nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

12.07.2017 Is de mondiaal stijgende vleesconsumptie boerenbedrog?

De wereldbevolking groeit en al die monden moeten gevoed worden, dus moet graan als grondstof voor zowel brood als diervoeder wel een keer opnieuw duur worden zoals in 2007-2008. De landbouwmarktexperten van FAO en OESO zien het de eerstkomende tien jaar zover niet komen. “De vraag naar vrijwel alle landbouwgrondstoffen zal van nu tot 2026 kleiner zijn dan de afgelopen tien jaar. Wereldwijd zal de vraag naar graan per hoofd van de bevolking naar verwachting stabiel blijven. De voorziene groei zal alleen in ontwikkelingslanden plaatsvinden”, schrijven ze in hun marktvooruitblik. De voorspelde rush op granen onder invloed van de stijgende vleesconsumptie en -productie komt er dus niet, tenminste niet op middellange termijn.

De beschrijving van de landbouwmarkten door de internationale organisaties FAO en OESO is een ontnuchtering voor boeren die de jongste jaren zijn blijven geloven in stijgende graanprijzen onder invloed van de groeiende wereldbevolking. Marktanalisten zien dat namelijk niet meteen gebeuren, ook niet binnen een tijdspanne van tien jaar. De vraag naar meer graan moest vooral gedreven worden door de veehouderij, met het idee dat de bevolking in groei- en ontwikkelingslanden meer vlees gaat eten naarmate ze welvarender worden. Blijkbaar loopt het zo’n vaart niet want FAO en OESO schrijven: “De overstap naar een westers voedingspatroon lijkt beperkt te zijn. Extra calorieën en eiwitten zullen voornamelijk uit plantaardige olie, suiker en zuivelproducten worden gehaald.”

Het mag toch wel een verrassing heten dat de voorspelde stijging in de vleesconsumptie door de internationale marktanalisten sterk afgezwakt wordt. In landen waar de switch van een plantaardig naar een meer op vlees gebaseerd voedingspatroon zich zou voltrekken, blijft dat vooralsnog beperkt. FAO en OESO trekken die zwak stijgende curve door. Lage inkomens en aanbodbeperkingen remmen de zin in meer vlees en in de Westerse wereld gaat de bevolking net minder vlees consumeren. Er zijn redenen (milieu, klimaat, gezondheid) om de naar beneden bijgestelde vleesconsumptiestijging toe te juichen, maar voor de producenten van vlees en granen is het uiteraard geen goed nieuws.

Er is weinig dat hen hoopvol kan stemmen na het lezen van de mondiale vooruitblik op de landbouwmarkten. De afgelopen tien jaar kwam de groeiende vraag naar landbouwgrondstoffen vooral van China. Jaarlijks steeg het verbruik van diervoeder met nagenoeg zes procent omdat er meer vlees en vis nodig waren. De biobrandstofindustrie ondersteunde op zijn beurt de vraag naar landbouwgrondstoffen. Op de middellange termijn zullen deze factoren de landbouwmarkten niet op dezelfde wijze ondersteunen. De vraag naar bio-ethanol en biodiesel is afgenomen door de lage prijzen van fossiele brandstoffen en het wegvallen van overheidssubsidies. Wanneer de energieprijzen weer stijgen, kan de vraag opnieuw toenemen. De vraagstijging zal beperkt zijn, behalve in groeilanden die een sterker ondersteunend beleid voeren.

FAO en OESO zien geen andere ontwikkelingen die de vraag naar landbouwgrondstoffen een zetje kunnen geven. Ze schrijven hun marktvooruitblik in een moeilijke context voor basisproducten zoals granen, vlees en zuivel. De prijzen liggen ver beneden de pieken die de voorbije tien jaar soms gehaald zijn. Zowel de productie als de voorraden zijn groot. De prijs van oliehoudende zaden, plantaardige oliën en suiker vertoonde in 2016 wel een lichte opleving.

Algemeen houden OESO en FAO voor landbouwproducten rekening met een dalende trend in de prijzen, weliswaar met tussentijds grote schommelingen. Boeren zullen hun hoop vooral moeten vestigen op schokken in het aanbod want het rapport vermeldt: “De netto export van landbouwproducten vanuit Noord- en Zuid-Amerika, Oost-Europa en Centraal-Azië zal toenemen, terwijl elders in Azië en in Afrika de voedselimport toeneemt. Slechts enkele landen staan in voor de export terwijl voedingsimport wijdverspreid is. Wereldmarkten worden daardoor gevoeliger voor aanbodverstoringen dan voor vraagschokken.”

Naar verwachting zal de landbouwsector er ook de komende tien jaar in slagen zijn productie op te voeren, niet zozeer door een areaaluitbreiding maar door betere opbrengsten. Vooral in Afrika, ten zuiden van de Sahara, wordt het opbrengstpotentieel nog lang niet benut. De wereldwijde graanproductie zal slechts een kleine stijging vertonen, terwijl een verdere uitbreiding van de sojaproductie tegemoetkomt aan de vraag naar diervoeders en plantaardige olie.

De groei van de vlees‑ en zuivelproductie is niet alleen het gevolg van grotere veestapels, maar ook van een hogere opbrengst per dier. Ook in de veehouderij bestaan nog steeds grote verschillen in de intensiteit van de productie. De groei van de pluimveeproductie zal gedurende de komende tien jaar nagenoeg de helft van de totale toename van de vleesproductie uitmaken. De melkproductie zal naar verwachting sneller groeien dan de afgelopen tien jaar, vooral in India en Pakistan. Aquacultuur is vooral een Chinees succesverhaal want meer dan 60 procent van de mondiale visproductie zal daar plaatsvinden. Gekweekte vis is in de komende tien jaar de snelst groeiende bron van eiwitten.

Meer info: OESO-FAO agricultural outlook

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via