nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

31.08.2015 Ketenoverleg akkoord over toeslag voor melk en varkens

Na wekenlang onderhandelen hebben de partners van het Belgische ketenoverleg een akkoord bereikt over twee principes. Zo komt er een eenmalige rechtstreekse toeslag voor melkveehouders en varkenshouders en per sector gaat er een stabiliseringsmechanisme op poten gezet worden waarmee de inkomensvolatiliteit voor de boer gemilderd wordt. “Op die manier kunnen we de crisis op korte termijn milderen bij de bedrijven die het hardst getroffen zijn en op lange termijn kunnen we voorkomen dat er nog een crisis uitbreekt”, klinkt het bij de partners van het ketenoverleg. Zij benadrukken dat dit akkoord uniek is in Europa.

De aanhoudend slechte prijzen, vooral in de melkvee- en varkenshouderij, zorgen al sinds het begin van de zomer voor onrust bij de Belgische boeren. Met wegblokkades, acties in supermarkten en sensibiliseringscampagnes gericht naar consumenten maakten de landbouwers duidelijk dat het water bij velen onder hen aan de lippen staat. Dat komt onder meer door het Russische exportverbod, een dalende Chinese vraag en de overproductie op Europees niveau die hierop volgde. De acties vormden een duidelijk signaal voor de verschillende partners van het ketenoverleg agrovoeding om opnieuw rond de tafel te gaan zitten.

Een viertal weken later heeft dit een akkoord opgeleverd. Zo mogen de melkveehouders op korte termijn rekenen op een extra toeslag van 46 miljoen euro en voor de varkenshouders is er 30 miljoen euro extra voorzien. Deze steun zal hoofdzakelijk gefinancierd worden via een kleine tijdelijke toeslag op een aantal zuivel- en varkensproducten. “Voor de melkveehouderij kunnen we teruggrijpen naar onze ervaring uit 2009, toen een tijdelijke toeslag van 1,9 eurocent per liter melk werd uitbetaald. In het nieuwe akkoord is een toeslag voorzien van 2,7 cent per liter melkquotum waarover het melkveebedrijf in het verleden beschikte”, legt Boerenbondvoorzitter Piet Vanthemsche uit.

De uitbetaling zal gebeuren over een periode van zes maanden en er is een bijzondere regeling voorzien voor jonge starters. De regionale betaalorganen zullen instaan voor de inning van de toeslag en de steun zal maandelijks uitbetaald worden door de zuivelbedrijven gedurende een periode van zes maanden. De landbouworganisaties toonden zich tevreden met deze maatregel, maar ze wezen er ook op dat deze toeslag slechts “een druppel op een hete plaat” is. “Het verlies is vandaag veel groter dan die 46 miljoen euro. De toeslag maakt dit verlies niet goed, maar het zorgt wel voor liquiditeiten op de bedrijven”, klinkt het.

Ook voor de varkenssector werden er op korte termijn extra middelen uit de brand gesleept. Zo zal er een bedrag van 30 miljoen euro vrijgemaakt worden voor de sector. Daarvan is nog maar 24 miljoen euro geïdentificeerd, maar er is wel een engagement van alle partners in het ketenoverleg om de resterende zes miljoen euro te mobiliseren. “Voor ons was het heel belangrijk dat er ook voor de varkenssector iets concreet op tafel kwam”, zegt ABS-woordvoerder Hendrik Vandamme. “Maar het systeem voor uitbetaling en inning moet nog verfijnd worden, want hier kunnen we niet buigen op ervaring uit het verleden.”

De inning voor de varkenssector zal de komende acht maanden gebeuren. De uitbetaling wordt gespreid over zes maanden en gebeurt aan de zeugenhouders omdat zij het financieel het zwaarst te verduren hebben. De FOD Economie werkte voor beide korte termijnmaatregelen nauw mee met de ketenpartners en zorgde voor objectieve basisberekeningen van het verlies dat de landbouwers lijden en van de mogelijke impact van de maatregelen. “Het akkoord moet wel nog ter goedkeuring worden voorgelegd aan de Belgische mededingingsautoriteit”, aldus Vanthemsche.

“Met deze afspraken willen we op korte termijn helpen om de ergste nood te lenigen op de landbouwbedrijven”, zegt Dominique Michel. “Maar omdat we willen vermijden dat we over een paar maanden of jaren weer aan tafel moeten zitten om wekenlang te onderhandelen over maatregelen, hebben we ook afgesproken om binnen de zes maanden te komen tot een structureel systeem dat kan ingezet worden bij acute crisis.” Een aantal principes werden daarbij al overeengekomen. Zo wil men middelen opbouwen over meerdere jaren. Ook landbouwers zullen bijdragen, maar pas vanaf een prijsniveau dat de productiekosten dekt. En volume- en kostprijselementen zullen worden meegenomen in de werking van dit stabiliseringsmechanisme.

