nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

20.04.2017 "In biolandbouw gaat het meestal beter met bodem"

Een landbouwbodem is geen zandbak die doods op voedingsstoffen ligt te wachten, maar zit vol leven. En daar waar kunstmest enkel de planten voedt, verrijken dierlijke mest, compost of plantenresten ook de bodem, onder meer met koolstof. Daarom gaat het in biolandbouw meestal beter met de bodems, aldus professor Karen Vancampenhout (KU Leuven) in een reportage van De Standaard rond de vraag of kunstmest de wereld kan redden. “We staren ons blind op productiviteit.” 

In een reportage over kunstmest noemt De Standaard-journaliste Dorien Knockaert kunstmest “het onzichtbaarste ingrediënt van onze landbouw, ook al is het overal". Behalve op biopercelen dan, waar het land gevoed wordt met dierlijke mest en bodemverbeterende planten. Op bezoek bij een Nederlandse vestiging van de grootste kunstmestfabrikant ter wereld Yara legt ze de vraag voor of het ook niet zonder kan. “Dat kan, maar dan zouden de Nederlandse landbouwers hun 11,6 miljard euro exportwaarde van aardappelen, groenten en fruit wel kunnen vergeten”, aldus woordvoerder Gijsbrecht Gunter.

Volgens Gunter wordt wereldwijd 2 procent van de energie gebruikt voor de productie van kunstmest, maar zorgt het goedje wel voor 50 procent van de voedselproductie. “Dat is toch niet het hele verhaal”, aldus professor Karen Vancampenhout (KU Leuven). “Een landbouwbodem is geen zandbak die doods op voedingsstoffen ligt te wachten. Hij zit vol leven. Een handvol gezonde weidegrond bevat algauw 500 meter plantenwortels, 5.000 geleedpotigen, 50 kilometer schimmeldraden en 100 miljard bacteriën. Die biodiversiteit is fundamenteel voor het functioneren van bodems, ze maakt dat planten goed voedsel kunnen opnemen en dat de bodem water vasthoudt.”

Het grote verschil tussen kunstmest en dierlijke mest, compost en plantenresten is dat kunstmest enkel de plant voedt en niet het bodemleven, zo klinkt het. Nochtans is het Vlaamse akkerland gebaat bij meer koolstof, want 35 procent van de akkers en 50 procent van de weilanden in Vlaanderen hebben een koolstofgehalte onder de streefzone, zo weet Vancampenhout. “Het bodemleven boert achteruit,” zo zegt ze, “maar in onze biolandbouw gaat het meestal beter met de bodems.”

Keerzijde van de medaille is dat die zorg voor de biodiversiteit ten koste gaat van de productiviteit. Waar conventionele landbouwers door een combinatie van dierlijke mest en kunstmest hun opbrengsten al tientallen jaren zien toenemen, blijft de biolandbouw achterop, met zo’n 20 procent minder oogst. Vancampenhout denkt dat we ons daarop blindstaren. “Op wereldschaal is opbrengst allang niet meer het enige probleem van de landbouw”, zo zegt ze. “Er wordt momenteel zelfs te veel voedsel geproduceerd, en te veel weggegooid. Prijzen stuiken in elkaar en landbouwers gaan failliet. Willen we echt nog altijd meer produceren? Of willen we vooral slimmer produceren?”

“Helemaal slim zou zijn om bodemkoolstof in een breder perspectief te zien”, vult collega-onderzoeker Gerard Govers (KU Leuven) aan. “Koolstof is belangrijk, niet alleen voor de biodiversiteit, maar ook voor het klimaat: hoe meer koolstof er in de grond zit, hoe minder CO2 in de lucht. Daarom wordt nu verwacht van landbouwers dat ze hun koolstofgehalte opkrikken. Maar we mogen niet vergeten dat een bos altijd meer koolstof én meer biodiversiteit bevat dan een akker. Daarom kan het in sommige regio’s wel degelijk interessant zijn om akkers in de eerste plaats productiever te maken, ten koste van de bodem, zodat we die akkers ook compacter kunnen maken en er plaats vrijkomt voor extra bos.”

“Het klopt dat in veel tropische landbouwbodems kunstmest van cruciaal belang is om genoeg voedsel te kunnen produceren”, vult Vancampenhout aan. Maar een kwart van de kunstmest die bij Yara geproduceerd wordt gaat naar de VS en Brazilië om daar de sojaoogst op te krikken, waarvan dan honderdduizenden tonnen terug naar Vlaanderen verscheept worden om varkens te voeden die op hun beurt mest produceren waar we geen blijf mee weten. “Volslagen idioot”, aldus Vancampenhout.

“In Vlaanderen houden we aan onze veestapel al te veel meststoffen over”, zo besluit ze. “Boeren willen natuurlijk efficiënt werken, en kunstmest helpt hen daarbij, want die kunnen ze heel precies doseren. Maar duurzaam kun je zoiets niet noemen.” Yara-woordvoerder Gunter begrijpt het probleem: “Maar eigenlijk is dat het probleem van de veehouderij die in Vlaanderen en Nederland uit haar voegen gebarsten is. Als wij mestkorrels zouden maken van al die waterige varkensmest, kostte ons dat waarschijnlijk nog veel meer energie.”

Bron: De Standaard

Volg VILT ook via