nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

07.05.2018 Impact garnalen-pulsvisserij lijkt beperkt

De pulsen - of minieme elektrische prikken - die men toepast in de garnalenpulsvisserij veroorzaken geen misvormingen bij visseneitjes en - larven. De eitjes en larven ontwikkelen zich normaal en in de experimenten is er slechts in zeer kleine mate extra uitval gemeten in de jonge levensstadia. Ook het prooi-zoeken van rog- en haaisoorten wordt niet verstoord door de pulsen. “De nieuwe onderzoeksresultaten openen perspectieven voor de pulsvisserij als techniek voor de garnaalvissers”, klinkt het in een ILVO/UGent doctoraatsstudie.

Ten aanzien van ‘elektrisch vissen’ heerst in de maatschappij een zeker voorbehoud. Een ILVO/UGent doctoraat ging daarom op zoek naar bevestiging of ontkenning van de mogelijke negatieve neveneffecten, met een uitgebreide reeks experimenten. Behalve de effecten op de eerste levensstadia van vissen onderzocht doctoraatshouder Marieke Desender ook of de pulsen een invloed kunnen hebben op het prooi-zoeken van rog- en haaisoorten met hun typisch elektrosensitief orgaan. “De geteste hondshaaien blijken tijdens hun foerageergedrag geen enkel effect te ondervinden van de pulsen.“ 

Eerder herhaaldelijk wetenschappelijk onderzoek toonde aanzienlijke duurzaamheidsvoordelen van garnaalvissen met elektrische puls, qua teruggooi, qua bodemberoering en qua brandstofverbruik. Er kan veel selectiever worden gevist op de doelsoorten, met minder ongewenste bijvangst tot gevolg, en de sleepnetten hoeven minder door de zeebodem te ‘ploegen’. Bovendien is het verlaagde brandstofverbruik goed voor de CO2-uitstoot en voor de portemonnee van de visser.

De eerste hypothese die getest werd, was dat de puls de aangroei van visbestanden zou kunnen bedreigen. De garnalenvisserij gebeurt in ondiepe kustwateren waarin de zogenaamde prille levensstadia van onder andere tong en kabeljauw zweven. De pulsen zouden die eitjes, larven of juvenielen kunnen beschadigen. In experimenten in het labo werden echter geen misvormingen waargenomen en was er door de band geen verschil in overleving te meten tussen de controlegroepen en de gepulste groepen. Verdere studies van lange termijn effecten op vernieuwing van populatie worden nog gepland.

Daarnaast was er ook bezorgdheid over de invloed van elektrische pulsen op het elektrosensitief orgaan waarmee hondshaaien, en haaien in het algemeen, jagen. Via deze organen detecteren de dieren elektrische veldjes die worden gegenereerd door de ademhaling of de hartslag van hun levende prooien. De hypothese was dat de bewuste zoekorganen konden verstoord geraken als de haaien in de buurt van werkende garnaalpulstuigen zouden jagen.

“Ook dat is niet het geval, blijkt uit ons onderzoek. In onze proeven werden pulsen gebruikt van verschillende sterkte, zowel van het pulstuig voor garnaal als voor platvis. Telkens bleek dat de tijd tussen de start van het zoekgedrag van de hondshaai tot de effectieve beet naar een gesimuleerd elektrisch veld van een prooi niet werd beïnvloed door blootstelling aan aanwezige visserijpulsen”, legt onderzoekster Marieke Desender uit. De prooidetectie van haaien wordt dus niet aangetast door een pulsvisserijtuig.

Marien wetenschapper Hans Polet (ILVO) werkt al 20 jaar op het onderwerp pulsvisserij. “Naar de resultaten van dit doctoraat werd reikhalzend uitgekeken. Dit is goed nieuws voor een techniek waarover wij, op basis van aanzienlijke en sterk gedocumenteerde ecologische voordelen, gunstig durven te spreken.”

Recent sprak het Europees parlement zich uit tégen alle vormen van pulsvisserij. In het trilateraal overleg met de Commissie en de Raad van Ministers komt het dossier nu op de agenda. Het politiek standpunt voor een ban heeft wellicht verband met de toorn van de Engelse, Belgische en vooral Franse vissers die visserijdruk voelden toenemen in de Zuidelijke Noordzee, vanwege de 84 Nederlandse tongpulsvaartuigen. Die zijn op initiatief van hun regering, op (te) grote schaal, onder de vorm van een ‘wetenschappelijk experiment’ overgeschakeld op pulsvissen, zo klinkt het. Het gevolg was een competitief voordeel voor de Nederlanders, ten nadele van de klassieke visserijtechnieken.

Volgens Hans Polet moeten garnaal- en tongpulsvisserij apart worden beoordeeld. “Wij streven naar een genuanceerd beeld. De garnaalpulsvisserij staat volgens ons op punt. Bij tongpulsvissen is er nog iets meer kleinschaliger effectonderzoek nodig. Maar de ecologische voordelen maken het interessant genoeg om een pad naar implementatie uit te tekenen. Gereglementeerd, gecontroleerd en wetenschappelijk begeleid.”
  

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via