Het is voor de partners ook duidelijk dat ook de bevoegde overheden hieraan moeten meewerken en hierin moeten bijdragen. De tweede pijler van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid voorziet daarvoor een aantal instrumenten. De ervaringen met het stabiliseringsmechanisme zullen ook bouwstenen aanleveren in de voorbereiding van het toekomstige GLB. “Wij vragen dan ook aan de bevoegde ministers om dit initiatief voor te stellen op Europees niveau, als innovatief pilootproject”, aldus de ketenpartners.

Voor de zuivelsector mikt men op nog een aantal andere structurele maatregelen. Zo zoekt een interprofessioneel overleg of er mogelijkheden zijn om A- en B-prijzen vast te leggen. Ook wil men afspraken maken over de looptijd van contracten en wordt er bekeken of vrijwillige en tijdelijke productieregulering kunnen dienen als instrument van risicobeheer. In de varkenssector wil men ook komen tot interprofessionele inspanningen, ondersteund door de overheden, op het vlak van kwaliteit- en productdifferentiatie en promotie en exportbevordering. “We doen ook een oproep naar de Vlaamse overheid om financiering te voorzien voor een bijkomende sanering. Voor een aantal bedrijven kan dat een manier zijn om op een waardige manier uit de sector te stappen”, zegt Vandamme. Hij voegt er ook aan toe dat zijn organisatie voorstander is van een stop voor uitbreiding mits mestverwerking, maar dat dit nog een discussiepunt is.

Daarnaast werden ook een paar bijkomende engagementen op korte termijn aangegaan. Zo zal er extra promotie gevoerd worden voor Belgische zuivel- en varkensproducten. Er komt ook een inspanning om het gamma producten die een kostendekkende prijs voor de boer garanderen, te verbreden en er bijkomende promotie rond te voeren. “De ketenpartners zijn ook overeengekomen dat elk gedrag in contractuele relaties of elke boodschap die manifest de crisissituatie zou kunnen verergeren en ernstige schade zou kunnen berokkenen aan andere operatoren, zal vermeden worden”, legt Piet Vanthemsche uit. Ook zullen de contractprijzen in de toekomst niet onder het niveau van de huidige contracten mogen liggen.

Hoewel ook de marge van de vleesveehouders onder druk staat, is er voor deze sector geen concrete toeslag afgesproken. “De situatie voor deze sector is grondig besproken en er zijn aanpassingen gebeurd aan de rundvleesindex zodat hij nog beter aansluit bij de realiteit. Ondanks de verbeterende conjunctuur bestaat er nog steeds een structureel tekort ten opzichte van de referentiemarge van 2005. Er wordt ook vooruitgang geboekt rond een interprofessioneel akkoord over de transparantie in de rundvleesketen. Een definitief akkoord wordt eind oktober verwacht”, aldus de ketenpartners.

Federaal landbouwminister Willy Borsus en minister van Economie Kris Peeters, zijn tevreden dat de ketenpartners dergelijk “historisch akkoord” bereikt hebben. “Het akkoord heeft een onmiddellijke impact op korte termijn, met een opwaardering van de melkprijs, maar het bevat ook elementen op lange termijn, wat absoluut noodzakelijk was”, laat Borsus weten in een persbericht. “Met dit akkoord zal de prijs voor een karton melk in de winkel stijgen voor de consument. Ik wil hen nu al bedanken voor de inspanning zodat onze boeren onder goede voorwaarden kunnen werken.” De minister werkt naar eigen zeggen ook zelf hard verder aan andere oplossingen voor de geplaagde landbouwsector, de melkvee- en varkenshouders, op kop.

Minister Peeters benadrukt de nood aan zekerheid die landbouwers hebben. “Het inkomen van onze land- en tuinbouwers is sterk afhankelijk van marktbewegingen. De prijzen schommelen en de winstmarges staan vaak onder druk. Dit akkoord is in het belang van de landbouwers en alle betrokkenen bij de keten. Het maakt de sector weerbaarder, met een eerlijker prijzenbeleid”, stelt hij.

Chris Moris van FEVIA, de federatie van de voedingsindustrie, vindt het logisch dat de keten de problemen van de boeren ter harte neemt. “Zonder landbouw is er geen voedingsindustrie. Als de landbouwsector niet in staat is om te overleven of niet in staat is de kwaliteit te leveren die we vragen, dan is dat ook voor de voedingsindustrie een groot probleem. We beseffen dat landbouwproducten de basis zijn van onze Belgische kwaliteitsvolle voedingsproducten.”

Voor ABS is het ketenoverleg een toonbeeld van de kracht van het compromis: "In de marge van de onderhandelingen van de voorbije weken hebben alle Belgische landbouworganisaties een gemeenschappelijk eisenbundel uitgewerkt in voorbereiding van de Europese landbouwraad van 7 september 2015. Het is uniek in de Europese unie dat verschillende landbouworganisaties, met soms zeer uiteenlopende visies, er in slagen om tot een consensusdocument te komen waarin rekening wordt gehouden met die diversiteit. Zo tonen onze landbouworganisaties aan hun Europese koepels dat het Belgische adagium 'eendracht maakt macht' nog steeds actueel is", aldus ABS.

Bron: Eigen verslaggeving/Belga

Volg VILT ook via