nieuwsbrief

Inschrijven op de gratis nieuwsbrief

  
  

04.01.2019 Kleine kans op grote zonneparken in agrarisch gebied

In Nederland rijzen de ‘zonneparken’ als paddenstoelen uit de grond, ook landbouwgrond. Energiebedrijven azen daar op geschikte percelen. Vergelijk het met de wijze waarop ze in Vlaanderen elke lap grond onder contract legden die ooit in aanmerking zou kunnen komen voor de bouw van een windturbine. Zo’n vaart loopt het hier niet. Ook Vlaanderen heeft zijn zonneparken, maar ze verschijnen op industriezones en afgedekte stortplaatsen. Nieuwe projecten rond hernieuwbare energie worden in de toekomst ‘bestemmingsneutraal’. Is de jacht op landbouwgrond voor zonneparken daarmee ingezet? We vroegen het aan het Departement Landbouw en Visserij.

Kristal Solar Park en Zonneberg, naar die namen luisteren twee van Vlaanderens meest bekende zonneparken. Het eerste wordt 110 hectare groot, is in aanbouw op het nieuwe industrieterrein Kristalpark in Lommel en gaat de zinkfabriek van Nyrstar van groene stroom voorzien. Zonneberg situeert zich in de Gentse Kanaalzone. Daar werden zonnepanelen geplaatst na het afsluiten en dichtmaken van een gipsstort. Het stort was het meest vervuilde deel van de Gentse Kanaalzone. In 2010 zorgde de site bijna voor een milieuramp in het Oost-Vlaamse Zelzate want zuur water bedreigde er een woonwijk. Een consortium van bedrijven kocht het vervuilde terrein en vormde het om tot het grootste zonnepark van de Benelux in 2012 (20 ha). Binnenkort gaat die titel naar het nieuwe zonnepark in Lommel.

Dat zijn twee projecten die tot de verbeelding spreken, maar de vraag is of het fenomeen uitbreiding mag kennen naar andere dan restgronden. In Nederland laten energiebedrijven hun oog namelijk ook vallen op landbouwgronden, als locatie voor de realisatie van zonneparken. Vinden we dat als samenleving wel wenselijk? Is het op de lange termijn wel zo verstandig om akkers en weiden vol zonnepanelen te plaatsen om de doelstellingen inzake hernieuwbare energie te realiseren? Als het om vruchtbare grond gaat, zouden voedsel- of voederproductie voorrang moeten krijgen. Tenminste, als je de cascade van waardebehoud toepast die ook gehanteerd wordt bij het duurzaam beheer van biomassa. 

De Vlaamse regering wil het begrip ‘bestemmingsneutraliteit’ in de regels rond ruimtelijke ordening introduceren voor installaties van hernieuwbare energie. Dreig je daarmee niet de deur wagenwijd open te zetten voor zonneparken in agrarisch gebied? “Laat ons beginnen met de daken vol zonnepanelen te leggen”, zegt de Organisatie Duurzame Energie (ODE), zich bewust van de schaarse open ruimte in Vlaanderen. Op het behoud van die open ruimte wordt mee toegezien door het Departement Landbouw en Visserij, dat advies verleent aan de lokale overheid bij vergunningsaanvragen in agrarisch gebied.

Bij de dienst Omgeving van de landbouwadministratie kloppen we aan voor meer info. “Wat de vergunningsaanvraag betreft, zijn er twee mogelijkheden”, citeert woordvoerder Nele Vanslembrouck haar experten. “Ofwel worden de zonnepanelen op daken voorzien en zijn ze vrijgesteld van de vergunningsplicht. Ofwel worden ze op de grond geplaatst, wat theoretisch gezien zelfs in agrarisch gebied mogelijk is omdat de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening een afwijking van de bestemmingsvoorschriften voorziet.”

Lees ook: Na windmolens ook zonneparken in agrarisch gebied?

Er blijft natuurlijk wel een verschil bestaan tussen wat in theorie kan, en wat in de praktijk ook effectief vergund wordt. Vanslembrouck: “Energie-installaties moeten volgens de typevoorschriften van het agrarisch gebied onderworpen worden aan een bijkomende omgevingsanalyse die bijvoorbeeld inzoomt op de mogelijke effecten ten aanzien van efficiënt bodemgebruik en de landschapskwaliteit.” Het gevoerde beleid heeft als resultaat dat de aanvragen voor het plaatsen van zonnepanelen op (landbouw)grond kleinschalige installaties betreft, die vooral uitgaan van particulieren. Bijvoorbeeld vanwege een ongunstige oriëntatie van het dak op hun huis laten zij de zonnepanelen in een metalen frame op de grond plaatsen, gericht op het zuiden. “Grootschalige zonneparken los van residentieel gebruik zien we hier voorlopig niet”, zegt de woordvoerder.

Doorgaans adviseert het Departement Landbouw en Visserij aanvragen voor zonnepanelen gunstig als dat gebeurt op restpercelen: de tuinzone aansluitend bij woningen, niet-bewerkbare delen van een perceel, enz. “Dit geldt zowel voor particulieren als voor aanvragen die uitgaan van landbouwbedrijven”, verduidelijkt Nele Vanslembrouck. Wil een landbouwer zonnepanelen plaatsen op een perceel hoewel dat voor landbouwdoeleinden geschikt is, dan wikt en weegt het Departement zijn advies: “De installatie moet steeds in relatie staan tot het landbouwbedrijf, wat wil zeggen dat de energieproductie overeenkomt met het verbruik. De mogelijkheid om de panelen op een dak te leggen, of op een restperceel te plaatsen, moet eerst benut worden. Verder zal de installatie moeten aansluiten op de bestaande gebouwen want de ‘algemene landbouwstructuur mag niet in het gedrang komen’. Tot slot mag de installatie een latere uitbreiding van het bedrijf niet hypothekeren.”

Grootschalige zonneparken op vruchtbare landbouwgrond zonder enige binding met een landbouwactiviteit, adviseert het Departement Landbouw en Visserij ongunstig. “Rekening houdend met de bijkomende motivatie met betrekking tot de effecten van de installatie op vlak van efficiënt bodemgebruik en verstoring van de uitbating(smogelijkheden), zal het ook allerminst evident zijn om deze installaties vergund te krijgen”, schat de woordvoerder van de landbouwadministratie in.

Bron: eigen verslaggeving

Beeld: CityofTalent.nl

Volg VILT ook via