nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

05.06.2014 Innovatie in drijfmest kan einde kunstmest inluiden

Sensoren die gemonteerd worden op drijfmesttanks gaan op het veld de nutriëntengehalten van de drijfmest bepalen. Daardoor wordt het mogelijk om drijfmest plaats-specifiek uit te rijden op basis van de nutriëntenbehoefte en -gehalten. Dat schrijft Trekker, het Nederlandse vakblad over tractoren en werktuigen, na een rondje langs diverse fabrikanten. Deze technologie zou een revolutie in het mestbeleid kunnen ontketenen. Met drijfmest die ‘nauwkeuriger’ wordt dan kunstmest heeft de overheid geen reden meer om boeren te verplichten om de stikstofgift boven 170 kilo stikstof per hectare met kunstmest in te vullen.

Eind dit jaar hopen enkele fabrikanten de eerste systemen te introduceren voor een sensorgestuurde drijfmestgift. John Deere presenteerde tijdens mechanisatiebeurs Agritechnica een gezamenlijk project rond NIR-technologie met de partners (en experten in mesttoediening) Fliegl, Kotte en Vervaet. Een NIR-sensor richt een lichtbron op de drijfmest die een deel van de uitgezonden golflengtes licht weerkaatst. Een detector meet de mate van reflectie. Hiermee berekent het systeem hoeveel licht is geabsorbeerd, en op basis daarvan de samenstelling van het product.

John Deere gebruikt de HarvestLab NIR-spectroscopie al sinds 2005 op hakselaars. Daar dient de sensor om in de gewasstroom van gras of maïs het drogestofgehalte te meten evenals de voederwaardecomponenten suiker, zetmeel en eiwit. “Met de toepassing in drijfmest wil John Deere meer grip krijgen op de koppeling tussen opbrengstbepaling en daarop afgestemde bemesting”, schrijft Trekker.

In Duitsland rijden al een aantal drijfmesttanks rond die met een NIR-sensor zijn uitgerust. Fabrikant Fliegl plaatste de sensor van John Deere achter op de tank, zo dicht mogelijk bij de afgifte. De gebruiker toetst de gewenste gift in stikstof per hectare in, of gebruikt een vooraf aangemaakte perceelkaart die de noodzakelijke stikstofgift bepaalt. Van één ander nutriënt, bijvoorbeeld fosfaat, kan een maximale gift ingesteld worden.

De NIR-sensor stuurt op basis hiervan de pomp van de drijfmesttank aan. De John Deere tractor past automatisch de rijsnelheid aan zodat telkens de juiste hoeveelheid stikstof wordt toegediend. Met RTK-gps worden zowel de uitgereden liters mest als de toegediende gehaltes stikstof en fosfor plaats-specifiek geregistreerd. De Nederlandse fabrikant Veenhuis werkt ook aan drijfmestanalyse met NIR, maar wil de sensoren op de trucks van transporteurs plaatsen en de analysegegevens via een dataverbinding naar de tractor met mesttank sturen. De drijfmest wordt in dat geval gedoseerd op basis van de werkelijke (gemiddelde gehaltes) in de tank.

Trekker besluit: “Het lijkt er echt op dat boeren drijfmest binnenkort plaats-specifiek kunnen uitrijden op basis van de nutriëntenbehoefte- en gehalten. Vergelijkbaar met het strooien van kunstmest, of beter nog, met de nauwkeurigheid van het toedienen van vloeibare meststoffen met een spuittoestel of spaakwielbemester. Zodra de wettelijke hobbels genomen zijn, is toepassing in de praktijk mogelijk. Minpunten zijn vooralsnog het hoge prijskaartje van de NIR-sensoren en een betrouwbare ijking.”

Als de fabrikanten erin slagen om deze technologie op punt te zetten, dan opent dat ook in Vlaanderen nieuwe perspectieven voor het mestbeleid. Vandaag mogen landbouwers dierlijke mest maar inzetten tot maximum 170 kilo stikstof per hectare voor de meeste gewassen. Daarboven dienen zij kunstmest toe te passen omdat de nutriënteninhoud daarvan exact gekend is. Op grasland wordt er om die reden meer minerale dan dierlijke mest gebruikt.

Bij drijfmest houden landbouwers en loonwerkers, en bijgevolg ook de Mestbank, meestal rekening met de forfaitaire inhoud van de mest. Zelfs al wordt er een meststaal voor analyse genomen, dan volgen de resultaten te laat om daar als landbouwer nog veel rekening mee te kunnen houden. Met NIR-sensoren zou de veehouder precies weten wat hij afvoert, de transporteur wat hij vervoert en de akkerbouwer wat hij aanvoert.

Bron: Trekker / eigen verslaggeving

Volg VILT ook via