nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

 

25 jaar Wervel: van luis in de pels tot inspirator
16.11.2015  Jeroen Watté (Wervel) en Ronny Aerts (melkveehouder)

In de belangenverdediging van de Vlaamse landbouwers zijn organisaties actief met een lange geschiedenis. Terwijl in Leuven 125 jaar Boerenbond gevierd wordt, blikken ze bij Wervel terug op een jongere maar daarom niet minder boeiende historiek. Vijfentwintig jaar na de oprichting van de Werkgroep voor een Rechtvaardige en Verantwoorde Landbouw door priester-politicus Herman Verbeek en norbertijn Luc Vankrunkelsven is Wervel meer dan een luis in de pels van de gevestigde landbouwbelangen. Zo nu en dan houden ze de gangbare landbouw nog altijd een spiegel voor, bijvoorbeeld om te laten doordringen dat ‘duurzaam vlees van bij ons’ vloekt met soja-import van overzee. Maar evengoed laat Wervel zich opmerken als voortrekker van agro-ecologie, innovaties op boerenschaal en nieuwe teelten. Melkveehouder Ronny Aerts is een Wervel-aanhanger van het eerste uur. Hij roeit als de besten tegen de stroom in. Samen met Wervel-medewerker Jeroen Watté schuiven we aan tafel voor een geanimeerd gesprek.

In de jaren ’90 werd over landbouw geschreven en gesproken in termen van de grote vervuiler. Ook met het vertrouwen van de consument in zijn voedselproductie was het niet goed gesteld ten tijde van de dioxinecrisis en de dolle koeienziekte. Vanwege de hoeveverkoop van zuivel en de vragen van zijn klanten was Ronny Aerts op hoeve De Ploeg in Herselt toen al bewust bezig met ‘anders boeren’. Ten tijde van de betogingen tegen het eerste mestactieplan had Ronny het gevoel dat alleen kunstmest en chemische gewasbescherming bannen niet genoeg is om duurzaam aan landbouw te doen. De puzzel was pas compleet toen maïs gedeeltelijk uit het teeltplan verdween en plaatsmaakte voor meer gras-klaver. Wervel inspireerde hem er toe om soja volledig te bannen uit het voederrantsoen van de koeien. Artikels van Wervel en een reis naar Brazilië samen met Wervel-boegbeeld Luc Vankrunkelsven openden zijn ogen inzake soja.

Terwijl de meeste landbouwers ‘voorzichtige volgers’ zijn, identificeert Ronny Aerts de problemen en durft hij het roer omgooien om ze aan te pakken. “Hij zoekt naar een antwoord op maatschappelijke verzuchtingen, dat waarderen we zo aan Ronny”, vertelt Jeroen Watté van Wervel. De bereidheid tot veranderen, wordt op het melkveebedrijf met zuivelverwerking in de hand gewerkt door het contact met de consument. En over die verandering toonde hij zich altijd bereid om te communiceren, tegenover collega’s die kwamen kennismaken met gras-klaver maar evengoed tegenover Greenpeace wanneer de milieuorganisatie wou aantonen dat melk produceren met ggo-vrij voeder mogelijk is en zelfs rendabeler kan zijn. Dat werd Ronny niet altijd in dank afgenomen, niet door Boerenbond dat kritische stemmen indertijd nog liever negeerde dan het debat aan te gaan maar evenmin door collega’s die hun tenen krulden door Ronny’s kritiek op milieuonvriendelijke monocultuur van maïsteelt.

RonnyAerts.geVILT.jpg

“Het landbouwsysteem was en is niet langer houdbaar”, pikt Jeroen Watté in. Wervel wil landbouwers enthousiasmeren om de platgetreden paden te verlaten en nieuwe wegen te verkennen. Een menswaardige landbouw die veel respect opbrengt voor milieu en omgeving is het doel. Opeenvolgende veranderingen van het landbouwbeleid lijken Wervel gelijk te geven want duurzaamheid wint nog steeds aan belang. Ook neemt de verscheidenheid van de landbouwsector weer toe na jaren waarin schaalvergroting en specialisering het overheersende dogma waren. Toch is er nog werk genoeg aan de winkel. Zo heeft Ronny persoonlijk gestreden voor het verruimen van de derogatie (meer dierlijke mest mogen aanwenden onder strikte voorwaarden, nvdr.) naar percelen gras-klaver. Voordien was gras-klaver uitgesloten, waardoor het mestbeleid – dat soms vies lijkt van dierlijke mest – het gebruik van kunstmest verder in de hand werkte.

