevolle informatie opleveren voor andere peri-urbane regio’s, die zo talrijk aanwezig zijn in Vlaanderen en de rest van Europa.

Meer info: www.bel-landschap.be

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via