nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

"Vertrouwen dat landbouwers krijgen, weerspiegelt zich in hun ondernemerschap"
30.06.2014  Joris Relaes en Frans Coussement (kabinet Landbouw 2004-2014)

Tien jaar lang kreeg de Vlaamse minister van Landbouw, eerst Yves Leterme en daarna Kris Peeters, ruggensteun van een goed geoliede tandem op zijn kabinet. Dat de bezetting van het kabinet Landbouw doorheen de jaren halveerde (naar 2,5 VTE), weten maar weinig mensen. Dat is de verdienste van oud-kabinetschef Joris Relaes en uittredend kabinetsmedewerker Frans Coussement. Zij konden terugvallen op hun ervaring en op een landbouwadministratie die goed werk levert. “En op onze minister die in zijn drukke agenda altijd een gaatje vond wanneer de nood in de landbouwsector hoog was”, voegen ze er zelf aan toe. Op basis van wederzijds vertrouwen, zo werkten Relaes en Coussement samen met Leterme en Peeters. Net zoals ze vertrouwden op het ondernemerschap van de landbouwers bij het vormgeven van het Vlaams landbouwbeleid.

Hoe voelt het om na tien jaar het kabinet Landbouw te verlaten? Moet toch best moeilijk zijn om na zo veel jaren het Vlaamse landbouwbeleid ‘los te laten’?
Joris Relaes: Sinds april geef ik leiding aan het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek. Zo blijf ik nauw bij het landbouwgebeuren betrokken. Een job buiten de landbouw zou niets voor mij zijn. Nu was de overgang niet zo groot.
Frans Coussement: Bij mij kriebelt het wel omdat de betrokkenheid bij het Vlaams landbouwbeleid minder zal worden door de overstap naar een ander beleidsniveau. Zodra mijn taak er hier op zit, ga ik aan de slag op de dienst Landbouw van de provincie West-Vlaanderen. Daar zal ik het provinciale landbouwbeleid mee aansturen.
Joris Relaes: Het vergt voor ons allebei een aanpassing. Ik hou wel van een nieuwe uitdaging. Op ILVO zijn 620 mensen bezig met innovatie in landbouw. In hun onderzoek is landbouw een onderdeel van een hele agrovoedingsketen.

Waarom charmeert landbouw jullie?
Coussement: Het is niet zozeer de sector die mij charmeert, maar wel de mensen die er actief zijn. De gedrevenheid van onze landbouwers vind ik fascinerend. En dan vooral de inventiviteit en de flexibiliteit waarmee ze zaken aanpakken. Op een eenmansbedrijf als een landbouwbedrijf loopt dat nu eenmaal vlotter dan op grotere bedrijven waar het bestuur meer in een structuur gegoten zit. Frappant is ook de volharding van landbouwers, in alle omstandigheden. Na het Pinksterweekend ontmoette ik een tuinder van wie de serre totaal vernield was door de storm. Twee of drie dagen later wou die man weer vooruit met zijn bedrijf.
Relaes: Voeg daar maar aan toe dat landbouwers ook erg sympathieke mensen zijn. Hoewel de maatschappij tien jaar geleden nog een negatief beeld had van landbouw stond dat een warm onthaal op de boerderij nooit in de weg. Naast de landbouw en landbouwers in Vlaanderen gaat mijn interesse ook uit naar landbouw in de wereld, naar de vraagstukken omtrent voedselvoorziening en prijsvorming. Als je dat bestudeert, merk je dat men overal in de wereld met verschillende vormen van landbouwbeleid op zoek is naar een oplossing. Het is een permanente zoektocht.

“Onze maatschappij draait op mensen die de gedrevenheid van landbouwers etaleren” [Frans Coussement]