Volgers hebben het makkelijker dan pioniers
Volgens Jeroen Watté is dat geen alleenstaand voorbeeld van tegenstrijdig overheidsbeleid. “In andere sectoren richt het beleid zich op de best beschikbare technieken, niet zo in de landbouw waar de pioniers hun plan moeten trekken en de volgers profiteren van overheidssubsidies (investeringssteun). Bovendien is ‘compartimentering’ een hardnekkig probleem. “Agroforestry heeft last van de tunnelvisie op landbouw enerzijds en bosbouw anderzijds. Zo bepaalt een maximum aantal bomen per hectare of je al dan niet inkomenssteun kan activeren op een perceel. Een ander voorbeeld zijn de strengere fosfornormen in het mestbeleid die de verhoging van het organische stofgehalte niet bepaald helpen. Net door zulke zaken in zijn geheel te bekijken, zou je tot oplossingen kunnen komen.”

agroforestry_Wervel.geVILT.jpg

Toch lijkt Ronny Aerts niet zwaar teleurgesteld in het landbouwbeleid. Hij ervaart dat de overheid, weliswaar met wat vertraging, dezelfde richting uitgaat als hij zijn bedrijf instuurde. Wat meer experimenteerruimte zou wel welkom zijn, zegt Ronny terwijl hij een drijfmesttank toont die de ammoniakemissie beperkt door een kleine hoeveelheid water bovenop de mest te sproeien. “Beleidsmakers redeneren vanuit oude denkkaders”, meent Jeroen Watté. “Het is een gekend fenomeen dat pioniers op wettelijke obstakels botsen. In een gevoelige materie, zoals mest, limiteert de overheid goede ideeën en bestraft ze wat niet verloopt volgens gekende patronen.” Om pioniers niet in de kou te laten staan, zijn de regels voor investeringssteun aangepast. In het verleden gingen alle subsidies naar landbouwers die nieuwe technieken implementeren die gekend zijn en op een lijst staan. Wie echt vernieuwend werkte, had tot voor kort niets aan het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds.

Ronny kaart aan dat (te?) veel overheidssteun naar onderzoeksinstellingen en praktijkcentra gaat. Voor innovaties door boeren staat de overheid niet met eenzelfde zak geld klaar. Bovendien vindt hij zijn gading niet in het door de overheid betaalde onderzoek. “Ofwel is het te sterk gangbaar georiënteerd, ofwel loopt het achter op de experimenten die ik zelf al uitvoerde. En zo revolutionair is wat ik doe nochtans niet. Ik verrijk gewoon de kennis van mijn voorouders met nieuwe inzichten.” Een mooi voorbeeld daarvan is de drogerij voor zijn gras-klaver. Pioniers combineren volgens Jeroen Watté wetenschap met verloren gegane kennis. Criticasters is hij te snel af door er meteen aan toe te voegen dat we niet terug moeten naar vroeger. “Wie dat denkt, heeft niet begrepen wat agro-ecologie inhoudt.”

lupineplustarwe.broodmix_Wervel.geVILT.jpg

(Bio)logische landbouw
Voor alle duidelijkheid: Ronny Aerts is geen bioboer. Wil je een stempel kleven op zijn bedrijfsvoering, dan is dat niet gangbaar of biologisch. Logisch, zo zou je het nog het best kunnen omschrijven. “Veel bioboeren kunnen nog iets leren van Ronny”, zegt Jeroen. “Zij zijn gedreven om voor het label te gaan maar in feite is dat een lastenboek, wat per definitie negatief is omdat het dingen uitsluit met verbodsbepalingen.” Voor Wervel is het al dan niet biologisch gecertificeerd zijn van ondergeschikt belang. Agro-ecologie, daar draait het om. En biolandbouw is niet één op één hetzelfde. “In Zuid-Amerika zie je grootschalige monoculturen van biologische groenten”, illustreert Jeroen Watté waarom bio niet per definitie agro-ecologisch is.

