nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

17.08.2018 INBO onderbouwt het werk van natuurbeheerders

Natuuronderzoeksinstituut INBO leverde de voorbije maanden 38 rapporten af met gebiedsanalyses in het kader van de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS). In elk van deze rapporten wordt voor een bepaald natuurgebied beschreven welke maatregelen men kan nemen om de nadelige effecten van een teveel aan stikstof te milderen. In de bijna 5.000 hectare grote Demervallei maaien natuurbeheerders frequent om de bodem te verarmen en andere plantensoorten dan gras een kans te geven. Welke tools zij nog allemaal ter beschikking hebben, zet INBO uiteen.

Wanneer er vanuit de lucht teveel stikstof neerslaat in natuurgebied, dan wordt hierdoor de natuurkwaliteit aangetast. Die stikstof is afkomstig van onder meer landbouw, verkeer en industrie. Stikstof zorgt voor een spanningsveld tussen economie en natuur want de stikstofdepositie moet teruggedrongen worden om de natuurdoelstellingen te halen. In 2014 duidde de Vlaamse regering speciale natuurbeschermingszones aan, en toen werd ook een ‘programmatische aanpak stikstof’ in het vooruitzicht gesteld.

De programmatische aanpak stikstof wil de hoeveelheid stikstof verkleinen die in waardevolle natuurgebieden terechtkomt. Het uitgangspunt is dat economische ontwikkeling mogelijk moet blijven maar zonder de natuurdoelstellingen in gevaar te brengen. Soms kan het nodig zijn om bepaalde economische activiteiten – bijvoorbeeld veebedrijven met een hoge ammoniakemissie – in de buurt van natuur af te bouwen.

Die brongerichte aanpak gaat samen met herstelbeheer in de natuurgebieden om de effecten van een teveel aan stikstof te milderen. Herstelbeheer wordt toegepast waar de stikstofdepositie een voor de daar aanwezige natuur kritische drempelwaarde overschrijdt. Natuuronderzoeksinstituut INBO beschrijft in de algemene PAS-herstelstrategie welke maatregelen in aanmerking kunnen komen voor herstelbaar.

In totaal worden 25 herstelmaatregelen toegelicht, enkele voorbeelden: door het plaggen van de bovenste bodemlaag kunnen natuurbeheerders grond die te rijk is aan nutriënten afvoeren en als het ware met een schone lei beginnen aan natuurontwikkeling. Ook begrazing door vee resulteert op (langere termijn) in een verarmde bodem waar weinig concurrentiekrachtige plantensoorten zich kunnen ontwikkelen.

Ingrijpender, en daarom onderhevig aan een grondige voorstudie, is het herstel van de waterhuishouding in een natuurgebied. Door in te grijpen in de grondwaterstand kunnen natuurbeheerders de beschikbaarheid van nutriënten ‘sturen’. Denk bijvoorbeeld aan het in ere herstellen van oude meanders van waterlopen of van greppels en kreken. Dergelijke maatregelen zijn zeer efficiënt om de beschikbaarheid van stikstof te verlagen, maar gaan ook altijd gepaard met neveneffecten die juist ingeschat moeten worden.

In de PAS-gebiedsanalyses die natuuronderzoeksinstituut INBO per habitatrichtlijngebied maakt, wordt uitgemaakt welke herstelmaatregelen van toepassing kunnen zijn. Dat geeft natuurbeheerders de nodige houvast om een herstelstrategie op maat uit te werken. Een beheerplan legt vast welke herstelmaatregelen op het terrein toepassing zullen vinden. Voor de Demervallei, een bijna 5.000 hectare groot gebied, zijn de uitdagingen navenant groot. De gewenste habitattypes zijn er klein en versnipperd zodat ze gevoelig zijn voor het lokaal uitsterven van karakteristieke plantensoorten. De waterkwaliteit heeft er te lijden onder vermesting en vervuiling door huishoudens en industrie. Door drinkwaterwinningen, het droogvallen van Demermeanders en verwaarlozing van het dichte net aan kleinere waterlopen en greppels staan watergebonden vegetatietypes zoals natte graslanden en
Maaien, het afvoeren van het maaisel en vervolgens begrazing op hetzelfde perceel is actueel één van de meest gehanteerde beheermaatregelen in de Demervallei. Welke tools de natuurbeheerders in de Demervallei nog ter beschikking hebben om de gewenste natuurtoestand te bereiken, staat in het INBO-rapport uiteengezet. Op dezelfde manier staat het beschreven voor andere natuurgebieden: Kalmthoutse heide, het valleigebied van de Kleine Nete, het Zoniënwoud, de Duingebieden, enz.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Natuurpunt

Volg VILT ook via