nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

Ken jij het verschil tussen biologische en geïntegreerde gewasbescherming?
24.09.2018  FAQ Integrated Pest Management (IPM)

Integrated Pest Management (IPM) of geïntegreerde gewasbescherming houdt een zuinig gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in, wat niet het eerste doel is maar een gevolg van het geïntegreerd toepassen van alle mogelijke bestrijdingstechnieken. Spuiten is niet altijd het eerste of enige redmiddel wanneer een teelt belaagd wordt. Wie niet panikeert bij het zien van een schadelijk insect maar de economische schadedrempel voor ogen houdt, kan vaak met alternatieve methoden (bijv. natuurlijke vijanden) de plaag onder controle houden. Samengevat is IPM een totaalaanpak gericht op het beheersen van ziekten, plagen en onkruiden die rekening houdt met het milieu, de gezondheid van de mens en de portemonnee van de landbouwer.

1. Hoe maakt IPM het verschil?
Met een aangepaste teelttechniek, bijvoorbeeld het aanleggen van een vals zaaibed of de keuze voor ziekteresistente variëteiten, kan een landbouwer anticiperen op problemen. Dreigt er toch een significant opbrengstverlies door onkruiden, ziekten of plagen dan zet hij een combinatie in van biologische, mechanische en – voor zover nodig – chemische bestrijdingsmethoden. Gewasbeschermingsmiddelen worden hierbij op een verantwoorde wijze ingezet.

2. Wie doet het?
Alle land- en tuinbouwers en andere professionele gebruikers van gewasbeschermingsmiddelen passen verplicht IPM toe. Ook groendiensten van gemeentebesturen en tuinaannemers weten dus wat IPM inhoudt. De verplichting kwam er in 2014 en vloeit voort uit een Europese richtlijn die handelt over duurzaam gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Sectoren zoals de fruitteelt en glastuinbouw pasten de principes van IPM al veel langer toe. Akkerbouwers en rundveehouders die maïs telen, hebben zich de reflex eigen moeten maken om eerst het probleem waar te nemen en vervolgens gericht aan te pakken. Zogenaamde ‘kalenderbespuitingen’ en de inzet van breed werkende insecticiden die de nuttige insecten niet sparen, zijn verleden tijd.

3. Wat was er voor IPM?
Er is niet zoiets als gewasbescherming voor en na 1 januari 2014. Zoals gezegd hoefden fruittelers en tuinders onder glas niet meer overtuigd te worden van de voordelen van monitoring van ziekten en plagen of het inzetten van nuttige insecten en feromoonvallen. Voor hen kwam IPM neer op behouden wat goed was en hier en daar een stapje verdergaan, bijvoorbeeld door het aanleggen van een bloemenstrook of het mechanisch onkruidvrij houden van de zwarte strook onder fruitbomen. Voor andere landbouwers was IPM een eyeopener. Maïs is het beste voorbeeld van een teelt waar de gewasbescherming beter kon. Veel percelen werden in een te laat stadium behandeld tegen onkruid, zonder dat de boer de middelenkeuze afstemde op de onkruidflora. Dat werkt problemen met resistente onkruiden in de hand, én het veroorzaakt nodeloos opbrengstverlies.

4. Wat is het verschil met bio?
Elke vorm van gewasbescherming die een bioboer toepast, valt onder de noemer IPM. Omgekeerd kan je gangbare landbouw volgens de principes van IPM geen bio noemen. Bioboeren mogen enkel natuur-identieke gewasbeschermingsmiddelen inzetten. Zij schoffelen tegen onkruid, vermijden een hoge ziektedruk met een aangepaste teelttechniek, weren schadelijke insecten uit hun plantages of beperken de schade door ziekten en plagen met toegelaten biologische gewasbeschermingsmiddelen. Op de lijst van in België erkende biopesticiden staan tientallen commerciële middelen gebaseerd op een dozijn actieve stoffen zoals schapenvet, zwavel, sinaasappel- en paraffineolie. Heel wat middelen die ingezet worden in de biolandbouw, zoals feromoonvallen, zijn in eerste instantie ontwikkeld voor IPM-doeleinden.

Naargelang de teelt leunen de bestrijdingsmethoden in biologische en gangbare landbouw dicht bij elkaar aan, of zijn ze toch fundamenteel verschillend. Zo is de onkruidbestrijding in graan en maïs met één bespuiting gepiept, terwijl een bioboer meermaals een graanperceel wiedegt en zelfs liever geen maïs teelt omdat onkruiden ondanks schoffelen tussen de rijen makkelijk de overhand nemen. In de fruitteelt en de groenteteelt onder glas zijn de gelijkenissen op het vlak van gewasbescherming tussen bio en gangbaar groter. Insectenvallen met feromonen zijn gemeengoed in alle fruitboomgaarden. Het naar elkaar toe groeien van gangbaar en bio heeft voor een stuk te maken met de aversie van afnemers en consumenten tegenover pesticidenresiduen in verse voeding.

5. Is het duurzaam?
Of geïntegreerde gewasbescherming duurzaam is, laat zich niet afmeten aan één parameter. Je zou kunnen nagaan of gewasbeschermingsmiddelen nu minder frequent gemeten worden in het oppervlaktewater, en het antwoord zal ja zijn. Je zou er de cijfers over de pesticidenresiduen op voeding kunnen bijnemen, en vaststellen dat er zelden overschrijdingen van de maximale residulimieten zijn. IPM past alleszins binnen een duurzaam gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Het zorgde voor een evolutie van breed werkende insecticiden naar middelen met een zeer gerichte werking die nuttige insecten sparen, en van kalendermatige bespuitingen naar waarnemen en pas ingrijpen wanneer de economische schadedrempel bereikt is.

Omdat IPM het gebruik van chemische hulpmiddelen niet in de weg staat, zullen milieubeschermers en bioboeren het niet verregaand genoeg vinden. Die laatste groep gaat er prat op dat de milieubelasting door gewasbescherming op bioboerderijen veel kleiner is. Bovendien komen residuen op biologische groenten of fruit zelden voor en wanneer het gebeurt, dan gaat het om een contaminatie vanuit de gangbare voedselketen. Wat vaststaat is dat zowel biologische gewasbescherming als geïntegreerde gewasbescherming er morgen anders zullen uitzien dan vandaag. Door voortschrijdende kennis verdwijnen gewasbeschermingsmiddelen van de markt en komen betere of veiligere middelen en methoden in de plaats. Die kunnen chemisch maar ook biologisch zijn. Zo groeit IPM naar bio toe, en zal biolandbouw op zijn beurt een tandje bijsteken zodat het onderscheidend vermogen niet verloren gaat.

Meer weten over IPM? Zie de website van het Departement Landbouw en Visserij

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: Loonwerk Defour

Volg VILT ook via