kennisuitwisseling_Wervel.geVILT.jpg

In eigen land matchen bio en agro-ecologie beter en zit het probleem veeleer in de hoge schotten tussen bio en gangbaar. Zo goed bioboeren onder elkaar kennis uitwisselen in zogenaamde biobedrijfsnetwerken, zo moeilijk verloopt de uitwisseling met de gangbare landbouw. Zonde, want de beste leerschool is volgens Jeroen Watté het onderling contact tussen landbouwers, niet de top-down kennisoverdracht van onderzoeker naar boer. Jeroen: “Het is ook een taak van Wervel om pioniers met elkaar in contact te brengen. Al een paar keer ben ik getuige geweest van de intellectuele vonken dat dat geeft. Het werkt inspirerend maar vereist een open geest. Boeren moeten de vastgeroeste denkpatronen kunnen loslaten hoewel die impliciet of expliciet aanwezig zijn in de communicatie van hun vakorganisaties.”

Waarom landbouwers de onderzoeksvragen niet laten stellen?
Hoewel heel wat boerenzonen en -dochters het bedrijf verder uitbaten zoals hun ouders dat altijd gedaan hebben, merkt Ronny Aerts dat zijn afwijkende aanpak de jongste jaren meer interesse bij collega’s wekt. Het geeft Ronny voldoening dat hij zijn kennis kan delen maar tegelijk ervaart hij dat het lastig wordt als de tijdsinvestering steeds groter wordt. “Bovendien vindt iedereen het maar normaal dat men de mosterd bij de boer kan halen zonder er voor te betalen. Een onderzoeker laat zich toch ook betalen?”

Hij herinnert zich nog al te goed hoe zo’n onderzoeker het recept van zijn probiotische yoghurt probeerde te ontfutselen. Omgekeerd zou Ronny 15.000 euro aan diezelfde onderzoeksinstelling hebben moeten betalen om het effect te meten van een zelf gebouwde sproei-installatie die de ammoniakemissie uit de stal met waterstraaltjes vermindert. Opnieuw komt het er op neer dat overheidssubsidies schijnbaar exclusief voor onderzoekscentra bestemd zijn en niet voor innovaties van boeren, voor boeren. “Nochtans moet een landbouwer die zelf aan het experimenteren gaat daar wel zelf de gevolgen van dragen”, zegt Ronny, terugdenkend aan het beschimmeld gras dat het eerste jaar uit zijn drogerij kwam.

melkveestal.geVILT.jpg

“Boeren zouden mee aan tafel moeten zitten bij onderzoeksprojecten en dan heb ik het niet over hun vakorganisaties want zij zitten vooral in de stuurgroep om het geld dat in de pot zit te verdelen. Nee, als je zoals ILVO beweert trans-disciplinair te werken, dan moet je het aandurven om de boer de onderzoeksvragen te laten stellen.” Zoals er in het landbouwonderzoek nood is aan reflectie zo is dat ook nodig op het niveau van een individueel landbouwbedrijf. Alleen ontbreekt het bijna altijd aan tijd daarvoor omdat de dagelijkse werkzaamheden alle energie van een boer(in) vergen. Nochtans vaart het bedrijf er wel bij als de bedrijfsleider even afstand kan nemen van de dagelijkse sleur om zich af te vragen of hij wel de juiste dingen goed aan het doen is. Door de melkverwerking heeft Ronny het geluk dat er ondanks de normale schaalgrootte behoorlijk veel arbeidskrachten actief zijn op hoeve De Ploeg. Dat creëert tijd voor reflectie, ook al is het nu al even naar adem happen door een nieuwbouw en zware tegenslag met de veestapel.

Schuldenvrije boeren staan het meest open voor vernieuwing
Hoewel Wervel geen ledenorganisatie is, vermoeden we dat hun aanhang gegroeid is door de crisis. “De crisis is geen ‘momentum’ voor Wervel”, spreekt Jeroen tegen. “Openstaande schulden zijn voor veel landbouwers een belemmering om het over een andere boeg te gooien. Recent zijn een varkenshouder en azaleateler omgeschakeld naar CSA, community supported agriculture. Maar zij zijn uitzonderingen. De nieuwe stal of serre die zich bij hen opdrong maar bijna onmogelijk terug te betalen leek, hebben ze nooit gebouwd zodat er ook geen schulden waren.

