nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

01.07.2019 Kan het Pajottenland Brussel voeden?

Hoe korte keten-landbouw en voeding in het Pajottenland opschalen ten bate van duurzaamheid op het platteland en in de stad ? Met deze vraag trok professor Frank Nevens naar zijn studenten van de faculteit Bio-ingenieurswetenschappen van de UGent. Maar liefst acht studenten wilden het thema doorgronden in hun thesis. Er is dus duidelijk een sterke interesse voor onderwerpen zoals nieuwe verdienmodellen en de link tussen landbouw en stad - Brussel in dit geval. Farmcafé lichtte een aantal interessante vaststellingen uit hun eindresultaat.

Vaststelling één: Brussel heeft veel monden te voeden en dat biedt mogelijkheden voor de Pajotse landbouwers. “Het Pajottenland zelf telt 51.000 inwoners en de Vlaamse Westrand (Halle, Sint-Pieters-Leeuw, Dilbeek …) telt er 147.000: samen dus ongeveer 200.000 potentiële klanten”, deelt Daniël Cromphout (KBC) via Farmcafé na het uitpluizen van de verschillende thesissen. “Brussel daarentegen telt quasi 1,2 miljoen inwoners/potentiële klanten. Met andere woorden, de toegang tot de Brusselse markt vormt dé absolute hefboom om de afzetmarkt te vergroten.”

Nog opvallend, de Pajotse consument en de Brusselse consument verschillen nogal van elkaar. “Het gemiddeld profiel van een korte keten-klant in het Pajottenland is een vijftigplusser”, aldus Cromphout. Voor hen zijn eerlijke prijzen, versheid en kwaliteit, gezondheid en veiligheid de doorslaggevende elementen. In Brussel ligt dit toch anders: de korte keten-klant in Brussel is gemiddeld tussen 21 en 40 jaar, hoger opgeleid en vindt vooral een beperking van de negatieve milieu-impact belangrijk. De wens voor meer bio is ook sterker aanwezig in de stad.”

Ook de definitie van lokaal verschilt in de beide gebieden. “De Pajot ziet een afstand van 20 kilometer als de grens van lokale productie, terwijl dit voor de Brusselaar 50 kilometer is. Uitgaande van die afstand kan je kan stellen dat Brussel zich als een bijzonder interessante afzetmarkt zou kunnen ontwikkelen voor de producten uit de brede rand, en bij uitbreiding uit heel Vlaams-Brabant.”

Op dit moment zijn vooral het gebrek aan verkooppunten, het beperkte assortiment en de hogere prijs van korte-keten-producten de belangrijkste struikelblokken om lokaal te kopen. Meer verkoop- en afhaalpunten en een breder productaanbod zouden een boost betekenen, waarbij zeker voor Brussel het luik ‘beperking milieu-impact’ een belangrijk aankoopargument is, blijkt uit de onderzoeken.

“De nodige elementen lijken grotendeels aanwezig, maar de puzzel is (nog) niet gelegd: er is nood aan meer én actieve verbinding tussen de verschillende actoren, en dit op verschillende vlakken: producenten en consumenten, producenten onderling, stad en platteland,…”, aldus Daniël Cromphout. “De studenten en hun prof moedigen de actoren uit de regio dan ook aan om hier werk van te maken. In tijden van een roep om meer duurzaamheid is daadkracht meer dan welkom.”

Meer weten? Klik hier.

Bron: Farmcafé / eigen verslaggeving

Volg VILT ook via