Blikken jullie met tevredenheid terug op het parcours dat inzake landbouw is afgelegd door de ministers Leterme en Peeters, en op jullie eigen inbreng daarin?
Relaes: Met Yves Leterme als landbouwminister is de fierheid op landbouw weergekeerd. Met Kris Peeters hebben we daarop voortgewerkt. Ik citeer graag de slogan ‘een landbouw is een ondernemer in het kwadraat’. Bij het uitstippelen van het Vlaams landbouwbeleid keken we steeds als een medestander en supporter naar de landbouw. Dat belette ons niet om de sector duidelijk te maken dat met maatschappelijke vraagstukken zoals natuur en milieu rekening moest worden gehouden. Voordien werd dat de landbouwers als verwijt naar het hoofd geslingerd. Leterme en Peeters reikten hen een helpende hand om op een aantal vlakken een andere richting uit te gaan. De dialoogdagen die Kris Peeters organiseerde voor verschillende deelsectoren hebben daarbij geholpen omdat ze ons de kans gaven om met landbouwers te praten.
Coussement: Er wordt wel eens gezegd dat een kabinet de marionet is van het middenveld, maar wij bewezen het tegendeel. Overleg vooraf en betrokkenheid van de sector zijn heel belangrijk, maar de keuzes werden wel hier op het Martelarenplein gemaakt. Vaak hebben we proactief de richting uitgezet waarin de sector moet evolueren. De nieuwe randvoorwaarden inzake erosie zijn daar een goed voorbeeld van.

landbouw1_LoonwerkDefour.geVILT.jpg

Om op het erosiebeleid even door te gaan, is een beslissing evenwichtig als de boeren boos zijn omdat het een brug te ver is voor hen en de groenen ontgoocheld zijn omdat er meer nodig is?
Relaes: Wellicht wel, want dat betekent dat je een realistisch midden hebt gevonden tussen beide ‘extremen’. Jaren na de eerste hevige reacties op een beslissing geven de middenveldorganisaties dat vaak zelf met zo veel woorden toe. De landbouwsector kan soms fel strijden voor zijn gelijk maar eens het doek gevallen is, gaat de knop om. Zoals Frans merk ook ik dat landbouwers enorm adaptief zijn. Ze blijven niet jaren zeuren over een probleem, maar zoeken vrij snel naar oplossingen en passen zich aan.
Coussement: Neem nu de wijzigingen in het erosiebeleid. Dit jaar werden er al demonstraties georganiseerd waarop boeren leerden hoe ze drempeltjes kunnen aanleggen tussen de aardappelruggen om het afstromend water op te houden.

“Leterme en Peeters herstelden het vertrouwen. Zij zagen een bondgenoot in de landbouw” [Joris Relaes]

Sinds Yves Leterme levert CD&V weer de minister van Landbouw. Zorgde dat voor een grote kentering nadat Groen een tijdje het landbouwbeleid bepaalde?
Relaes: We kwamen uit een periode dat men geen goed woord over had voor de landbouw, glastuinbouw als onwenselijk in Vlaanderen werd gezien en de veehouderij volledig op slot zat. Leterme zorgde voor een psychologische omslag. Boeren herademden toen ze weer waardering mochten ervaren voor hun inspanningen. Leterme en Peeters maakten het voor individuele veebedrijven mogelijk om weer uit te breiden door de invoering van verhandelbare nutriëntenemissierechten en uitbreiding mits mestverwerking. De investeringen in groei waren ook investeringen in nieuwe en strengere milieunormen. Het creëerde ruimte om een aantal maatschappelijke problemen aan te pakken. Zouden we uitbreiding niet toegelaten hebben, dan boerde de veehouderij in zijn geheel achteruit. Nu hebben we weliswaar minder bedrijven, maar ze zijn wel aangepast aan de nieuwe eisen inzake duurzaamheid. Een deel van de plots vrij sterke groei verklaart zich eenvoudigweg door het keurslijf waarin de veehouders jarenlang gevangen zaten.
Coussement: De kloof tussen boer en beleid was een tijd zeer groot door wederzijds wantrouwen. Met helikopters de aanwending van mest controleren, was daar een voorbeeld van. Die cultuur van wantrouwen weerspiegelde zich in het ondernemerschap. Landbouwers zagen het gewoon niet meer zitten. Ik herinner me de rumoerige discussies over het mestactieplan. Serieus praten met elkaar over de kern van de zaak zat er niet meer in. De omslag voelden we vrij snel in 2004, niet alleen in de gesprekken met de sector maar ook in de investeringen. Ook voor de overheid was dat een goede zaak want alleen met controles en zonder draagvlak komt van veel maatregelen weinig terecht.
Relaes: De voorbije twee legislaturen kenmerken zich door een optimistische kijk op landbouw en geloof in de landbouwers, niet door radicale oplossingen voor de problemen die er uiteraard ook waren. Ik geef een voorbeeld. Door de veehouderij te halveren, los je een milieuprobleem op. Dat wordt daarom gepropageerd door een aantal organisaties. Maar je hoort toch ook niemand vragen om de chemische industrie in Vlaanderen op te doeken omdat die bedrijven voor uitstoot zorgen. Je zegt de chemie toch ook niet dat ze hun pijlen op de lokale markt moeten richten en export uit den boze is.