Bij Wervel houden ze van ‘vrije boeren’, van ‘boerenlandbouw’ en van ‘landbouwbedrijven op mensenmaat’. En ze hebben een hekel aan de doodlopende straatjes waarin almaar meer boeren terechtkomen. Dat kan door hoge schulden bij de bank zijn, door een grote afhankelijkheid van toeleveranciers en/of afnemers maar ook door een ‘lock-in’ zoals een ziektegevoelig aardappelras als bintje of een genetisch defect rund als wit-blauw. Wervel plantte de voorbije twee jaar op verscheidene plaatsen in Vlaanderen 24 kruisen om mensen te doen stilstaan bij het even grote aantal Vlaamse landbouwers dat er wekelijks de brui aan geeft. De organisatie vreest dat we afstevenen op het einde van de lokale familiale landbouw als deze trend zich doorzet.

boerzoektloon_Wervel.geVILT.jpg

In de ogen van Wervel is de Vlaamse varkenshouderij nog zo’n weinig fraai voorbeeld van een ‘lock-in’ die de Vlaamse boeren in een uitzichtloze situatie gevangen houdt. Tegenover bulkproductie voor (verre) exportmarkten plaatst Wervel een verhaal van minder varkens houden maar ze verkopen aan een betere prijs … en dat bij voorkeur op de binnenlandse markt zodat het aan consumentenzijde gekoppeld kan worden aan ‘minder maar beter vlees eten’. Daarmee zette Wervel in zijn beginjaren twee maanden lang zijn stempel op het landbouwnieuws in De Standaard op een ogenblik dat de varkenshouderij af te rekenen kreeg met de varkenspest. De titels van de opiniestukken, bijvoorbeeld ‘Landbouw en Wereldoorlog III’ en ‘Pest: einde of begin van iets nieuws?’, logen er in 1990 niet om.

Sojaverslaving houdt goedkope vleesproductie in stand
Productiebeheersing gekoppeld aan eerlijke prijzen voor de producent is breder toepasbaar dan alleen op de varkenshouderij. Het is volgens Jeroen de kunst om reststromen meer te benutten als veevoeder, kringlopen te sluiten en te evolueren naar een landbouw die meerwaarde realiseert met behulp van de koopkrachtige Belgen en er niet op uit is om hoge ogen te gooien in de handelsbalans. “Niet elke boer moet ook verkoper worden maar in onze visie moet de landbouwproductie wel veel beter afgestemd worden op de lokale consumptie”, verduidelijkt Jeroen. Ronny valt hem bij: “Niet elke landbouwer moet diversifiëren want in de praktijk komt hoeveverkoop neer op een tweede job er bij nemen. Maar het kan niet de bedoeling zijn dat de Vlaamse landbouw zijn melk probeert kwijt te geraken in China en varkens naar Duitsland en Nederland voert.”

biomarkt.Antwerpen_Wervel.geVILT.jpg

Wervel werkte zich jaren geleden in de kijker met de petitie ‘Ja, ik teken voor een landbouw met toekomst’. Nadien volgde veel analytisch werk: “We maakten ons het WTO-verhaal eigen, koppelden dat met de Europese import van soja als eiwitrijk veevoeder en legden bloot welke nefaste gevolgen het Blair House-akkoord (1992) tussen de EU en de VS had voor de lokale teelt van eiwithoudende gewassen in Europa. Door het tariefvrij importeren van Amerikaanse soja geraakt de Europese veehouderij verslaafd aan soja. In feite was dat voordien al begonnen, met de Dillon-ronde van het wereldhandelsoverleg. Die zorgde begin jaren ’60 voor een opstoot van soja-import uit de VS.” De bewustmaking daaromtrent vindt Jeroen één van de belangrijkste verwezenlijkingen van Wervel. “We waren ook de eerste om kritische vragen te stellen bij genetisch gemodificeerde gewassen.”

