nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

Hoe het Vlaamse platteland wapenen tegen functieverschuiving en versnippering?
04.12.2017  IMAGO-toolbox voor de open ruimte

De open ruimte op het Vlaamse platteland blijft sterk onder druk staan. Om daar de sluipende veranderingen om te zetten in bewuste gebiedsgerichte processen is er een uitgebreide toolbox ontwikkeld door ILVO, de zogenaamde ‘IMAGO-toolbox’. Het landbouwonderzoeksinstituut werkte daarvoor samen met VLM, UGent en de provincies Antwerpen en West-Vlaanderen. Op 19 december wordt de tool op een VLM-studiedag in Hasselt officieel voorgesteld aan lokale beleidsmakers, landbouw- en natuurorganisaties en andere geïnteresseerden. Steeds meer actoren beseffen dat er echt werk moet worden gemaakt van het behoud van de resterende open ruimte en van voldoende productieplaats voor landbouw. Om de ambities voor een maatschappelijk gedragen betonstop in 2040 te kunnen waarmaken, is volgens de specialisten een gebiedsgerichte aanpak en een slimme instrumentenpuzzel aan de orde. De onderzoeksgroep plattelandsontwikkeling van ILVO, die al jaren toonaangevende studies uitvoert over de kwestie, vertelt er meer over.

Elke dag wordt zes hectare open ruimte aangesneden in Vlaanderen. Wat betekent dit?
Elke Rogge (ILVO, groep plattelandsontwikkeling): Vlaanderen verstedelijkt inderdaad aan een verschroeiend tempo. Onze onderzoeksgroep volgt de relatie van landbouw(ruimte) en maatschappij al jaren op de voet. Het cijfer van gemiddeld zes hectare per dag verlies aan open ruimte in Vlaanderen (jaarlijks dus meer dan 2000 ha!) is hoog. Meestal zijn het de functies wonen, industrie, openbaar nut, wegen en recreatie die de open ruimte aanvreten. De landbouwruimte zelf verkleint nog verder door verpaarding en vertuining. In onze cijfers zien wij de druk op landbouw dus al jaren toenemen, van meerdere kanten tegelijk.

landbouwgebruik.landbouwgebied_ILVO.geVILT.jpg

Afbeelding: Het aandeel van het agrarisch bestemd gebied dat géén geregistreerd landbouwgebruik kent, verschilt binnen Vlaanderen van gemeente tot gemeente (Bron: Verhoeve, A., Dewaelheyns, V., Kerselaers, E., Rogge, E. , Gulnick, H., 2014. Virtual farmland: grasping the occupation of agricultural land by non-agricultural land uses. Land Use Policy 42, 547-556.)

Bestaande landbouwbedrijven worden geconfronteerd met een steeds kleinere kans om te groeien of te innoveren. Nieuwe landbouwers worden maar moeilijk gevonden, en als ze er al zijn dan vinden ze uiterst moeilijk toegang tot grond en gebouwen. Er speelt bovendien nog een andere belangrijke trend: hoevegebouwen komen aan een hoog tempo op de vastgoedmarkt en worden ingenomen door (kapitaalkrachtige) niet-agrarische actoren. Gemiddeld stoppen in Vlaanderen drie landbouwbedrijven per dag. Het aantal professionele landbouwbedrijven is op 15 jaar tijd gedaald van net geen 40.000 bedrijven in het jaar 2000 naar 24.000 in 2015 (FOD Economie - Algemene Directie Statistiek). Nu al valt te voorspellen dat de reconversie van hoeves ook de komende 10 jaar een grote opgave wordt, want we zitten anno 2017 met een gemiddelde leeftijd van landbouwbedrijfsleiders van 52 jaar, en hun opvolging is om meerdere redenen onzeker.

Hoeveel landbouwgebruiksruimte rest er nog in Vlaanderen?
Anna Verhoeve (ILVO): Open ruimte in Vlaanderen wordt behalve door landbouw en natuur, ook door steeds meer andere actoren gebruikt. Denk maar aan niet-agrarische ondernemingen, plattelandsbewoners met hobbydieren, recreanten (wandelaars, fietsers, …). Die nieuwe actoren wijzigen inderdaad het gebruik van landbouwgrond. In het onderzoek gebruiken we de term ‘virtueel landbouwland’ om dat aanzienlijk deel van het agrarisch bestemd gebied aan te geven dat in de feiten een niet-agrarisch landgebruik heeft. De niet-agrarisch-gebruikte ruimte binnen agrarisch bestemd gebied wordt door ons nauwkeurig in kaart gebracht, wat op zich een flinke uitdaging is.