landbouw3_LoonwerkDefour.geVILT.jpg

Zowel Leterme als Peeters waren minister van Landbouw én Vlaams minister-president. Liet hun agenda het toe om veel tijd in het landbouwbeleid te investeren of vertrouwden zij in grote mate op hun kabinet?
Relaes: De agenda van een minister-president zit inderdaad goed vol, maar op de cruciale momenten gaven Leterme en Peeters hun volle steun. Daarbij denk ik terug aan het onverwachte bezoek dat Kris Peeters bracht aan Sint-Katelijne-Waver toen daar fel geprotesteerd werd tegen de glastuinbouwzone. Omgekeerd wisten beide ministers ook wat ze aan ons hadden.
Coussement: Dook er een crisis in de sector op, dan vond de minister-president altijd wel een gat in zijn agenda. Dat de minister van Landbouw ook minister-president is, heeft als voordeel dat hij zwaarder weegt binnen de regering en bij de begrotingsgesprekken.

“Een kabinet mag je nooit los van zijn minister zien” [Joris Relaes]

Is er bij het uittekenen van een beleid meer speelruimte dan wij vermoeden?
Relaes: Het kader ligt door internationale spelregels (WTO) en het Europees landbouwbeleid grotendeels vast. Daarbinnen kan Vlaanderen keuzes maken, zoals het behoud van de zoogkoeienpremie en het plattelandsbeleid (PDPO) dat sterk op landbouw werd gericht. Het uittekenen van het beleid is een continue wisselwerking tussen de minister en zijn kabinet, die één en ondeelbaar zijn.
Coussement: Specifiek aan landbouw is dat de sector betrokken is bij een aantal materies waarvoor het het beleid niet in eigen handen heeft: mest, jacht, natuur, enz.

Publieke optredens van kabinetsmedewerkers zijn vaak plechtige openingen waarop de minister niet aanwezig kon zijn. Is het achter de schermen even aangenaam werken aan het landbouwbeleid of gaat het er soms best hard aan toe?
Coussement: Gewoon al het feit dat je op een kabinet ‘achter de schermen’ mag werken en de minister nadien met veel vuur jouw voorbereiding verdedigt, is aangenaam.
Relaes: De minister vervangen, geef je als voorbeeld van ‘aangenaam werken’. Dat vind ik nu net één van de minder leuke taken in het besef dat iedereen er naar uitkeek om de minister-president te mogen verwelkomen.
Coussement en Relaes: De goede samenwerking tussen ons beiden maakte dit werk zo fijn. We stonden er nooit alleen voor en wanneer we dossiers bij elkaar aftoetsten, dan hadden we daar bijna altijd dezelfde visie op. Dat gaan we allebei missen.

landbouw4.varkens_LoonwerkDefour.geVILT.jpg

Ver boven de hoofden van onze boeren voeren maatschappelijke organisaties verhitte discussies over ons landbouwmodel. Dan vallen er ook verwijten aan jullie adres, zoals het VLIF dat schaalvergroting in de hand zou werken…
Coussement: Een economische sector moet zich kunnen ontwikkelen, en zo nodig kunnen groeien. Die ruimte hebben we inderdaad gecreëerd. Maar het Vlaams landbouwbeleid is er niet alleen voor de grote landbouwbedrijven. Evenzeer gaven we kansen aan landbouwers die een andere weg wilden inslagen en op hun minder kapitaalsintensief bedrijf kozen voor meer toegevoegde waarde.
Relaes: Het Vlaams landbouwbeleid richt zich zowel tot de grootschalige en op export gerichte bedrijven als op de kleinere boerderijen die de lokale markt bedienen. Sommigen suggereren dat we moeten kiezen voor lokale productie en al de rest beter laten vallen. Dat hebben we niet gedaan en toch zijn er nu meer bioboeren, meer hoeveverkopers, meer zorgboerderijen, enz. Vergeet niet dat het aantal biobedrijven stagneerde voor Leterme landbouwminister werd. Er is hier op het kabinet veel tijd geïnvesteerd in een betere relatie tussen de biologische en gangbare landbouw. Recenter hebben we bij Europa stevig moeten pleiten voor het behoud van de biohectarepremie. Geloof me, het was niet evident om uit te leggen dat een sector die een hogere vergoeding voor zijn producten uit de markt haalt toch meer nood heeft aan subsidies dan de gangbare landbouw.

