nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

04.05.2015 Italiaanse landbouw stelt 300.000 vluchtelingen te werk

Van de bootvluchtelingen die massaal aankomen in Italië, komen er heel wat onder hen terecht in de Italiaanse land- en tuinbouw, waar ze vaak illegaal en onder erbarmelijke omstandigheden worden tewerkgesteld. Dat schrijft de hulporganisatie ‘Medici per i diritti umani’ (Artsen voor mensenrechten) in een onlangs verschenen rapport. Volgens schattingen zou het gaan om ruim 300.000 immigranten. “Moderne slavernij”, noemt de hulporganisatie het. “Ze zijn niet geregistreerd en zonder contract worden ze stelselmatig onderbetaald en wonen ze in krotten.”

De bootramp waarbij eind april ruim 800 vluchtelingen uit Syrië, Eritrea en Somalië om het leven kwamen, plaatste de problematiek weer bovenaan de agenda. Nochtans klaagt Italië al langer de stroom vluchtelingen aan die het land overspoelen. Ongeveer de helft onder hen reist door naar Noord-Europa, de rest blijft achter in Italië. In hun zoektocht naar werk komen er heel wat onder hen terecht in de Italiaanse landbouw. De hak van de Italiaanse laars is na Parma en omgeving immers het belangrijkse tomatengebied van Italië.

Jaarlijks wordt er bijna twee miljoen ton tomaten verbouwd, bijna een kwart van de totale productie van Italië. De tomaten in dit gebied zijn voornamelijk bestemd voor de industrie. Ze worden verwerkt tot sauzen en bliktomaten. Een industrie die zich voornamelijk in de buurt van Napels bevindt en volgens velen in handen is van de Camorra, de Napolitaanse maffia. “Zij bepalen de prijs en zetten boeren onder druk”, zegt Gervasio Ungolo, zelf boer maar bovenal voorzitter van een stichting die zich inzet voor immigranten in de landbouw. “De prijs is zodanig laag dat veel boeren, om toch nog iets te verdienen, hun toevlucht moeten zoeken tot goedkope arbeidskrachten.”

Volgens Ungolo ontbreekt in dit deel van Italië een structuur van uitzendbureaus en doet de lokale overheid ook niets om seizoensarbeid te bevorderen of te reguleren. “Het gevolg is uitbuiting in een koppelbazensysteem. Boeren doen beroep op wat ze hier een ‘caporale’ noemen, vaak Oost-Europeanen die via hun contacten in de verschillende krottenwijken arbeiders ronselen”, aldus de Italiaanse boer. De Afrikaanse dagloners verdienen zo’n 25 tot 30 euro voor 12 uur werk, maar daar gaan nog de kosten voor het vervoer van en naar de velden vanaf. “Die vijf euro verdwijnt ook in de zakken van caporale”, zegt Gervasio Ungolo.

Ook de omstandigheden waarin deze illegale arbeiders wonen, zijn precair. “In het oogstseizoen wonen er zo’n 6.000 voornamelijk Afrikanen in vervallen huisjes, minuscule tentjes en zelfgebouwde krotten. Toiletten of douches zijn er vaak niet”, vertelt Don Arcangelo, een priester die zich rondom de stad Foggia inzet voor het lot van de Afrikanen. Ontsnappen aan deze omstandigheden is moeilijk. Dat bewijst het verhaal van Gerard, een landmeter uit Burkina Faso. Hij klaagde zijn werkgever aan omdat hij hem nooit betaalde, ondanks een contract. “Ik heb nog 17.000 euro van hem tegoed. Maar intussen ben ik een paria geworden, geen werkgever die me nog wil inhuren en ook mijn collega-arbeiders willen niets meer met mij te maken hebben. Ik word gezien als een lastpost”, klinkt het.

Bron: |

In samenwerking met: Boerderij

Volg VILT ook via