soja_Wervel.geVILT.jpg

Sindsdien hoor je vanuit de hoek van Wervel meer en meer waar ze vóór zijn, bijvoorbeeld agro-ecologie, en ligt de focus minder op waar ze tegen zijn. Noem Wervel gerust een pionier in agro-ecologie en meer bepaald in agroforestry. Ook nieuwe teelten (hennep, lupine, amarant, enz.) zijn bekend terrein voor de ngo. Als oprichter van een aantal bioboerenmarkten is Wervel ook een voorloper in het verkorten van de voedselketen. En onderschat de verdienste van de organisatie niet inzake alternatieve eiwitbronnen. Hoewel de organisatie door de overheid niet bij het Vlaams actieplan werd betrokken, zal diezelfde overheid zeker dadendrang gevoeld hebben door de jarenlange kritische kijk van Wervel op soja. Verder blijft de Noord-Zuid relatie één van Wervels belangrijke bekommernissen. Luc Vankrunkelsven bracht veel tijd door in Brazilië en werkte intensief samen met de boerenvakbond FETRAF-SUL om landbouwers te vormen. Nog steeds trekt hij ieder jaar naar Brazilië, nu vooral naar de landbouwscholen. Tezelfdertijd haalt hij inspiratie uit de beweging rond agro-ecologie die ginder sterk leeft, een kruisbestuiving dus.

Over het actieplan alternatieve eiwitbronnen wil Jeroen nog wat kwijt: “Met inhoudelijke sterke bijdragen spelen we onze rol als luis in de pels van de gevestigde landbouwbelangen. Vriend en vijand erkennen dat we die rol goed spelen. Maar het is een beetje tot onze eigen frustratie dat we niet mee aan tafel zitten als sector en overheid zich over de alternatieven voor soja buigen. In onze rol als pionier ontbreekt het dus nog aan erkenning. Door er niet bij betrokken te zijn, is Wervel wel goed geplaatst om de stappen die sector en overheid zetten op hun geloofwaardigheid te toetsen. “Al te vaak blijken het ‘schaamlapjes’ die het mainstream beleid moeten maskeren. Woord en daad liggen soms ver uiteen. Greenwashing, noemen wij dat.”

Een ‘lock-in’ laat enkel zelfbevestiging toe
Euro’s zijn volgens Jeroen Watté een goede graadmeter voor de ernst waarmee de overheid een probleem wil aanpakken. “Iets waar je 200 miljoen euro tegenaan gooit, neem je meer aux sérieux dan een actieplan korte keten dat vooral de bestaande acties recupereert.” Om die reden heeft de overheid in de ogen van Wervel mee schuld aan de aanslepende crisis in de intensieve veehouderij. “Door geld te blijven pompen in nieuwe ammoniakemissiearme stallen is het dweilen met de kraan open.”

Opnieuw verwijst Watté naar wat hij een ‘lock-in’ noemt: “Geloof aub niet dat boeren vrij zijn in het huidige landbouwsysteem. Velen onder hen maken geen ‘eigen’ keuzes. Ze zitten in een doodlopend straatje want de bedrijfsvoering laat enkel zelfbevestiging toe, zelfs al steken ze er geld aan toe.” De adviseurs (banken, veevoederfirma, enz.) die hen bijstaan, kwijten zich volgens hem niet goed van hun taak omdat ze last hebben van een tunnelvisie en van eigen belangen. Gelet op de crisis in de landbouw is het de overtuiging van Jeroen Watté en de andere Wervelaars dat we het huidige systeem verregaand in vraag moeten durven stellen. Jobs in de voedingsindustrie en een plus op de agrarische handelsbalans mogen het debat niet monddood maken als het in de hele keten ontbreekt aan meerwaarde en het vooral de boer is die daarvoor de bonen vreet…

Meer weten over de omwenteling die Wervel beoogt? Lees ook het nieuwsartikel "Nood aan toegevoegde waarde in plaats van meer omzet" of vier op zondag 22 november 25 jaar Wervel in Gent. Op het programma staan onder meer een congres over gezonde en duurzame schoolmaaltijden, een workshop die je meer leert over het ‘betere brood’, een veiling van materialen op basis van hennep en de theatervoorstelling ‘Wij varkensland’.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: VILT / Wervel

Volg VILT ook via