“Logisch toch dat overheidssteun bij de rendabele boerenbedrijven moet terechtkomen” [Frans Coussement]

En wat met het beleid dat via het VLIF gevoerd wordt?
Relaes: In het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds zaten altijd al drempels, zowel minima als maxima. Bij een investering boven één miljoen euro krijgt een landbouwer geen steun meer. Boven dat plafond moet hij op eigen benen staan. Het is niet omdat je in Vlaanderen enkele erg grote bedrijven ziet dat investeringssteun schaalvergroting in de hand werkt. Het VLIF is er voor het doorsnee Vlaamse land- en tuinbouwbedrijf.
Coussement: Aan de onderzijde zijn er ook drempels voor de investeringssteun zodat het geld niet naar hobbyboeren gaat. Waar we wel nog mee worstelen, noem het een uitdaging voor de toekomst, is de groei van hobby- naar professionele landbouw.
Relaes: In het nieuwe Vlaamse plattelandsbeleid vangen we dat voor een stuk al op door een apart luik starterssteun te voorzien voor niet-landbouwers. Vroeger viel iemand van buiten de sector die met een CSA-bedrijf startte uit de boot.

Ook de Vlaamse houding tegenover ggo’s is niet onbesproken…
Relaes: We houden er gewoon rekening mee dat ggo’s een oplossing kunnen zijn voor bepaalde problemen. Met de veldproef ggo-aardappelen in Wetteren wil de Vlaamse regering nagaan of een doorbraak mogelijk is in de bestrijding van de aardappelplaag. Lukt dat, dan boeken we enorme milieuwinsten gelet op het hoge aantal bespuitingen tegen phytophtora. De Vlaamse houding is dus niet pro-ggo maar eerder pragmatisch. We willen geen oplossingen voor problemen uitsluiten.
Coussement: Via het co-existentiedecreet bieden we boer en consument de keuzevrijheid inzake ggo’s. Dat lijkt mij een meer realistische houding dan radicaal tegen ggo-teelt in eigen land te zijn terwijl er al jaren ggo’s geïmporteerd worden.

landbouw2_LoonwerkDefour.geVILT.jpg

De jongste jaren hebben we de mond vol over duurzaamheid. Was dat tien jaar geleden ook al een groot thema?
Relaes: Het pamflet over duurzame landbouw dat ik samen met Erik Mathijs en Dirk Reheul schreef, is ondertussen al meer dan tien jaar oud. Als ik de recent gepresenteerde toekomstvisie van Boerenbond doorneem, dan is dat heel herkenbaar voor mij. Duurzaamheid was toen de opdracht en is dat nu nog. Het is een werkwoord.
Coussement: De invulling van het begrip is wat geëvolueerd, met recent veel aandacht voor klimaat en biodiversiteit, maar de essentie is nog steeds dezelfde. Op verschillende terreinen is er een enorme verbetering van de milieu-impact van landbouw. Neem nu gewasbescherming, vroeger werd gespoten met middelen met een breed spectrum. Vandaag wordt er gericht gespoten met middelen die de nuttige insecten sparen en een lagere milieudruk hebben. De burger ziet en beseft dat niet altijd want met een nieuw en veiliger gewasbeschermingsmiddel moet soms twee in plaats van één keer gespoten worden.

Twee opeenvolgende legislaturen hebben jullie het Vlaams landbouwbeleid mee uitgestippeld. Moeten we ons nu aan een trendbreuk verwachten door jullie vertrek?
Coussement: Met een andere minister en een ander duo op het kabinet kan je verwachten dat accenten anders gelegd worden.
Relaes: De toekomst zal dat moeten uitwijzen. Zolang de nieuwe minister van Landbouw niet gekend is, kunnen we daar weinig over zeggen. Wel is het zo dat de grote lijnen van het Vlaams landbouw- en plattelandsbeleid nu al vastliggen omdat de keuzes voor de periode tot 2020 in deze legislatuur gemaakt zijn.

*Noot van de redactie: In juli en augustus gaan we in zomermodus. In september zijn we terug met nieuwe duiding en achtergrond bij de landbouwactualiteit. De dagelijkse nieuwsitems blijven gewoon verschijnen op de website en in jullie mailbox.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: VILT / Loonwerk Defour

Volg VILT ook via