nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

06.09.2017 Informeel beleidsdebat landbouw ging vaak over centen

Het voorstel van Nederland om de inkomenssteun aan landbouw op de schop te nemen en het geld doelgerichter te besteden, kreeg de handen niet op elkaar tijdens de informele ministerraad in Estland. De meeste landen behouden liever de rechtstreekse inkomenssteun, al zal er nog flink gediscussieerd worden over de omvang en gelijkschakeling van de steun. Door de Brexit wordt het nog een hele krachttoer om de inkomenstoeslagen voor boeren overeind te houden, schat het vakblad Boerderij in. Ook is het schipperen tussen inkomenssteun en een crisisfonds dat over voldoende middelen kan beschikken. Voor landgenoot Jannes Maes was het de eerste ontmoeting met de Europese landbouwministers als voorzitter van jongerenorganisatie CEJA.

Tijdens de informele landbouwministerraad in Talinn (Estland) bereidde Europees landbouwcommissaris Phil Hogan de aanwezigen voor op moeilijke besprekingen over de hoeveelheid geld die na 2020 beschikbaar is. “Het landbouwbudget staat onder flinke druk”, zei hij. Daarbij speelt het wegvallen van de Britse bijdrage aan de EU een belangrijke rol. Per jaar ontvangt Brussel daardoor 13 miljard euro minder. Aan de andere kant hoeft de EU ook minder uit te geven, maar er gaat een hele financiële dans ontstaan over hoe binnen de Unie van 27 lidstaten het krappere budget wordt besteed. De landbouwuitgaven zijn in het geding. Hogan dekte zich in Talinn reeds in door te stellen dat de lidstaten met meer geld over de brug moeten komen als ze willen dat de EU meer hooi op zijn vork neemt.

Naast de Europese Commissie en de delegaties uit de lidstaten namen aan de meeting ook vertegenwoordigers deel van het Europees Parlement en van boerenorganisaties Copa-Cogeca en CEJA. De stem van de jonge landbouwers in Europa wordt sinds kort vertolkt door landgenoot Jannes Maes. "Jongeren willen de uitdaging aangaan om marktgeoriënteerd te ondernemen, maar ze kunnen het bijbehorende financiële risico niet dragen binnen het huidige landbouwbeleid. Het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) bewees in het verleden dat het werkte, maar daarom geldt dat niet automatisch ook voor de toekomst." Volgens de nieuwe CEJA-voorzitter delen veel landbouwministers de analyse dat de marktinstrumenten uit het huidige GLB niet in staat zijn om het landbouwinkomen te stabiliseren.

"We moeten ook kijken of andere modellen bruikbaar zijn, zoals verzekeringen, technologie om bijvoorbeeld weersverwachtingen te voorspellen, en inspelen op de mogelijkheden van precisielandbouw en het gebruik van big data", opperde Hogan. "Alles met de bedoeling om een betere inkomensstabiliteit te verkrijgen." Duidelijk werd dat de ministers willen dat er een vangnet blijft, als prijzen onder een bepaald niveau dalen. Nu gebeurt dat bijvoorbeeld door het opkopen van melkpoeder, als de melkprijs onder de 20 cent duikt. De melkveehouderij geniet net zoals andere deelsectoren momenteel van marktherstel, maar iedereen beseft dat het snel weer kan omslaan in negatieve zin.

Daarom legde EU-voorzitter Estland de vraag op tafel of de Europese crisisreserve niet veel groter moet zijn om effect te sorteren. Dat kan door het geld dat niet uitgegeven wordt te reserveren voor het jaar nadien, in plaats van het alsnog uit te keren als inkomenssteun aan alle landbouwers. Copa-Cogeca en CEJA zijn niet gewonnen voor het jaarlijks laten aandikken van het crisisfonds. "Het risico bestaat dat geld uit het fonds, afgehouden van de inkomenssteun aan landbouw, voor andere dringende doeleinden wordt ingezet", verklaart Maes de terughoudendheid. "Copa-Cogeca en CEJA stellen voor om de crisisreserve op te bouwen tot een bepaald plafond, en dat zoveel mogelijk met budgettaire overschotten en niet met afhoudingen op de inkomenssteun." Over de accumulatie van het crisisfonds en over het geschikte beleidsniveau, nationaal of Europees, lopen de visies van de lidstaten sterk uiteen.

Een andere prangende vraag is of je inkomenssteun kan zien als een instrument voor stabilisatie van het landbouwinkomen. "Vooral in economisch slechte jaren maakt inkomenssteun een belangrijk deel van het landbouwinkomen uit, daarom vindt CEJA van wel, en voegen we er aan toe dat inkomenssteun gericht moet worden op de actieve landbouwer die blootgesteld is aan de markt. Anderzijds slaagt de inkomenssteun er onvoldoende in om het marktrisico voor de landbouwer te beperken", evalueert Jannes Maes.

Daaruit leidt hij af dat Europese boeren en tuinders nood hebben aan een ruimer instrumentenpakket, "een waslijst aan mogelijkheden waaruit ze zelf de keuzes kunnen maken die passen bij hun bedrijfsvoering". Voor landbouwer A kan dat een contract of termijncontract zijn, voor landbouwer B een opbrengst- of inkomensverzekering, voor landbouwer C een bankgarantie van de overheid terwijl er ook landbouwers zullen zijn die hun inkomen voldoende ingedekt weten met de jaarlijkse inkomenssteun en het crisisfonds dat in hoge nood tussenkomt. "Met één oplossing kan je niet iedereeen bedienen", weet Maes.

Eensgezindheid was er bij de ministers over het feit dat het reeds bestaande crisisfonds in de toekomst sneller en meer flexibel ingezet moet kunnen worden. Bij CEJA hopen ze dat ook inkomens- en opbrengstverzekeringen een belangrijkere rol gaan innemen in het GLB na 2020 door sneller tussen te komen, lees: reeds bij een verlies van 20 en niet 30 procent.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Annika Haas - EU2017

In samenwerking met: Boerderij

Volg VILT ook via