nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

23.04.2018 Kan agrarisch hergebruik van hoeves optie één worden?

Het nieuwe Beleidsplan Ruimte Vlaanderen wil het agrarisch gebied vrijwaren voor beroepslandbouw. Daar past de vraag bij of je de klok nog kan terugdraaien. In de provincie Antwerpen wordt bijna 30 procent van het agrarisch gebied ingenomen door niet-landbouwactiviteiten. Gemiddeld voor Vlaanderen is dat 15 procent. Waar je ook gaat of staat de verstedelijking is overal voelbaar. Voormalige boerderijen zijn daardoor erg in trek als woonst en voor de ontwikkeling van zonevreemde activiteiten, van springkastelenverhuur tot schrijnwerkerij. Zes gemeenten durven het samen met de provincie Antwerpen aan om na te denken over instrumenten waarmee je van agrarisch hergebruik het nieuwe normaal kan maken.

In 15 jaar tijd zijn in Vlaanderen circa 17.000 land- en tuinbouwbedrijven stopgezet. Vandaag zijn nog minder dan 24.000 boeren en tuinders actief. Hun gemiddelde leeftijd is 52 jaar en slechts één op de zes is zeker van een opvolger. Jaarlijks zijn er 1.500 ‘wijkers’ terwijl zich slechts 150 nieuwe boeren aandienen. Beleidsmakers zijn altijd bezorgd geweest om de leegstand op het platteland die daarvan het gevolg kan zijn. Getuige daarvan zijn de zonevreemde functiewijzigingen die de Vlaamse regering vergunbaar maakte in agrarisch gebied: wonen, opslag, paardenhouderij, dierenartspraktijk, tuinaanlegbedrijf, enz.

Vergund maar nog vaker niet vergund voltrok zich een functiewijziging van voormalige landbouwbedrijfszetels. Nu bruist het op het platteland van activiteit, maar vaak is het geen landbouwactiviteit meer. De impact van zonevreemd gebruik reikt verder dan alleen de bedrijfszetel. Vroeger werden hoeves aangeboden met 1 hectare landbouwgrond, maar vandaag gaan ze van de hand met 3 à 4 hectare. ILVO-onderzoeker Anna Verhoeve spreekt in dat verband van een “zeer sterke niet-agrarische dynamiek” op het platteland die onder meer gevoed wordt door liefhebbers van landelijk wonen en van paarden.

De provincie Antwerpen is koploper in het niet-agrarisch gebruik van het agrarisch gebied. Voor landbouwgedeputeerde Ludwig Caluwé is het een confronterende vaststelling dat circa 30 procent van het landbouwareaal andere doeleinden dient. Om twee redenen wil hij niet bij de pakken blijven zitten: beschikbaarheid van grond is belangrijk voor de landbouw, en de open ruimte kan niet verder blijven versnipperen. Op zoek naar nieuwe vestigingsmogelijkheden snijden landbouwers die open ruimte aan omdat verlaten bedrijfszetels niet geschikt lijken voor een moderne bedrijfsvoering. Dit terwijl niet-landbouwers gebruikmaken van de oude boerderijen om hun zonevreemde activiteiten uit te voeren.

Die paradox deed de provincie Antwerpen het voortouw nemen voor het PDPO-project rond agrarisch hergebruik van de landbouwinfrastructuur. Wuustwezel, één van de zes partnergemeenten in dit project, was gastheer voor de studiedag ‘Landbouw in agrarisch gebied: vreemde eend in de bijt?’. In de wekelijkse VILT-duiding lees je daarover meer. Ook Essen, Kalmthout en Brecht zijn gemeenten uit de Noorderkempen met een vergelijkbare landbouwstructuur als Wuustwezel. De keuze viel verder op Kasterlee en op Herselt, vanwege de sterke druk die daar is op landbouw vanuit verstedelijking en verpaarding.

“Samen met de betrokken gemeenten zoeken we naar oplossingen voor het zonevreemd gebruik van de landbouwinfrastructuur”, vertelt Christel Claes van de provinciale landbouwdienst. Sensibiliseren rond de problematiek is de eerste stap. In de deelnemende gemeenten zal een inventaris gemaakt worden van het feitelijk gebruik van de landbouwinfrastructuur. Verder wil men de sites en zones in beeld krijgen waar agrarisch hergebruik mogelijk is zonder te veel wettelijke beperkingen. Milieuwetgeving (o.a. geurhinder) en natuurwetgeving (PAS/IHD) kunnen bepaalde locaties immers bij voorbaat ongeschikt maken.

Het meest uitdagend wordt het uitdenken van instrumenten die agrarisch hergebruik kunnen stimuleren. Met de bevindingen uit het project wil de provincie aan de slag samen met de gemeenten en met het Vlaamse beleidsniveau. “Tot dusver proberen we scherp te krijgen vanuit welke visie de gemeentebesturen naar de problematiek kijken, en is het project voorgesteld aan lokale Landbouwraden”, vertellen Claes en haar collega Marlies Caeyers.

In een echte landbouwgemeente als Wuustwezel zijn er nog een 300-tal actieve boeren. Nieuwe vestigingen komen nog voor, maar de boerenpopulatie blijft dalen. Komt het project te laat? “Niet als we er voor zorgen dat het dalend aantal boeren zijn plaats nog vindt in het agrarisch gebied, op nieuwe terreinen maar zo vaak als mogelijk op bestaande landbouwsites”, vindt de dienst Landbouw van de provincie Antwerpen. De cijfers van zonevreemd gebruik indachtig – 85 procent van de economische activiteit in boerderijen hoort er volgens de bestemming (landbouw) niet thuis – onderstreept ILVO-onderzoeker Anna Verhoeve de urgentie. “Als we niets doen, moeten we over tien jaar niet meer samenkomen over dit thema want dan zal landbouw in bepaalde regio’s volledig weggeconcurreerd zijn. Het thema krijgt nu een plek op de beleidsagenda, maar de weg is nog lang.”

Lees ook de wekelijkse duiding over agrarisch hergebruik van landbouwinfrastructuur.

Bron: eigen verslaggeving

Volg VILT ook via