platteland.Vlaanderen.landschap_ILVO.geVILT.jpg

Er is een groot cumulatief effect van alle niet-agrarische ontwikkelingen samen. Gemiddeld wordt per gemeente 14,2 procent van de landbouwruimte ingenomen door niet-agrarische functies, met uitschieters naar gemeenten waar tot 42 procent van het agrarisch gebied geen landbouwgebruik heeft. Het ruimtegebruik van deze verborgen, ongeplande verstedelijking neemt bijna evenveel ruimte in als de wél geplande ontwikkelingen in de andere bestemde zones zoals woonzones, industriezones, etc. Wat wij vaststellen is dat monitoring van de niet-agrarische actoren en landgebruiken een belangrijke voorwaarde is om in een regio een goed beleid te kunnen uittekenen en om vervolgens dat beleid te kunnen uitvoeren. De nieuwe actoren en landgebruiken zijn inmiddels zo groot dat ze wellicht mee een rol moeten gaan spelen, samen met de klassieke open-ruimte-gebruikers zoals landbouw, bos en natuur, om een kwalitatieve open ruimte te vrijwaren en te versterken.

Het lijkt wel alsof je op het platteland niet meer zo duidelijk het onderscheid kan maken tussen de functies wonen, industrie, landbouw, natuur, bos, ...?
Elke Vanempten (ILVO-Team Vlaamse Bouwmeester): Het behoud van de schaarse open ruimte is een opdracht aan het worden voor en in het belang van heel de maatschappij, en van alle maatschappelijke geledingen. De open ruimte is in de eerste plaats broodnodig voor voedselproductie – dus landbouw –, voedsel dat bij voorkeur zo weinig mogelijk voedselkilometers moet overbruggen. Maar open ruimte is ook klimaatgewijs van levensbelang om het hitte-eilandeffect te temperen, om overstromingen te voorkomen en op te vangen, om de biodiversiteit te beschermen, om landschappen te leveren met ontspanningsmogelijkheden, enz.

Stedelijke verdichting en het tegengaan van verdere fragmentatie van de open ruimte vormt een basisvoorwaarde voor een aangename en veerkrachtige leefomgeving die ons voorziet van voedsel, recreatieruimte, biodiversiteit, … Stedelijke verdichting is een gedeelde opgave voor zowel de stadskernen, als voor het versnipperde weefsel daarrond: in de stads- en dorpsrand, de open ruimte, het platteland. De scheidingslogica die de open ruimte klassiek probeert op te delen in deelgebieden elk met één functie (wonen, industrie, landbouw, natuur, bos, etc.) raakt inderdaad ingehaald door de realiteit.

Als men in de opmaak van regionale visies en plannen voor de open ruimte vasthoudt aan die klassieke opdeling volgens functionele grenzen, tussen stad en platteland en tussen verschillende beleidsdomeinen, dan zien wij dat dat het behoud van de open ruimte net niet ten goede komt. Open ruimte, met zijn vele functies, laat zich almaar moeilijker begrenzen of limiteren tot één enkele functie. De onderzoeksgroep plattelandsontwikkeling van ILVO kan op basis van zijn studies niet anders dan pleiten om af te stappen van de traditionele scheidingslogica en over te schakelen naar gebiedsgerichte en geïntegreerde open ruimtepartnerschappen voor slim ruimtegebruik.

verstedelijking_geVILT.ThijsVandenNest.jpg

Is de IMAGO-toolbox een eerste aanzet voor een gebiedsgerichte aanpak van ruimtelijke ontwikkeling?
Lies Messely (ILVO): Precies! Wij zijn vertrokken vanuit onze wetenschappelijke observatie van heel diverse gebiedsgerichte projecten. Wat zijn de succesfactoren als je ontwikkelingsstrategieën beoogt op maat van een gebied met specifieke kenmerken, en als je mikt op een complexe problematiek waar het generieke, sectoraal beleid onvoldoende vat op heeft? Dan staat geïntegreerd of multi-sectoraal werken en participatie centraal. Ook moet je de specificiteit van het bewuste gebied in kaart hebben en maatwerk leveren. Bovendien is een goed maatschappelijk draagvlak cruciaal om de best haalbare oplossingen te bereiken. Ik geef een paar voorbeelden van gebiedsgerichte werkingen die ILVO heeft begeleid en bestudeerd:

- Er is de case van het landschapspark Bulskampveld in de Brugse regio dat in 2011 werd opgericht nadat VLM een landinrichtingsproject initieerde in het gebied. Hierdoor geïnspireerd kwamen de betrokken gemeentebesturen samen met de provincies Oost- en West-Vlaanderen en een tiental middenveldorganisaties uiteindelijk met een ontwikkelingsvisie en de concrete toeristisch-recreatieve uitbouw van een landschapspark, met middelen vanuit VLM, LEADER, de provincies en de gemeenten, gecoördineerd door de gebiedsgerichte werking van de provincie West-Vlaanderen. Landbouwers werken actief mee in het landschapspark aan de waterkwaliteit, aan het beheer van het landschap, maar ook via korte keteninitiatieven.
- Ook in de provincie Oost-Vlaanderen werkt men sinds 2015 aan de uitbouw van een landschapspark, Drongengoed, via een strategisch project van het Departement Omgeving. Voor dit initiatief werken Vlaanderen, provincies, gemeenten en middenveldorganisaties samen, onder coördinatie van het regionaal landschap Meetjesland. De doelstelling van het strategisch project ‘landschapspark’ is de ontwikkeling en uitbouw van de recreatieve en toeristische beleving van natuur en platteland. Het bouwt verder op eerdere, kleinschalige initiatieven om de leefbaarheid en het toeristisch-recreatieve aanbod te versterken. Momenteel schrijft men aan een visie voor het landschapspark.

