nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

12.05.2017 Is het zinvol om heide ten koste van bos te herstellen?

Is het zinvol om heide ten koste van bos te herstellen? Over deze vraag buigt Glenn Deliège, landschapsfilosoof, zich naar aanleiding van de hetze die ontstaan is nadat Vlaams minister Joke Schauvliege Natuurpunt de grootste netto-ontbosser van Vlaanderen noemde. “De Europese natuurbehoudswetgeving is te rigide voor een natuur die voortdurend in beweging is. Je moet soms durven geloven in de veerkracht ervan: niet alleen krampachtig vasthouden aan wat het verleden heeft opgeleverd, maar zoeken naar nieuwe mogelijkheden voor de natuur in het toekomstig landschap”, stelt hij.

In een opiniestuk in De Standaard stelt Deliège, die als gastprofessor landschapsfilosofie verbonden is aan de Hogeschool Gent, dat er geen juist antwoord bestaat op de vraag of het zinvol is om heide ten koste van bos te herstellen. Maar net omdat er geen definitief antwoord is, moet je de vraag volgens hem voortdurend openhouden. “De vraag of het zinvol is om heide ten koste van bos te restaureren, kan je niet los zien van de bredere landschappelijke tendensen”, klinkt het.

Hij wijst erop dat er door de industrialisatie in Europa een tweesporenlandschap bestaat. “Het grondgebruik in de meest productieve regio’s intensifieert sterk door urbanisatie, industrialisatie en intensieve landbouw, tegelijk is er een extensivering in de minst productieve regio’s. De scheiding tussen hoogdynamische industriële of urbane zones en laagdynamische, ontvolkte rurale gebieden is hard. Het platteland, als overgang tussen stad en natuur, is er de dupe van”, meent Deliège.

Volgens hem is onze natuur al millennia ‘plattelandsnatuur’. “Maar dat maakt haar niet minder rijk. Die rijkdom staat nu wel van twee kanten onder druk: urbanisatie en industrialisatie (ook van landbouw), maar ook ontvolking en het gebrek aan beheer dat daarmee samenhangt”, analyseert de landschapsfilosoof. Heide ziet hij dan weer als het resultaat van een extensief landbouwsysteem dat al lang niet meer rendabel is. “De heide verdween door een gebrek aan beheer en een nieuwe economische invulling in het kader van een intensiverend landgebruik.”

Glenn Deliège is van mening dat een groeiende maatschappelijke gevoeligheid voor natuur en landschap ertoe geleid heeft dat we heide nu ook om niet-economische redenen waarderen: als een biotoop voor een specifieke vorm van biodiversiteit en als landschappelijk relict. “Als we die zaken inderdaad belangrijk vinden, dan is het in sommige gevallen te legitimeren dat je bos opoffert voor natuurherstel”, luidt het.

“De heide is eeuwen onderdeel geweest van het landschap en dat heeft duidelijke sporen nagelaten in de bodem. Als er nieuwe bossen komen op de heide, dan is het een nieuw en ‘onuitgegeven’ landschap. Niet meer of niet minder belangrijk dan de heide die het vervangt, maar alleszins een grote ‘shock’ voor het ecosysteem, met zeker op korte termijn vaak een nefaste invloed op de biodiversiteit”, zo schrijft hij in zijn opiniestuk. Wanneer dan opnieuw open plekken in het bos worden aangebracht of zelfs op grotere schaal heideterreinen worden aangelegd, dan kan dat in de ogen van Deliège gezien worden als maatregelen die de continuïteit in het landschap deels herstellen.

Toch merkt hij op dat de economische situatie en de milieuomstandigheden sterk gewijzigd zijn en het heideherstel om die redenen altijd een beetje vechten tegen de bierkaai zal zijn. “Het lijkt op het eerste gezicht weinig zinvol om massaal bossen te verwijderen om louter en alleen een historische toestand te herstellen. Lokaal heideherstel kan de leesbaarheid van landschappen verhogen en de impact op de biodiversiteit milderen, maar je kan ook moeilijk een glazen stolp over een landschap plaatsen.” Volgens Deliège moeten natuur en landschap kunnen blijven evolueren, maar gaat het erom een fijn evenwicht tussen behoud en ontwikkeling te bereiken.

De landschapsfilosoof meent dat een al te rigide Europese natuurbehoudswetgeving dat in de weg kan staan. “Er weerklinkt ook wel eens protest tegen. Europa zou te veel bepalen welke vegetatie en soorten in welke hoeveelheden en op welke plaatsen moeten voorkomen en dat leidt effectief tot een ‘bevriezing’ van de natuur. Zo’n beleid is te rigide voor een natuur die voortdurend in beweging is. Je moet soms ook geloven in de veerkracht ervan en niet krampachtig vasthouden aan wat het verleden heeft opgeleverd. Er moet dan gezocht worden naar nieuwe mogelijkheden voor de natuur in het toekomstige landschap.” Al voegt Deliège er wel aan toe dat het niet evident is om ervoor te zorgen dat er flexibeler kan omgesprongen met doelsoorten en er tegelijk toch een voldoende rijke natuur kan gegarandeerd worden.

Bron: De Standaard

Beeld: TPA

Volg VILT ook via