Uit de door ons bestudeerde open-ruimte-trajecten concluderen wij in elk geval dat er niet zoiets bestaat als één generieke aanpak voor een gebiedsgericht project. Binnen ons IMAGO-project is daarom juist een heel reeks tools ontwikkeld die flexibel kunnen ingezet worden afhankelijk van de behoeften van het gebied.

Hoe ziet de instrumentenmix of ‘IMAGO toolbox’ er concreet uit?
Lies Messely (ILVO): Vaak kan je beginnen met de VERKEN-tool, ontwikkeld door ILVO en UGent. Daarmee kan je de lokale open-ruimte-dynamiek en de relevante actoren in kaart brengen. Met de EVALUEER-tool wordt het mogelijk om te reflecteren over de impact van lopende en afgeronde gebiedsgerichte projecten. Vaak een nuttige oefening vóór je een nieuw gebiedsgericht project opstart. De SPEEL-tool, Visionary, is ontworpen als een visueel onderbouwde methode om de kansen en bedreigingen voor de open ruimte in een gebied te bespreken, op een interactieve manier. Je ontbloot er ook de verschillen mee tussen de lokale actoren wat hun belang betreft, en hun visie op gebruik en toekomst van een specifiek gebied. Er is zelfs een DEBATTEER-tool, een meetinstrument om snel de bestuurskracht van gemeenten m.b.t. open ruimte in kaart te brengen en op basis hiervan te bespreken hoe die bestuurskracht kan versterkt worden.

imagotoolbox.openruimte_ILVO.geVILT.png

Financiële instrumenten zitten niet in de toolbox?
Eva Kerselaers (ILVO): Voor de ontwikkeling en inrichting van de open ruimte bestaan er feitelijk al heel wat subsidiekanalen en beleidsinstrumenten, in diverse beleidsdomeinen, elk met eigen doelstellingen en dus ook een verschillende impact op de open ruimte. Voor het eerst hebben wij die allemaal netjes geïnventariseerd in een zogenaamde instrumentenatlas, een handig overzicht van het huidige open-ruimte-instrumentarium in Vlaanderen. Momenteel bevat de instrumentenatlas meer dan 90 instrumenten, versnipperd over het Europese en Vlaamse beleidslandschap.

De COMBINEER-tool in de IMAGO-toolbox helpt je om voor een bepaald gebied en specifieke uitdaging de best passende instrumenten te vinden en aan te wenden. Het maken van een slimme instrumentenpuzzel is cruciaal binnen een gebiedsgerichte aanpak. Het traject ‘Open ruimtekamers Gavers – Essers’, beloond met de VRP-planningsprijs 2016, illustreert bijvoorbeeld wat je kan bereiken met zo’n slimme, gebiedsgerichte instrumentenpuzzel. Met het op stapel staande instrumentendecreet, zal het van groot belang zijn de nieuwe instrumenten slim te combineren.

Voor wie zich wil laten inspireren heeft het team van het IMAGO-project ook het boekje ‘Verhalen uit de open ruimte’ geschreven. De verhalen zijn een eerlijke weergave van hoe mensen op het terrein gebiedsgerichte processen in de open ruimte ervaren. Je krijgt inzicht in de keuzes of standpunten van andere actoren. Ook dat wordt voorgesteld op de VLM-studiedag ‘Gebiedsgerichte plattelandsontwikkeling: inspirerende verhalen en oplossingen uit de praktijk’ op 19 december 2017 in het VAC Hasselt.

Is er belangstelling voor de vernieuwde aanpak van een open-ruimte-beleid?
Elke Rogge (ILVO): De interesse is enorm. Nog voor de officiële lancering van de IMAGO-toolbox werden we al door verschillende projectcoördinatoren en provincies gecontacteerd om met de toolbox aan de slag te gaan in hun projectgebied. We hebben momenteel ook projecten lopen die dieper ingaan op deze thema’s. In opdracht van Ruimte Vlaanderen verkennen we de mogelijkheden voor stedelijke landbouwparken in Vlaanderen. Daarnaast werken we in opdracht van provincie Oost-Vlaanderen mee aan een PDPO-project rond hergebruik van hoeves en starten we volgend jaar met een project in opdracht van VLM en samen met INBO om de IMAGO-tools ingang te laten vinden in de dagelijkse werking van de Vlaamse Landmaatschappij.

Bron: |

Beeld: ILVO / VILT

In samenwerking met: ILVO

Volg VILT ook via